Coronacrisis COVID-19: Tijdelijke crisismaatregel ‘overbruggingsrecht zelfstandigen’ ook voor actieve gepensioneerden en sommige zelfstandigen in bijberoep

Het KB nr. 13 van 27 april 2020 versterkt de tijdelijke crisismaatregelen die werden genomen in het sociaal statuut van de zelfstandigen in het kader van Covid-19.
Dit KB bevat drie maatregelen ten gunste van zelfstandigen die getroffen worden door de coronacrisis:
  • de eerste maatregel voorziet de toekenning van een gedeeltelijke financiële uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht voor bepaalde zelfstandigen in bijberoep en actieve gepensioneerden die verplicht zijn hun activiteiten te onderbreken omwille van Covid-19;
  • de tweede maatregel laat toe om de financiële uitkeringen van de crisismaatregel overbruggingsrecht zelfstandigen te cumuleren met een vervangingsinkomen;
  • de derde maatregel is een technische maatregel, maar zeer belangrijk voor het beheer van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht door de sociale verzekeringsfondsen. De maatregel heeft betrekking op het luik van het ‘behoud van de rechten op de ziekte- en invaliditeitsverzekering’ dat gewoonlijk deel uitmaakt van het klassieke overbruggingsrecht. Dit luik speelt een rol in de dossiers over de opbouw van pensioenrechten van de zelfstandigen.
Overbruggingsrecht voor bepaalde zelfstandigen in bijberoep en actieve gepensioneerden
Door de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht krijgen zelfstandigen die hun activiteit volledig of gedeeltelijk moeten onderbreken door de coronacrisis voor elke maand van onderbreking een maandelijks vervangingsinkomen van 1.291,69 euro (1.614,10 euro bij gezinslast).
Die onderbreking is ofwel een volledige onderbreking (bv. bars, restaurants, kleinhandelszaken), ofwel een gedeeltelijke onderbreking (bv. horeca beperkt tot take-away) die is opgelegd door federale sanitaire maatregelen, ofwel – voor de andere sectoren – uit een volledige vrijwillige onderbreking van ten minste 7 opeenvolgende kalenderdagen gelinkt met de coronacrisis.
Deze maatregelen gelden enkel voor zelfstandigen die bijdragen betalen in hoofdberoep (zelfstandigen in hoofdberoep en zelfstandigen in bijberoep die wettelijk hun bijdragen betalen op basis van een netto belastbaar inkomen dat hoger is dan 13.993,78 euro).
De eerste maatregel die het KB nr. 13 van 27 april 2020 invoert, richt zich tot twee andere categorieën van zelfstandigen die, wanneer zij hun activiteit moeten onderbreken door de coronacrisis, ook een verlies van inkomsten en koopkracht hebben:
  • de zelfstandigen in bijberoep wiens wettelijk verschuldigde voorlopige bijdragen berekend worden op een referte-inkomen van N-3 dat zich situeert tussen 6.996,89 euro en 13.993,78 euro. Het gaat bv. om een loontrekkende (halftijds of voltijds) die een relatief grote activiteit in bijberoep heeft (bv. bar, paramedische activiteit, winkel) die hij verplicht moet onderbreken door de crisis. Een onderbreking die hem zou treffen in maart en april, zou hem recht geven op een financiële uitkering die voor elke maand maximaal 645,85 euro (807,05 euro bij gezinslast) kan bedragen; dit bedrag komt overeen met de helft van het klassieke bedrag van de financiële uitkering. Voor deze categorie wordt de cumul tussen de halve financiële uitkering en andere vervangingsinkomens slechts toegestaan voor zover de som van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht en de andere vervangingsinkomens per maand het totaalbedrag van 1.614,10 euro niet overschrijdt. Bij overschrijding wordt de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht verminderd ten belope van deze overschrijding;
  • de actieve gepensioneerde zelfstandigen wiens wettelijk verschuldigde voorlopige bijdragen berekend worden op een referte-inkomen van N-3 dat hoger is dan 6.996,89 euro, onder dezelfde voorwaarden (halve financiële uitkering).
Er moet een specifiek aanvraagformulier ingevuld en terugbezorgd worden aan het sociaal-verzekeringsfonds.
Cumul met vervangingsinkomen
De tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht dekt ook situaties waarbij de onderbreking van de zelfstandige activiteit plaatsvindt bij een zelfstandige die (door zijn leeftijd (pensioen), of door zijn situatie als loontrekkende, of door een arbeidsongeschiktheid of invaliditeit (in bijberoep)) ook een vervangingsinkomen geniet:
  • sommigen cumuleren deze effectieve activiteit als zelfstandige met een vervangingsinkomen (tijdelijke werkloosheid, werkloosheid, pensioen) en moeten deze effectieve zelfstandige activiteit onderbreken door Covid-19;
  • sommigen moeten hun zelfstandige activiteit onderbreken door Covid-19 en genieten tijdens deze onderbreking van een vervangingsinkomen (tijdelijke werkloosheid, werkloosheid, pensioen of arbeidsongeschiktheid door bv. een besmetting met Covid-19).
De tweede maatregel van het KB nr. 13 van 27 april 2020 laat een cumul toe van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht met een ander vervangingsinkomen wanneer wordt voldaan aan alle voorwaarden om deze tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht te bekomen.
Opgelet! Voor de zelfstandigen in bijberoep die sociale bijdragen betalen op een jaarlijks inkomen dat zich situeert tussen 6.996,89 euro en 13.993,78 euro, en de actieve gepensioneerde zelfstandigen die bijdragen betalen op basis van netto belastbare jaarlijkse inkomsten die hoger zijn dan 6.996,89 euro, is de cumul slechts toegestaan op voorwaarde dat de som van de halve financiële uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht en de andere vervangingsinkomens per maand het bedrag van 1.614,10 euro niet overschrijdt. Bij een overschrijding zal het maandelijks bedrag van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht verminderd worden ten belope van deze overschrijding.
Deze maatregel laat in geen geval toe te genieten van de financiële uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht voor een zelfstandige activiteit die al onderbroken is om andere redenen dan Covod-19. Een zelfstandige in arbeidsongeschiktheid of invaliditeit opent geen recht op de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht.
Een zelfstandige die de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht geniet voor een maand, en die arbeidsongeschikt erkend wordt in diezelfde maand, kan de financiële uitkering overbruggingsrecht wel behouden. Hij zal ten vroegste de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ontvangen van zijn mutualiteit op de eerste dag van de volgende maand.
Zelfstandigen in arbeidsongeschiktheid of invaliditeit, die een zelfstandige activiteit uitoefenen die toegelaten is door de adviserend geneesheer van hun mutualiteit, kunnen geen aanspraak maken op de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht. Wanneer zij hun toegelaten zelfstandige activiteit moeten onderbreken omwille van Covid-19 dan vallen zij integraal terug op het volledige bedrag van de arbeidsongeschiktheids- of invaliditeitsuitkering.
Beheer tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht door sociale verzekeringsfondsen
Voor de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht betreft, verstoort het luik “automatisch behoud op de rechten van de ziekte- en invaliditeitsverzekering” de dossiers van de zelfstandigen over de opbouw van pensioenrechten: zonder de uitdrukkelijke uitsluiting van dit luik “behoud van ZIV-rechten”, is het niet mogelijk om de bijdrage van het tweede kwartaal 2020 in te kohieren, met als dubbel effect:
  • de annulering van de volledige bijdrage, en
  • het feit dat de betrokken zelfstandigen automatisch en definitief hun pensioenrechten ontzegd worden voor dit kwartaal (zonder de mogelijkheid om af te kopen).
De derde maatregel van het KB nr. 13 van 27 april 2020 voorziet dus in de uitsluiting van het luik “behoud van ZIV-rechten door te bepalen dat het behoud van sociale rechten inzake de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (beoogd in art. 3, 2°, wet van 22 december 2016) niet van toepassing is op de zelfstandigen, helpers en meewerkende echtgenoten beoogd in artikel 3 van de wet van 23 maart 2020. Deze zelfstandigen zullen verder kunnen kiezen, in functie van hun financiële situatie, om ofwel hun bijdragen te betalen, ofwel een uitstel van betaling voor één jaar te vragen, ofwel een vrijstelling aan te vragen. In deze drie gevallen wordt hun dekking in de ZIV verzekerd. De vereenvoudigde formulieren staan al op de websites van de sociale verzekeringsfondsen.
Deze maatregel laat ook toe om een eenvoudig en duidelijk kader van de crisismaatregelen ten gunste van zelfstandigen te behouden:
  • financiële uitkering via het overbruggingsrecht;
  • uitstel van één jaar, zonder verhogingen en met behoud van rechten;
  • vrijstelling van bijdragen.
Met deze maatregel worden de zelfstandigen die dicht bij hun pensioen staan, niet plots gehinderd worden in de opbouw van hun loopbaan.
Het RSVZ houdt momenteel een reeks dossiers in beraad (m.b.t. de oppensioenstellingen op 1 juli 2020) in afwachting van de bevestiging dat de betrokken zelfstandigen de bijdragen voor het 2de kwartaal 2020 effectief verschuldigd zijn. Zonder deze maatregel wordt hun oppensioenstelling verschoven naar 1 oktober 2020.
In werking
Het KB nr. 13 van 27 april 2020 heeft uitwerking met ingang van 1 maart 2020.
Bron:

Koninklijk besluit nr. 13 van 27 april 2020 tot wijziging van wet van 23 maart 2020 tot wijziging van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen en tot invoering van tijdelijke maatregelen in het kader van Covid-19 ten gunste van zelfstandigen, in het bijzonder voor wat betreft de uitbreiding naar bepaalde zelfstandigen in bijberoep en actieve gepensioneerden, BS 29 april 2020.

Wet van 23 maart 2020 tot wijziging van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen en tot invoering van tijdelijke maatregelen in het kader van Covid-19 ten gunste van zelfstandigen, BS 24 maart 2020 (art. 3)

Wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht -ten gunste van zelfstandigen, BS 6 januari 2017 (art. 3, 2°).

Gepubliceerd op 30-04-2020

  61