Coronavirus COVID-19: 11,11% bedrijfsvoorheffing op tijdelijke aanvullende primaire arbeidsongeschiktheidsuitkering voor zelfstandigen

Een KB van 27 september 2020 legt de bedrijfsvoorheffing die wordt ingehouden op de tijdelijke aanvullende primaire arbeidsongeschiktheidsuitkering die aan sommige zelfstandigen en meewerkende echtgenoten wordt toegekend, vast op 11,11%.
Het KB past daarvoor de toepassingsregels voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing aan, die in de bijlage III van het KB/WIB 1992 staan.

Aanvullende crisisuitkering

Sommige zelfstandigen en meewerkende echtgenoten die tijdens de coronacrisis arbeidsongeschikt worden of die hun activiteit gedurende minstens 7 opeenvolgende dagen moesten stopzetten, hebben sinds 1 maart 2020 recht op een aanvullende crisisuitkering.
De vergoeding wordt toegekend naar analogie met de tijdelijke aanvulling op de uitkeringen voor primaire arbeidsongeschiktheid voor werknemers. Of meer concreet als de arbeidsongeschiktheidsuitkering onder de grens van het corona-overbruggingsrecht ligt, dan wordt het verschil bijgepast.
De zelfstandige of meewerkende echtgenoot die aan alle voorwaarden voldoet, heeft recht op deze aanvullende primaire arbeidsongeschiktheidsuitkering voor de periode van zijn/haar arbeidsongeschiktheid die loopt tot en met 31 december 2020.

Bedrijfsvoorheffing

Op de wettelijke uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid moet in de regel 11,11% bedrijfsvoorheffing (BV) worden ingehouden.
Maar de netto-uitkering bij primaire arbeidsongeschiktheid van zelfstandigen en meewerkende echtgenoten mag niet onder een bepaald bedrag dalen als gevolg van de inhouding van de BV (zie nr. 2.12.C.1.b) van de toepassingsregels in bijlage III bij het KB/WIB 1992).
Deze laatste regel maakt de inhouding van de BV op de tijdelijke aanvullende primaire ongeschiktheidsuitkeringen erg complex en moeilijk implementeerbaar voor de uitkeringsinstellingen (ziekenfondsen).
Om de uitbetaling van deze uitkeringen niet in het gedrang te brengen door de complexiteit van de berekening van de BV wordt deze regel - net zoals voor de werknemers - ook voor de zelfstandigen en meewerkende echtgenoten vereenvoudigd.
Er zal ook altijd 11,11% BV ingehouden worden op de tijdelijke aanvullende primaire arbeidsongeschiktheidsuitkeringen aan zelfstandigen en meewerkende echtgenoten.

Uitbetaling aanvullende crisisuitkering

De ziekenfondsen zullen de aanvullende crisisuitkering waarop de zelfstandigen en meewerkende echtgenoten recht hebben, tegen 1 januari 2021 uitbetalen voor de periode van arbeidsongeschiktheid die deze betaaldatum voorafgaat.

In werking

Het KB van 27 september 2020 heeft uitwerking vanaf 15 september 2020.
Het is van toepassing op de aanvullende uitkeringen die vanaf dan worden betaald of toegekend.
Bron:Koninklijk besluit van 27 september 2020 tot wijziging van de bijlage III van het KB/WIB 92 op het stuk van de bedrijfsvoorheffing op de wettelijke uitkeringen voor primaire arbeidsongeschiktheid van zelfstandigen, BS 2 oktober 2020.

– Koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, BS 13 september 1993 (KB/WIB 1992) (Bijlage III, nr. 2.12.C.1.b))

Koninklijk besluit van 15 september 2020 houdende toekenning, ingevolge de COVID-19-pandemie, van een aanvullende crisisuitkering aan sommige arbeidsongeschikt erkende zelfstandigen en meewerkende echtgenoten, BS 23 september 2020.

Koninklijk besluit van 9 juli 2020 tot wijziging van de bijlage III van het KB/WIB 92 op het stuk van de bedrijfsvoorheffing op de wettelijke uitkeringen voor primaire arbeidsongeschiktheid van werknemers, BS 15 juli 2020.

Wet van 24 juni 2020 houdende toekenning van een tijdelijke aanvulling op de uitkeringen voor primaire arbeidsongeschiktheid, BS 2 juli 2020.

Gepubliceerd op 04-10-2020

  97