Coronavirus Covid-19: verlenging van de betalingstermijn van de taks op de verzekeringsverrichtingen voor de aanvullende pensioenen

De jaarlijkse taks op de verzekeringsverrichtingen is, in principe, “betaalbaar uiterlijk op de 20e van de maand welke volgt op die waarin een premie, werkgeversbijdrage of persoonlijke bijdrage is vervallen” (art. 179/1, 1 lid, WDRT).

Gezien de omstandigheden, verlenen de verzekeringsondernemingen uitstel van betaling voor de werkgevers- en persoonlijke bijdragen. Daarom wordt de betalingstermijn van de taks verlengd.
Voor de premies en bijdragen die tussen 16 maart 2020 en 30 juni 2020 vervallen, is de taks in principe betaalbaar op de 20e van de maand die volgt op die waarin de bijdragen betaald zijn, doch uiterlijk op 20 juli 2020.
Vermits de opgave in de taks op de dag van de betaling ervan ingediend moet worden (art. 179/1, 4e lid WDRT), heeft de wijziging van de betalingstermijn ipso facto tot gevolg dat de indieningstermijn van die opgave wettelijk en op dezelfde manier gewijzigd wordt.
Tot slot, als de taks vereffend werd, maar de premie of bijdrage die ertoe aanleiding gegeven heeft niet in de beoogde periode betaald werd, kan de teruggaaf van de taks gevraagd worden aan de bevoegde diensten, met het voorbehoud dat de taks alsnog verschuldigd is indien die premie of bijdrage op een later tijdstip betaald wordt.
Bron: art. 27 wet van 29 mei 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, B.S., 11 juni 2020

Gepubliceerd op 19-06-2020

  154