Coronavirus COVID-19: Ook vrijwilligersvergoedingen voor vrijwilligers in commerciële bejaardentehuizen

De vrijwilligerswet geldt alleen in feitelijke verenigingen en in publieke of privaatrechtelijke rechtspersonen zonder winstoogmerk. Maar met een bijzonderemachtenbesluit breidt de regering het toepassingsgebied uit tot de organisaties die niet werden opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk. Op voorwaarde dat die organisaties erkend werden ‘voor de bijstand aan en de zorg voor bejaarden en voor de opvang en de huisvesting van bejaarden’. Het gaat hier dus om rustoorden voor bejaarden (ROB), rust- en verzorgingstehuizen (RVT), voorzieningen voor de opvang en huisvesting van bejaarde personen, woonzorgcentra, woonzorgcentra met een bijkomende erkenning, enz. die in handen zijn van een commerciële organisatie.
De uitbreiding tot de commerciële centra geldt alleen van 1 mei 2020 tot 1 juli 2020. Al kan die periode bij koninklijk besluit verlengd worden.
Om te vermijden dat de commerciële centra hun eigen personeelsleden op tijdelijke werkloosheid zouden stellen en ze zouden vervangen door ‘goedkopere’ vrijwilligers, zegt het KB dat de vrijwilligerswet alleen geldt in periodes zonder tijdelijke werkloosheid.
De vrijwilligerswet regelt de arbeidsrechtelijke situatie en de aansprakelijkheid van de vrijwilliger en van de organisatie waarbij de vrijwilliger aan de slag gaat. De wet kent ook een lastenvrije onkostenvergoeding toe. Die bedraagt momenteel 34,71 euro per dag en 1.388,40 of 2.549,90 euro per jaar (inkomsten 2020, aanslagjaar 2021). De regering werkt bovendien aan een Schadeloosstellingsfonds voor slachtoffers van covid-19, en ook dat zal van toepassing zijn op de vrijwilligers in de commerciële centra.

Gepubliceerd op 04-06-2020

  58