Coronavirus COVID-19 – Tijdelijke werkloosheid: welke impact heeft ze op de aanvullende pensioenen?

Tijdelijke werkloosheid (wegens overmacht of economische redenen) als gevolg van de coronacrisis werpt heel wat vragen op over de aanvullende pensioenen:
  •  blijft de tijdelijk werkloze werknemer aanvullende pensioenrechten opbouwen en de (werkgevers- en persoonlijke) premies of bijdragen betalen? Zo ja, op welke bezoldiging baseert men zich om deze te berekenen?
  •  blijft de overlijdensdekking spelen tijdens de periode van tijdelijke werkloosheid? Welke bezoldiging wordt in acht genomen in geval van forfaitaire prestatie bij overlijden?
  •  kan de verzekering premievrijstelling tussenkomen?
  •  heeft een werknemer die arbeidsongeschikt is tijdens de periode van tijdelijke werkloosheid in dat geval recht op een invaliditeitsrente? Hoe berekent men de wachttijd?
In haar persbericht biedt de Beroepsunie der Verzekeringsondernemingen Assuralia enkele antwoorden, maar geen volledige geruststelling.

Er werd bepaald dat “de verzekeraars de waarborgen inzake pensioenen, uitkeringen bij overlijden, invaliditeit en hospitalisatie, die werknemers genieten in het kader van groepsverzekeringen (onder meer de collectieve hospitalisatieverzekeringen) zullen handhaven bij tijdelijke werkloosheid, en werkgevers tot 30 september uitstel wordt gelaten om de premies te betalen. Dit in tegenstelling tot de normale regel die wil dat deze waarborgen vervallen in geval van opschorting van de arbeidsovereenkomst, wat het geval is bij tijdelijke werkloosheid. De bescherming van het groepscontract bij invaliditeit, hospitalisatie of overlijden kwijtspelen, uitgerekend in bange dagen, zou bijzonder nadelig kunnen zijn voor de betrokken werknemers. De verzekeraars vragen dan ook dat de handhaving van die waarborgen die ze aanbieden niet als voordeel in natura wordt aangemerkt in hoofde van de werknemer noch als dusdanig belast zou worden”.
Zoals u zelf kunt vaststellen, werden hiermee niet alle vragen beantwoord.
Hoewel heel wat werkgevers in de praktijk bereid zijn om de waarborgen te handhaven, zullen andere die met zware financiële problemen te kampen hebben wegens de coronacrisis niet zo snel geneigd zijn om de waarborgen te behouden en de premies te blijven betalen. De wetgeving kan hen daar overigens niet toe dwingen. Een K.B. via bijzondere volmachten zou één en ander kunnen verduidelijken, meer bepaald op het vlak van de praktische regeling van het uitstel van de premies tot 30 september.
Bovendien is het niet duidelijk hoe men het delicate probleem van de persoonlijke bijdragen kan regelen bij afwezigheid van loon? Kan men een regel met terugwerkende kracht toepassen? Het sociaal overleg met het oog op de aanpassing van het pensioenreglement zal hierbij cruciaal zijn.
Tot slot stippen we nog aan dat de maatregelen die de verzekeringssector genomen heeft niet van toepassing zijn op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (pensioenfondsen). Als de werkgever het beheer en de uitvoering van zijn pensioenplan aan een IBP toevertrouwd heeft, moet men eerst en vooral in het pensioenreglement nagaan welke regels van toepassing zijn en ze eventueel aanpassen aan de hand van bijlagen, wat niet zo evident is.
Tot slot kunnen we stellen dat de intentie om de pensioenwaarborgen voor tijdelijk werkloze werknemers te handhaven weliswaar lovenswaardig is, maar dat dringend klare wijn geschonken moet worden.
 
Bron:

Gepubliceerd op 17-04-2020

  209