Coronavirus COVID-19 - Studentenarbeid in zorgsector en onderwijs: uren vierde kwartaal 2020 en eerste kwartaal 2021 vallen buiten ‘475 uren-contingent’

De uren die jobstudenten in de zorgsector en in het onderwijs presteren tijdens het vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021 worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van het ‘jaarlijks contingent van 475 uren’ van de jobstudent dat niet onderworpen is aan ‘gewone’ sociale zekerheidsbijdragen.

Dit omdat studenten aan de slag zouden kunnen gaan in deze sectoren die als gevolg van de Covid-19-pandemie een grote behoefte hebben aan arbeidskrachten.

Onder de zorgsector vallen:

  • de paritaire comités 318, 319, 330, 331 en 332, en
  • de openbare zorginstellingen (NACE-codes 86101, 86102, 86103, 86104, 86109, 86210, 86901, 86903, 86904, 86905, 86906, 86909, 87101, 87109, 87901).

De Koning kan deze lijst aanvullen.
Studenten krijgen elk kalenderjaar van de overheid een pakket van 475 uren (‘contingent’) waarin ze minder sociale bijdragen betalen dan een gewone werknemer.
Via Student@work kunnen ze nagaan hoeveel uren ze nog over hebben. Ze mogen meer dan 475 uren werken, maar dan worden de sociale bijdragen hoger vanaf het 476ste gewerkte uur.

In werking: de ‘wet van 4 november 2020’ die deze maatregel invoert, treedt in werking op 23 november 2020.

Bron:

Gepubliceerd op 14-11-2020

  85