Coronavirus COVID-19: Fiscale vrijstelling voor Covid-19-vergoedingen toegekend door gewesten, gemeenschappen, provincies en gemeenten

Een nieuwe wet voorziet een vrijstelling van inkomstenbelasting voor vergoedingen die door gewesten, gemeenschappen, provincies of gemeenten toegekend worden aan belastingplichtigen die slachtoffer zijn van de economische gevolgen als gevolg van de toepassing van de ministeriële besluiten van 13 maart 2020, houdende dringende bepalingen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 tegen te gaan, van 18 maart 2020, houdende dringende bepalingen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 tegen te gaan, en van 23 maart 2020, houdende dringende bepalingen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 tegen te gaan, of toegekend overeenkomstig een andere gewestelijke, gemeenschaps-, provinciale of gemeentelijke reglementering ten voordele van belastingplichtigen die slachtoffer zijn van de economische gevolgen van de COVID-19-pandemie.

Deze vrijstellingsmaatregel richt zich naar zowel fysieke als rechtspersonen.
De vrijstelling zal slechts toegekend worden op voorwaarde dat:
  • de vergoeding geen rechtstreekse of onrechtstreekse vergoeding is in ruil voor de levering van goederen of de prestatie van diensten;
  • de regelgeving op basis waarvan de vergoeding toegekend is, uitdrukkelijk bepaalt dat deze vergoeding toegekend is met als doel om het hoofd te bieden aan de rechtstreekse of onrechtstreekse economische of sociale gevolgen van de COVID-19-pandemie;
  • de vergoeding betaald of toegewezen is tussen 15 maart 2020 en 31 december 2020.
Dit betekent met name dat de forfaitaire vergoeding van 202,68 EUR, toegekend door het Vlaamse Gewest om elektriciteits-, verwarmings- of waterkosten te dekken voor de eerste maand van tijdelijke werkloosheid als gevolg van de coronacrisis, niet belast zal worden. Dergelijke vergoeding is in principe een vergoeding als volledige of gedeeltelijke vervanging van een tijdelijk loonverlies, en dus belastbaar als vervangingsinkomen. Er werd beslist om deze vergoeding vrij te stellen van inkomstenbelasting, zodat ze effectief de energie- en elektriciteitskosten kan dekken.
Tegelijk zullen de Vlaamse en Brusselse premie van 4 000 EUR of de Waalse premie van 5 000 EUR ten voordele van ondernemingen, vrijgesteld worden van belastingen.
Deze premies bestaan in principe uit vergoedingen van alle aard die de ondernemer verwerft tijdens de bedrijfsactiviteit ter compensatie of naar aanleiding van om het even welke handeling die kan leiden tot een vermindering van de beroepsactiviteit of de bedrijfswinsten, en zijn belastbaar als voordelen of winsten. Omdat het niet de bedoeling was om een om het even welke belasting te heffen op regionale steunmaatregelen, werd beslist om elke vorm van regionale financiële steun vrij te stellen van belastinginkomsten (Doc. Parl. Kamer, zittingsperiode 2020-2021, nr. 56-1174/001, p. 10).
Als de begunstigde een vennootschap is, zullen de vergoedingen in principe door de vennootschap geboekt worden in de resultatenrekening in het belastbare tijdperk waarin ze ontvangen werden. Hun vrijstelling vindt plaats door een toename van de startsituatie van de reserves.
Als de begunstigde een fysiek persoon-ondernemer is, moet hij de vrijgestelde sommen niet opnemen in zijn PB-, noch BNP-IP-aangifte. De vergoeding moet echter wel vermeld worden in het aanslagbiljet voor aanslagjaar 2021.
Tenslotte noteren we dat per amendement de fiscale vrijstelling voor de steunpremies toegekend door de Gemeenschappen en Gewesten uitgebreid is naar de overeenstemmende premies door de provincies of gemeenten.
 
Bron:

Gepubliceerd op 12-06-2020

  247