Vrijheid van meningsuiting en wetenschappelijke kritiek

Vrijheid van meningsuitingVrijheid van meningsuiting – wetenschappelijke kritiek – volksgezondheid – kritiek op alternatieve kankerbehandelingen – toelaatbaarheid

De vrijheid van expressie en informatie vormt een fundamentele pijler voor een democratische rechtsstaat. Die vrijheid houdt ook in dat er plaats moet zijn voor inlichtingen en denkbeelden die ergeren, shockeren of verwarring kunnen zaaien, zolang er maar niet wordt aangezet tot racisme, haat of geweld. Zonder botsing van ideeën is er geen pluralisme, verdraagzaam heid en openheid van geest. De vrijheid van meningsuiting wordt aldus geplaatst in het kader van de voor de democratische samenleving kenmerkende brede maatschappelijke discussie, waarin van iedere individu wordt verwacht dat hij of zij zich op een autonome wijze een mening vormt en dit op basis van de hem ter beschikking staande informatie.

De litigieuze informatie, verspreid via internet, past in een algemeen forum over kanker en alternatieven waarbij duidelijk gesteld wordt dat deze ‘alternatieven’ kritisch bekeken worden en waarbij diegene die hierover onderzoek hebben gedaan zich identificeren. Het gaat om twee wetenschappers die de door appellant gehanteerde methodes om kanker te bestrijden ernstig in vraag stellen en die patiënten willen behoeden om naar wonderbehandelingen te grijpen waarvan beweerd wordt dat ze doeltreffend zijn maar waarvan op ‘wetenschappelijk’ vlak ofwel het bewijs niet voorligt van enig nut voor de behandeling van kanker of waarvan zelfs vaststaat dat ze zinloos zijn of zelfs gevaarlijk kunnen zijn of die nog in een stadium van onderzoek zijn.

Het recht op een integere informatie wanneer het om de volksgezondheid gaat in het algemeen en de persoonlijke gezondheid in het bijzonder, primeert op de eigen belangen van appellant zoals het recht op goede naam en faam. Uit de door geïntimeerden geformuleerde kritiek blijkt enkel dat zij zich hebben laten leiden door hun wil om patiënten die zich door hun ziekte reeds in een zeer precaire situatie bevinden zo precies mogelijk – met de medische middelen die voorhanden zijn en gekend zijn – te informeren en wegwijs te maken in een welbepaald vakgebied veeleer dan dat zij gehandeld zouden hebben enkel en alleen met de bedoeling appellant schade toe te brengen, zoals deze laatste poogt aan te tonen.


Bron: Brussel 30 september 2014, NjW 2014, afl. 313, 938.

De volledige tekst vindt u in het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW). Klik hier voor meer informatie over het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW), alsook voor de abonnementsvoorwaarden.

NjW kan ook gelezen worden op smartphone en tablet. Wie al een abonnement heeft op de papieren versie geniet van een voordeeltarief. Klik hier voor meer informatie over NjW mobiel. 

>>> Als u nu een jaarabonnement neemt op NjW ontvangt u gratis de uitspraak en de bespreking van Eric Brewaeys in pdf-formaat. Zend hiervoor een e-mail met vermelding van alle vereiste contactgegevens voor de levering en facturatie van uw abonnement naar: njw@wolterskluwer.be.

De website van NjW: www.e-njw.be

Op Jura vindt u meer rechtsleer over exceptie van borgstelling van de vrijheid van meningsuiting.


Gepubliceerd op 23-12-2014

  109