Coronavirus COVID-19 – Uitkering bij tijdelijke werkloosheid: het is de bedrijfsvoorheffing die verlaagd wordt, niet de belasting

De betaalde of toegekende wettelijke uitkeringen aan tijdelijk werklozen van 1 mei 2020 tot en met 31 december 2020 en die betrekking hebben op dagen van tijdelijke werkloosheid tijdens dezelfde periode, zijn onderworpen aan een bedrijfsvoorheffing van 15%.

We meldden al dat de bedrijfsvoorheffing enkel een voorschot is op de inkomstenbelasting die uiteindelijk betaald moet worden en dus aangerekend zal worden. Het tarief van de bedrijfsvoorheffing komt dus niet altijd overeen met het tarief van de inkomstenbelasting die uiteindelijk toegepast zal worden op deze uitkeringen. De belastingplichtige zal de uiteindelijke afrekening pas kennen op het moment dat hij zijn belastingbrief ontvangt (aanslagbiljet) voor het aanslagjaar 2021. Een schatting zal pas mogelijk zijn in het voorjaar van 2021 (Zie: "Coronavirus COVID-19 – Enkele interessante toelichtingen bij de fiscale behandeling van de tijdelijke werkloosheidsuitkeringen").
Een recente circulaire herhaalt dit gegeven: enkel de bedrijfsvoorheffing wordt verlaagd. De uiteindelijke belastingheffing zal de gewone tarieven volgen. Bij de belastingaangifte van 2021 is het dus mogelijk dat de belastingplichtige wat meer belastingen zal moeten betalen, of dat hij een kleinere belastingteruggave zal genieten dan gewoonlijk. Veel zal afhangen van zijn persoonlijke situatie.

Circulaire 2020/C/123 over wettelijke en eventuele extrawettelijke uitkeringen ingevolge tijdelijke werkloosheid (Addendum bij de circulaire 2020/C/92 van 3 juli 2020 over de wettelijke en eventuele extrawettelijke uitkeringen ingevolge tijdelijke werkloosheid), www.fisconetplus.be, © FOD Financiën, 23/09/2020

 

Gepubliceerd op 01-10-2020

  260