Coronavirus COVID-19: Uitzonderlijke regels voor tewerkstelling, overwerk en overloon in ‘kritieke’ en ‘vitale’ sectoren

Met haar veertiende bijzonderemachtenbesluit wil de federale regering ervoor zorgen dat er voldoende werknemers aanwezig zijn om de kritieke sectoren in ons land draaiende te houden. Zelfs nu de grenzen gesloten zijn omwille van het coronavirus en de sectoren geconfronteerd worden met werknemers die ziek zijn of in quarantaine zitten. Werknemers uit kritieke sectoren krijgen dan ook de mogelijkheid om extra overuren te presteren. Zij kunnen de arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur aan elkaar rijgen en kunnen het gezelschap krijgen van niet-uitgeprocedeerde asielzoekers, collega’s uit andere sectoren en collega’s met een studentencontract. Voor een selectie van kritieke sectoren – de zogenaamde vitale sectoren – gelden er nog meer uitzonderingen.
Kritieke sectoren?
Het veertiende bijzonderemachtenbesluit is van toepassing op alle kritieke sectoren in ons land. Dat zijn de sectoren die worden opgelijst in het meest recente ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken. In het momenteel geldende ministerieel besluit van 23 maart 2020 worden die kritieke sectoren overigens ‘cruciale sectoren en essentiële diensten’ genoemd, of ‘handelszaken, private en publieke bedrijven die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale bedrijven van de Natie en de behoeften van de bevolking’.
120 extra vrijwillige overuren
Normaal gezien is de arbeidsduur beperkt tot 8 uur per dag, en 40 uren per week. Maar de arbeidswet kent veel uitzonderingen. De grenzen van de toegelaten arbeidstijd kunnen bijvoorbeeld met 100 uren per kalenderjaar overschreden worden op initiatief van, en met het akkoord van de werknemer zelf. Dat maximum van 100 vrijwillige overuren wordt voor de periode van 1 april 2020 tot en met 30 juni 2020 uitzonderlijk verhoogd tot 220 uren. Op voorwaarde dat die 120 bijkomende overuren ook werkelijk gepresteerd worden in een kritieke sector, tijdens het tweede kwartaal.
De 120 bijkomende uren tellen niet mee wanneer men het gemiddeld aantal uren per week berekent over een trimester; ze tellen ook niet mee voor de 143-urengrens.
Opmerkelijk: de werkgever is voor de 120 bijkomende overuren géén overloon verschuldigd.
De betrokken werknemers kunnen dus tijdens het tweede kwartaal van 2020 120 overuren presteren zonder overloon en daarnaast ook nog eens 100 overuren mét overloon: ’Het bijkomend contingent van 120 overuren mag (...) gebruikt worden vooraleer het basiscontingent van 100 overuren is opgebruikt’, staat er in de toelichting bij het KB.
Overeenkomsten van bepaalde tijd
Tot en met 30 juni 2020 kan de werkgever uit een kritieke sector opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor een beperkte duur van minstens 7 dagen sluiten, zonder dat hij door een overeenkomst van onbepaalde duur gebonden is.
Door deze maatregel kunnen werknemers uit niet-essentiële sectoren die momenteel tijdelijk werkloos zijn, voor korte tijd aan de slag gaan in een kritieke sector.
Collega’s-asielzoekers
Asielzoekers en andere vreemdelingen die een verzoek om internationale bescherming hebben ingediend in ons land, mogen hier aan het werk gaan als ze na vier maanden nog geen negatieve beslissing hebben gekregen van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen. Zij kunnen aan het werk blijven tot er een definitieve ongunstige beslissing genomen wordt over hun verzoek. Maar om het eventuele tekort aan werkkrachten op te vangen, laat het 14e bijzonderemachten-KB nu toe dat asielzoekers tijdelijk aan de slag gaan vooraleer hun 4 maanden wachttijd om zijn.
Op 2 voorwaarden: De betrokkene heeft zijn asielaanvraag ingediend vóór de coronacrisis begon, en ten laatste op 18 maart 2020. En de werkgever staat in voor de opvang van de asielzoeker-werknemer ‘teneinde het aantal verplaatsingen door werknemers te beperken’, aldus de toelichting bij het KB.
Deze maatregel geldt tot 30 juni 2020.
Collega’s uit andere sectoren
Werkgevers uit niet-essentiële sectoren kunnen op een soepele manier hun vaste werknemers ter beschikking stellen van gebruikers in een kritieke sector, zodat die gebruikers het hoofd kunnen bieden aan de gevolgen van de Covid-19-crisis.
Maar dat kan alleen als de betrokken vaste werknemers al vóór 10 aprilin dienst waren bij de werkgever die de werkkrachten ter beschikking stelt.
Het KB legt nog meer voorwaarden op: een schriftelijke overeenkomst, afspraken over wie, waarvoor aansprakelijk is, gelijke vergoedingen, enz. Het KB laat er ook geen twijfel over bestaan dat de gebruiker verantwoordelijk zal zijn voor de toepassing van de arbeids- en welzijnswetgeving op de werkplaats.
Ook deze maatregel blijft geldig tot eind juni.
Collega’s-studenten
Studenten kunnen 475 uren per jaar werken, zonder dat daarop socialezekerheidsbijdragen moeten worden betaald.
Het bijzonderemachten-KB zorgt er echter voor dat de uren die een student tijdens het tweede kwartaal van 2020 presteert in een kritieke sector, niet meetellen voor dat jaarlijkse contingent van 475 uur. Op die uren wordt enkel een solidariteitsbijdrage geheven.
Super-kritieke sectoren of ‘vitale sectoren’
In 4 zogenaamde ‘vitale sectoren’ gaat het 14e bijzonderemachten-KB nog een stapje verder. De vier worden omschreven aan de hand van hun paritair comité. Het gaat om:
  • het Paritair Comité voor de landbouw nr. 144, voor zover de werknemer uitsluitend wordt tewerkgesteld op de eigen gronden van de werkgever
  • het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf nr. 145, Met uitzondering van de sector inplanting en onderhoud van parken en tuinen
  • het Paritair Comité voor het bosbouwbedrijf nr. 146, en
  • het Paritair Comité voor de uitzendarbeid en de erkende ondernemingen die buurtwerken of -diensten leveren nr. 322, voor zover de uitzendarbeider wordt tewerkgesteld bij een gebruiker in één van de 3 hiervoor genoemde sectoren.
De Koning kan dit lijstje aanvullen.
In de vitale sectoren kunnen werknemers in loopbaanonderbreking en werknemers die hun arbeidsprestaties hebben verminderd, die onderbreking of vermindering voor een tijdje schorsen en kunnen zij weer aan de slag gaan bij hun werkgever of bij een andere werknemer uit een vitale sector. Daarna kan de loopbaanonderbreking of vermindering van arbeidsprestaties verdergezet worden alsof er niets gebeurd is.
Het KB legt een beperkt aantal formaliteiten op: een melding aan de RVA en een schriftelijke overeenkomst als de werknemer tijdelijk aan het werk gaat bij een andere werkgever. Het besluit zegt ook wat er met de onderbrekingsuitkeringen gebeurt en hoe het zit met de SZ-bijdragen.
De tijdelijke schorsing van de onderbreking of vermindering is op dit ogenblik maar mogelijk tot eind mei, maar de regering kan de maatregel verlengen tot eind juni.
Het 14e bijzonderemachten-KB is op 1 april 2020 in werking getreden.
Het treedt buiten werking op 31 mei (vitale sectoren) of 30 juni 2020 (alle kritieke sectoren).

Gepubliceerd op 30-04-2020

Berichttitel

Berichtomschrijving
  343