Coronavirus COVID-19: wat met de fiscale aftrek van de aanvullende pensioenpremies?

De gezondheidscrisis die we momenteel meemaken kan het belastingregime van de aanvullende pensioenpremies beïnvloeden. Laten we dit eens nader bekijken.

Bezoldigde werknemers

Een wet van 7 mei 2020 voorziet in het behoud van de aanvullende pensioendekkingen zelfs al is dat niet zo bepaald in het pensioenreglement. Deze wet werd onderworpen aan een dringend advies van de Commissie voor Aanvullende Pensioenen (CAP).

De werknemers voor wie deze maatregel bedoeld is, zijn de werknemers die tijdelijk werkloos zijn wegens overmacht of economische redenen te wijten aan de crisis van het coronavirus COVID-19; het behoud van de pensioenopbouw en van de risicodekkingen is immers in principe gekoppeld aan de bezoldigde periodes in actieve dienst.
Het behoud van de pensioenopbouw en van de overlijdensdekking mag niet leiden tot een wijziging van de contractuele voorwaarden voor de uitvoering van de pensioenverbintenis door de pensioeninstelling, en dat geldt ook voor de tarifaire voorwaarden.
De inrichter mag de betaling van de bijdragen die deze periode dekken uitstellen tot uiterlijk 30 september 2020. Dat geldt zowel voor de werkgevers- als voor de persoonlijke bijdragen.
Mogen – of moeten – de persoonlijke bijdragen integraal worden ingehouden op de eerstvolgende bezoldiging? Deze vraag werd niet beantwoord.
Eens de inrichter (werkgever of sector) door zijn pensioeninstelling is ingelicht over de gevolgen van die wet, kan hij zijn instelling laten weten dat hij kiest voor de opting out ten aanzien van die wet en dat de beginselen van het geldende reglement of overeenkomst dus zonder afwijking van toepassing zijn (d.w.z. zonder behoud van de dekkingen).
Na enig gepalaver werd beslist dat het geen zin had om begeleidende fiscale maatregelen uit te vaardigen vermits de wet sowieso voorziet in de voortzetting van de aansluiting.
Naar aanleiding van de bankencrisis in 2008 had de Dienst Voorafgaande Beslissingen immers al een beslissing genomen over een geval van tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen : “wanneer in bepaalde gevallen de beroepsactiviteit wordt verminderd, mag voor de bepaling van de laatste normale brutojaarbezoldiging vermeld in artikel 59, §1, 2°, WIB 92 en 35, §5, 1ste lid, KB/WIB 92 en van de normale brutojaarbezoldiging vermeld in artikel 59, §1, 3°, WIB 92, behoudens in geval van misbruik, rekening worden gehouden met de bezoldiging die de werknemer zou hebben ontvangen indien hij voltijds was blijven werken. De werkgeversbijdragen gestort voor die periodes van verminderde beroepsactiviteit zijn als beroepskosten aftrekbaar op voorwaarde dat de betrokken verzekeringscontracten bepalen dat de werkgever verplicht is om voor die periodes de bijdragen in kwestie te blijven storten” (Voorafgaande beslissing nr. 900.290 van 13 oktober 2009, www.fisconetplus.be, © FOD Financiën, 10/02/2010).

Zelfstandige werknemers (bedrijfsleiders)

Voor de zelfstandigen bestaat er geen bijzondere wet over die materie. Daarom heeft de Commissie voor Aanvullende Pensioenen (CAP), adviesorgaan, een advies uitgebracht over de impact van de crisis van het coronavirus op de aanvullende pensioenen van zelfstandigen. Ze werpt daarbij enkele interessante vragen op.
VAPZ
Artikel 45 van de wet van 24 december 2002 (VAPZ) stipuleert het volgende: “de bijdragen bedoeld door deze wet hebben, inzake de belastingen op de inkomsten, het karakter van bijdragen verschuldigd in uitvoering van de sociale wetgeving, voor zover de aangeslotene tijdens het betreffende jaar effectief en volledig de bijdragen, verschuldigd krachtens het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967, heeft betaald die opeisbaar zijn geworden tijdens dat jaar”.
De zelfstandigen die getroffen zijn door de crisis van het coronavirus kunnen, onder bepaalde voorwaarden, uitstel van betaling krijgen voor hun sociale bijdragen die betrekking hebben op het eerste en tweede kwartaal 2020 alsook voor hun regularisatiebijdragen 2018 (te betalen vóór 30 september 2020).
Schuift dit uitstel van betaling in het kader van het VAPZ ook de datum van opeisbaarheid op met één jaar? Zo ja, dan geniet de zelfstandige de aftrekbaarheid van de VAPZ-premies. Zo niet, kan de zelfstandige die uitstel van betaling geniet, de premies niet meer aftrekken. De autoriteiten zouden hier snel duidelijkheid over moeten verschaffen, liefst in de zin van de eerste interpretatie.
Individuele of collectieve pensioenverbintenissen
De fiscale aftrekbaarheid van de bijdragen die in het kader van een collectieve of individuele pensioenverbintenis worden gestort, hangt grotendeels af van de toepassing van de 80%-regel. Krachtens die regel mogen het wettelijk en het aanvullend pensioen samen niet meer dan 80% bedragen van het laatste, normale bruto jaarloon van de bedrijfsleider. De bedrijfsleider moet bovendien regelmatig en minstens één maal per maand worden bezoldigd.
Het kan voorvallen dat de bezoldiging van een bedrijfsleider daalt ingevolge een terugval in de omzet van zijn vennootschap. Of erger nog, dat hij een overbruggingsrecht heeft kunnen genieten door zijn bezoldiging enkele maanden te schorsen. Bij gebreke van regelmatige en maandelijkse bezoldiging riskeert hij evenwel dat de bijdragen die de vennootschap heeft gestort als voordeel van alle aard worden belast. En de vennootschap riskeert op haar beurt dat ze de gestorte premies niet langer mag aftrekken.
Er moet dus worden gezocht naar een oplossing om deze mogelijke problemen te verhelpen.
Eén van de denkpistes zou erin kunnen bestaan dat de inkomsten van het jaar 2020 uitzonderlijk worden geneutraliseerd door ze te vervangen door inkomsten die niet werden beïnvloed door de crisis van het coronavirus en een objectieve referentie vormen voor het gemiddelde inkomen van de betrokken zelfstandigen.
Bronnen:
- wet van 7 mei 2020 houdende uitzonderlijke maatregelen in het kader van de COVID-19-pandemie inzake pensioenen, aanvullende pensioenen en andere aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, B.S., 18 mei 2020
- advies nr. 39 van 17 april 2020 van de Commissie voor Aanvullende Pensioenen
- advies nr. 13 van 20 mei 2020 van de Commissie voor Aanvullende Pensioenen

 

Gepubliceerd op 14-07-2020

  179