Coronavirus COVID-19 - Biologische agentia: Europa dringt aan op duidelijke schriftelijke instructies tegen covid-19-virus

Begin deze maand besliste de Europese Unie om het SARS-CoV-2-virus dat covid-19 veroorzaakt, op te nemen in risicogroep 3 van de richtlijn op de biologische agentia. Dat gebeurde met richtlijn 2020/739. Werknemers die beroepshalve blootgesteld worden aan het covid-19-virus, of kúnnen blootgesteld worden aan dat virus, worden zo beter beschermd. In een aanvullende Verklaring bij richtlijn 2020/739 biedt de Europese Commissie haar hulp aan om de richtlijn zo snel mogelijk om te zetten in nationaal recht, dringt zij aan op schriftelijke instructies en aanplakbiljetten voor alle betrokken werknemers, en kondigt zij aan dat ze de regels op de biologische agentia nog dit jaar zal herbekijken in het licht van de huidige pandemie.
De Commissie wijst erop dat de richtlijn op de biologische agentia alle werkgevers ‘een niet-onderhandelbare verplichting oplegt om een volledige en actuele risicobeoordeling uit te voeren’. Alle risico’s op de werkplek moeten onderzocht en beoordeeld worden, met inbegrip van hun interactie met psychosociale, biologische, chemische en andere risico’s. De werkgever neemt relevante preventieve en beschermende maatregelen – ook in het geval van een mógelijke blootstelling – en hij verstrekt informatie over de risico’s en maatregelen, voor het bedrijf als geheel én voor elke werkplek of functie afzonderlijk. Elke werknemer heeft bovendien recht op een adequate opleiding, in de vorm van informatie en instructies die aangepast zijn aan zijn werkplek of functie.
De Commissie dringt erop aan dat die instructies schriftelijk worden gegeven, eventueel in de vorm van aanplakbiljetten, en dat ze ten minste de procedure bevatten die gevolgd moet worden bij een effectieve blootstelling aan het biologisch agens.
De Commissie overloopt in haar Verklaring ook de andere verplichtingen.
De Europese Commissie laat ook weten dat zij het Comité van hoge functionarissen van de arbeidsinspectie zal bijeenroepen om ‘ondersteunende handhavingsmaatregelen’ uit te voeren. Dat zij in samenwerking met het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats de toepassing van goede praktijken zal stimuleren en dat zij het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OHSA) al de opdracht heeft gegeven om de goede praktijken over te nemen in de online-richtsnoeren voor risicobeoordeling.
De Commissie merkt op dat het SARS-CoV-2-virus werd ingedeeld in risicogroep 3, maar dat er geen wezenlijk onderscheid is tussen de preventie- en beschermingsmaatregelen voor de risicogroepen 3 (de op één na hoogste klasse) en risicogroep 4 (de hoogste klasse). Het maakt ook niet uit of een activiteit plaats vindt in een laboratorium, n.a.v. een industrieel proces waarbij monsters van het virus worden gebruikt, of in isolatievoorzieningen waar besmette of vermoedelijk besmette patiënten liggen.
De lidstaten krijgen maar 5 maanden de tijd om richtlijn 2020/739 om te zetten in nationaal recht. De Commissie herhaalt bovendien haar oproep om de omzetting nog sneller te laten verlopen en ze biedt daartoe haar hulp aan. De Commissie bekijkt ook nog dit jaar of de richtlijn op de biologische agentia kan bijgestuurd worden voor een betere paraatheids- en reactieplanning op alle werkplekken.

Gepubliceerd op 30-06-2020

  14