Coronavirus COVID-19: Tijdelijke vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing (twee BV-aangiftes)

Om de sectoren te ondersteunen die zwaar getroffen zijn door de Covid 19-pandemie, mildert de wetgever de loonkost voor de maanden juni, juli en augustus 2020 via een gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing (BV).
Werkgevers moeten voor deze drie maanden slechts 50% van het verschil tussen enerzijds de BV van elk van deze maanden en anderzijds de BV van de referentiemaand (mei 2020) doorstorten naar de Schatkist. De BV op vakantiegeld, eindejaarspremie en achterstallige bezoldigingen wordt uitgesloten.
De totale vrijstelling over de drie maanden mag niet meer bedragen dan 20 miljoen euro.
De vrijstelling geldt voor werkgevers die gedurende een ononderbroken periode van minstens 30 kalenderdagen tussen 12 maart 2020 en 31 mei 2020 gebruik hebben gemaakt van het stelsel van tijdelijke werkloosheid.
Een KB van 22 augustus 2020 verplicht de werkgevers die van deze gedeeltelijke vrijstelling van BV willen genieten, om twee afzonderlijke aangiftes in de BV te overleggen.
Ze moeten ook gegevens en stukken ter beschikking houden van de administratie.

Het KB van 22 augustus 2020 heeft uitwerking op de vanaf 1 juni 2020 betaalde of toegekende bezoldigingen.
 
Bron:Koninklijk besluit van 22 augustus 2020 houdende uitvoering van artikel 2, achtste lid, van de wet van 15 juli 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie (CORONA III), met betrekking tot de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing, BS 31 augustus 2020.

– Wet van 15 juli 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie (CORONA III), BS 23 juli 2020 (art. 2).

Gepubliceerd op 01-09-2020

  175