Coronavirus COVID-19: Dan toch geen opeising van gezondheidsbeoefenaars

Eind april besliste de federale regering dat de ministers van Binnenlandse Zaken en Volksgezondheid gezondheidsbeoefenaars zouden kunnen opvorderen in de strijd tegen het coronavirus. Die maatregel ging in op 4 mei en zou geldig blijven tot 31 december. Maar het opvorderingsrecht stuitteop zoveel protest binnen de sector dat de maatregel weer wordt ingetrokken. En dit vanaf 29 mei 2020.
Samen met het bijzonderemachtenbesluit op de opvordering van gezondheidsbeoefenaars wordt ook het bijzonderemachtenbesluit ingetrokken dat verpleegkundige taken tijdelijk liet uitvoeren door niet-verpleegkundigen.
Opvordering is een vergaande maatregel en het bijzonderemachten-KB nr. 16 bepaalde dan ook dat het recht op opvordering van een gezondheidsbeoefenaar alleen maar geactiveerd kon worden als de goede werking van een zorginstelling niet meer gegarandeerd kon worden door een tekort aan personeel én dat tekort niet meer kon opgevangen worden via de gebruikelijke mobiliseringsprocedures.
Het heeft niet mogen baten. De bevoegde ministers De Crem en De Block constateerden dat hun bijzonderemachtenbesluit tot grote maatschappelijke onrust leidde. Bovendien is de pandemie intussen zo geëvolueerd dat het onmiddellijke gevaar op een tekort aan gezondheidsbeoefenaars geweken is. Het bijzonderemachten-KB wordt dan ook ingetrokken vanaf 29 mei 2020.
Hetzelfde lot ondergaat het bijzonderemachtenbesluit nr. 9, dat toeliet dat bepaalde technische verpleegkundige verstrekkingen in coronatijden werden uitgeoefend door niet-bevoegde gezondheidsbeoefenaars. Ook dat bijzonderemachten-KB wordt ingetrokken vanaf 29 mei 2020.
Bron:Koninklijk besluit nr. 27 van 29 mei 2020 tot intrekking van het koninklijk besluit nr. 16 van 29 april 2020 tot uitvoering van artikel 5, § 1, 2°, van de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II), met het oog op opvordering van gezondheidszorgbeoefenaars, BS 29 mei 2020.
Bron:Koninklijk besluit nr. 26 van 29 mei 2020 tot intrekking van het koninklijk besluit nr. 9 van 19 april 2020 tot uitvoering van artikel 5, § 1, 2° van de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II), met het oog op het tijdelijk toestaan van de uitoefening van de verpleegkunde door niet bevoegde gezondheidszorgbeoefenaars, BS 29 mei 2020.

Koninklijk besluit nr. 16 van 29 april 2020 tot uitvoering van artikel 5, § 1, 2°, van de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II), met het oog op opvordering van gezondheidszorgbeoefenaars, BS 4 mei 2020.

Koninklijk besluit nr. 9 van 19 april 2020 tot uitvoering van artikel 5, § 1, 2° van de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II), met het oog op het tijdelijk toestaan van de uitoefening van de verpleegkunde door niet bevoegde gezondheidszorgbeoefenaars, BS 4 mei 2020.

Gepubliceerd op 03-06-2020

  66