Coronavirus COVID-19: Tijdelijke uitbreiding van vrijstelling bedrijfstoeslag SWT bij werkhervatting

Om nog meer mensen, die zich in het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag bevinden, aan te moedigen om opnieuw aan de slag te gaan, heeft de programmawet(I) van 26 december 2015 (B.S. 30 december 2015, 2e editie) voorzien om een belastingvrijstelling te voorzien voor de bedrijfstoeslag en aanvullende uitkering voor een termijn van werkhervatting bij een andere werkgever dan de vorige werkgever, of bij een werkhervatting als zelfstandige (nieuw artikel 38, § 1e, 1e alinea, 31°, W.I.B.92).

Dit vrijstellingsregime is tijdelijk uitgebreid in het kader van de Covid-19-crisis.

Opfrissing vrijstellingsregeling

Deze regeling geldt enkel voor mensen in SWT (niet voor mensen in “pseudobrugpensioen”). Hier worden dus bedoeld:
  • de verplichte bedrijfstoeslag die wordt betaald door de vroegere werkgever of door een fonds voor bestaanszekerheid in toepassing van CAO nr. 17 en die in elk geval moet worden doorbetaald bij werkhervatting;
  • de facultatieve aanvullende vergoeding die de werkgever daarbovenop betaalt, en die hij verplicht moet blijven betalen (op basis van een ondernemings-cao of van een individuele arbeidsovereenkomst) bij werkhervatting.
Om de termijn van werkhervatting te bepalen, wordt de totale duur van de werkhervattingen in een maand uitgedrukt in aantal gepresteerde dagen, omgezet naar een arbeidsregeling van zes dagen, of zesentwintig dagen voor een volledige maand. Elke werkdag wordt in aanmerking genomen, ongeacht het aantal effectief gepresteerde uren, en de volledige periode die gedekt is door een arbeidsovereenkomst of een activiteit als zelfstandige in hoofdberoep wordt beschouwd als een periode van werkhervatting, ongeacht het aantal effectief gepresteerde dagen.
De vrijstelling geldt dus voor de bedrijfstoeslagen en de aanvullende vergoedingen die toegekend worden voor een periode van werkhervatting. De 'matching' moet dus gebeuren op basis van de periode waarvoor de vergoeding wordt toegekend, niet op basis van de periode waarin de vergoeding wordt toegekend.
Een bedrijfstoeslag die in de maand december wordt toegekend voor de maand november, waarbij de werkhervatting ingaat vanaf december, komt bijgevolg niet in aanmerking voor de vrijstelling. Bovendien wordt een bedrijfstoeslag, toegekend voor de maand december 2019, een maand vóór de werkhervatting tijdens de hele maand, maar enkel betaald in februari 2020, een maand zonder werkhervatting, als inkomsten vrijgesteld voor de belastbare periode 2020.
Deze aanpak volgt gelijktijdig het sociaaljuridisch stelsel en laat ook toe om de berekening van de vrijgestelde vergoedingen uit te voeren als voor de vrijstelling van de sociale bijdragen en afhoudingen in het socialezekerheidsstelsel.

Tijdelijke uitbreiding

Tijdens de maanden april en mei 2020 heeft een werkloze met bedrijfstoeslag tijdelijk het werk kunnen hervatten in een essentiële sector met behoud van een deel van zijn toelagen (art. 3 § 1 van het KB van 23 april 2020, BS 30 april). Het kan ook gaan om een tewerkstelling bij een vroegere werkgever (art. 3, § 2, van het KB van 23 april 2020, BS 30 april).
Een nieuwe wet stelt dergelijke periode van werkhervatting door een werkloze met bedrijfstoeslag bij een vorige werkgever gelijk met een periode van werkhervatting bij een andere werkgever. Op die manier worden de bedrijfstoeslag en eventuele aanvullende vergoedingen, te betalen door de vorige werkgever, vrijgesteld van inkomstenbelastingen.
Noteer dat een gelijkaardig stelsel ook van toepassing is voor sociale bijdragen (Decava-bijdrage).
 
Bron:

Gepubliceerd op 12-06-2020

  219