Coronavirus COVID-19: Beheerscomité zelfstandigen moet onrechtmatig betaalde arbeidsongeschiktheidsuitkeringen altijd terugvorderen van wie corona-overbruggingsrecht krijgt

Zelfstandigen en meewerkende echtgenoten die het corona-overbruggingsrecht ontvangen, kunnen geen arbeidsongeschiktheidsuitkering meer krijgen. Wanneer die hen toch wordt uitbetaald, zullen ze die moeten terugbetalen. Het Beheerscomité van de uitkeringsverzekering voor zelfstandigen van de Dienst voor uitkeringen van het RiZiV mag niet verzaken aan de terugvordering van deze onterecht uitbetaalde sommen.
Het Beheerscomité heeft deze (en andere) bepaling(en) toegevoegd aan Verordening van 12 februari 2001 tot uitvoering van artikel 22§2 a) van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het “handvest” van de sociaal verzekerde.
De maatregel heeft retroactief uitwerking vanaf 1 maart 2020 en is van toepassing op de uitkeringen die vanaf die datum ten onrechte worden betaald.

Wat zegt de Verordening voortaan?

Onterecht uitbetaalde uitkeringen moeten in principe altijd worden terugbetaald. Maar de Verordening van 12 februari 2001 laat een sociaal verzekerde die ter goeder trouw is en aan wie een beslissing tot terugvordering van het onverschuldigde bedrag werd betekend toe om een verzoek tot verzaking in te dienen bij het Beheerscomité van de uitkeringsverzekering voor zelfstandigen van de Dienst voor uitkeringen. Op basis daarvan kan het Beheerscomité dus beslissen om af te zien van de terugvordering.
De Verordening stelt evenwel ook uitdrukkelijk dat de procedure van verzaking in bepaalde gevallen niet mag worden toegepast. Dit is het geval voor
  • onverschuldigde bedragen van minder dan of gelijk aan 250 euro
  • onverschuldigde bedragen die overeenstemmen met de uitkeringen die werden uitbetaald na de hervatting van een beroepsactiviteit bedoeld in artikel 66 2° van het KB van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten, m.u.v. de activiteiten bedoeld in artikel 23ter van dat besluit
  • onverschuldigde bedragen voor de terugvordering waarvan het ziekenfonds gesubrogeerd is in de rechten van de sociaal verzekerde krachtens artikel 29 §1 1), 2° en 4° en artikel 30 van het KB van 20 juli 1971, met uitzondering van het gedeelte van het onverschuldigde bedrag in artikel 10 van hoofdstuk III en de uitkeringen die ten onrechte werden toegekend aan de gerechtigde ingevolge samenloop met één van de voordelen bedoeld in artikel 28 §1, eerste lid en §2, artikel 28bis of artikel 29 §1 5°. Artikel 28§2 verwijst naar het corona-overbruggingsrecht op basis van de wet van 23 maart 2020.
Bron:

Gepubliceerd op 13-10-2020

  79