Coronavirus COVID-19: Europese Commissie doet aanbevelingen voor grensoverschrijdende inzet van gezondheidspersoneel

Heel wat Europese lidstaten die door de coronacrisis kampen met een acuut tekort aan medisch personeel schakelen gezondheidsmedewerkers in uit andere landen. Of ze kiezen ervoor om studenten geneeskunde vervroegd te laten afstuderen. Om niet te vervallen in een allegaartje aan regels binnen de EU heeft de Europese Commissie uniforme richtsnoeren opgesteld waarin ze de mogelijkheden overloopt. Ze benadrukt ook dat de lidstaten tijdens de coronacrisis de procedures voor de erkenning en vergunning van medisch personeel uit andere landen mogen versoepelen. Bijvoorbeeld door geen voorafgaande verklaring of controle van de beroepskwalificaties te eisen, door de aanvraagprocedure te versoepelen of door de termijnen voor de behandeling van de aanvragen in te korten.

Versoepelen van procedure tot erkenning en vergunning van medisch personeel uit andere lidstaten

Richtlijn 2005/36 laat de lidstaten toe om zich soepel op te stellen ten aanzien gezondheidsmedewerkers die uit andere lidstaten komen. Ongeacht of het doel tijdelijke dienstverlening of vestiging is. Ze kunnen hun erkennings- en vergunningsprocedure vereenvoudigen door de termijnen voor de behandeling van aanvragen in te korten, door minder documenten te vragen dan gewoonlijk, door geen voorafgaande verklaring of controle van de beroepskwalificaties te eisen, enz.
De Europese commissie benadrukt dat dit ook tijdens de coronacrisis een mogelijkheid is. Lidstaten kunnen bijvoorbeeld kiezen om alleen een eenvoudige voorafgaande verklaring te eisen van medisch personeel dat tijdens de crisis gaat bijspringen in een andere lidstaat. Er hoeft dan niet gewacht te worden op een beslissing van de bevoegde autoriteiten van de ontvangende lidstaat. De ontvangede lidstaat kan de verplichtingen m.b.t. verklaringen ook unilateraal opschorten.

Studenten vervroegd laten afstuderen

Lidstaten mogen studenten vervroegd laten afstuderen. Maar alleen als aan de minimumopleidingseisen in Richtlijn 2005/36 is voldaan. De betrokkenen kunnen dan ook worden ingezet om acute personeelstekorten op te vangen. De uitgereikte opleidingstitels worden automatisch erkend.
Wanneer niet aan de minimumopleidingseisen uit de richtlijn is voldaan, dan moeten de lidstaten een afwijking vragen zodat studenten die in 2020 afstuderen hun diploma kunnen behalen binnen de uitzonderlijke omstandigheden in verband met Covid-19. Die afwijking kan alleen worden toegestaan aan lidstaten die ernstige moeilijkheden ondervinden bij de toepassing van een of meerdere specifieke bepalingen uit de richtlijn. Bovendien moet een besluit of verordening moeten worden opgesteld waarin duidelijk wordt aangegeven van welke opleidingseisen wordt afgeweken en op wie de afwijking van toepassing is (alle afgestudeerden, individuele afgestudeerde, specifieke instellingen of gebieden, enz.). Bovendien moet de lidstaat specificeren hoe de afgestudeerde de ontbrekende delen van de minimumopleidingseisen zullen kunnen voltooien en op welke termijn.

Erkenning van gezondheidswerkers uit derde landen

Gezondheidspersoneel met diploma’s van buiten de EU worden volgens nationale procedures in de lidstaten erkend. Voor gezondheidszorgberoepen waarvoor minimumopleidingseisen op EU-niveau zijn geharmoniseerd (incl. artsen en algemene ziekenhuisverplegers) moet echter aan de minimumopleidingseisen van de EU worden voldaan. Als beroepsbeoefenaars niet-EU-kwalificaties hebben voor een van de beroepen die niet aan de geharmoniseerde eisen voldoen, moet een lidstaat die dergelijk diploma wil erkennen, compenserende maatregelen toepassen. De lidstaten kan de gezondheidsmedewerkers ook een andere status geven dan die van volwaardig lid van een van de beroepen waarvoor in de EU minimumopleidingseisen zijn geharmoniseerd.
Bron:

Gepubliceerd op 14-05-2020

  157