Coronavirus COVID-19: betalingsuitstel RSZ aangevuld en verfijnd

Ondernemingen die door de coronamaatregelen moesten sluiten, waarvan de economische activiteit sterk is gedaald of die met zwaar omzetverlies kampen, hebben onder bepaalde voorwaarden recht op uitstel van RSZ-betalingen tot 15 december 2020. Het bijzondere machtenbesluit van 4 mei 2020 waarmee de Regering-Wilmès II het uitstel invoert, blijkt echter heel wat onduidelijkheden te bevatten. Vooral wat betreft de termijnen en de mogelijke sancties bij laattijdige betalingen. Een aanvullend KB zorgt daarom voor de nodige aanvullingen en correcties.

Automatisch uitstel ook voor werkgevers uit toeristische sector

De regering verduidelijkt dat ook werkgevers uit de toeristische sector genieten van het automatische betalingsuitstel van de RSZ-bijdragen. Net als werkgevers die behoren tot de culturele, festieve, recreatieve en sportieve sector die in toepassing van de ministeriële besluiten van 13, 18 en 23 maart hun inrichting moesten sluiten.

Duiding periode van uitstel en uitzonderingen

Omdat er verwarring over bestond, wordt zowel de periode waarop het uitstel slaat gepreciseerd als de bedragen waarvoor het automatisch betalingsuitstel NIET geldt.
Het automatisch betalingsuitstel heeft betrekking op de bijdragen verschuldigd aan de RSZ die vervallen vanaf 20 maart 2020 tot 15 december 2020, met uitzondering van
  • de bedragen die verschuldigd zijn na ambtshalve rechtzettingen door de RSZ voor het tweede kwartaal 2020
  • de voorschotten voor het derde kwartaal 2020
  • het saldo voor het derde kwartaal 2020
  • het eerste en tweede voorschot voor het vierde kwartaal 2020.
Dit geldt trouwens ook voor de ondernemingen die geen automatisch uitstel genieten, maar uitstel na indiening van een verklaring op eer. De regering stelt nu wel uitdrukkelijk dat die verklaring op eer tussen 20 maart en 31 juli 2020 moet worden ingediend.
! de bedragen die op het ogenblik van et indienen van een verklaring op eer vervallen en betaald zijn, worden door de RSZ niet terugbetaald.

Aanvragen voor 31 juli 2020

In de regeling staat voortaan uitdrukkelijk dat àlle aanvragen voor betalingsuitstel voor 31 juli 2020 moeten worden ingediend.

De bedragen waarvoor uitstel van betaling werd verkregen, moeten dan uiterlijk op 15 december 2020 betaald zijn aan de RSZ.

Erkende sociale secretariaten hebben tijd tot 23 december 2020

De erkende sociale secretariaten hebben tot 23 december 2020 de tijd om de bijdragen die zijn van hun aangeslotenen hebben verkregen en die betrekking hebben op de vervallen bijdragen voor het eerste en tweede kwartaal 2020 en op het debetbericht voor de jaarlijkse vakantie van handarbeiders voor het vakantiedienstjaar 2019 door te storten aan de RSZ.
Maar let op: de ontvangen stortingen die betrekking hebben op de rechtzettingen van bijdragen die tijdens de periode van het betalingsuitstel werden opgesteld en de achterstallen moeten ten laatste op 15 december 2020 via individuele stortingen worden overgemaakt aan de RSZ.

Sancties bij laattijdige betalingen

Werkgevers die betalingsuitstel kregen, maar de betrokken bedragen niet tijdig hebben betaald aan de RSZ (maw zij die de deadline van 15 december 2020 niet haalden), zijn bijdrageopslagen (10% van het verschuldigde bedrag) en verwijlinteresten (7% per jaar) verschuldigd. De interesten worden berekend vanaf 16 december 2020 tot de dag waarop de betaling van het saldo plaatsvindt.

Geen forfaitaire vergoeding bij laattijdig betalen kwartaalvoorschotten eerste en tweede kwartaal 2020

De forfaitaire vergoeding die normaal verschuldigd is door werkgevers die hun kwartaalvoorschotten laattijdig betalen, is niet van toepassing voor de voorschotten m.b.t het eerste en tweede kwartaal 2020.
Uitwerking: retroactief vanaf 20 maart 2020.
Bron:

Koninklijk besluit nr. 30 van 4 juni 2020 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 17 van 4 mei 2020 tot uitvoering van artikel 5, § 1, 3°, van de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II), met het oog op het verlenen van uitstel van betaling aan bepaalde werkgevers van de bedragen geïnd door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, BS 15 juni 2020.

Koninklijk besluit nr. 17 van 4 mei 2020 tot uitvoering van artikel 5, § 1, 3°, van de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II) met het oog op het verlenen van uitstel van betaling aan bepaalde werkgevers van de bedragen geïnd door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, BS 12 mei 2020.

Gepubliceerd op 16-06-2020

  130