Stakingsrecht

StakingStakingsrecht – collectieve actie – eenzijdige verzoekschrift – kort geding – voorwaarden – bedrijfsbezetting – collectief ontslag – feitelijkheden – art. 584 lid 3 Ger.W. – volstrekte noodzakelijkheid

Het verpakkingsbedrijf Crown besloot begin 2012 om haar vestiging in Deurne te sluiten, met als mogelijk gevolg het collectief ontslag van 305 werknemers. De informatie- en consultatieprocedure werd vervolgens regelmatig afgehandeld, waarna werd besloten om over te gaan tot collectief ontslag. Hierop werden de bedrijfsactiviteiten stopgezet. Met de werknemers werd afgesproken dat zij verder geen arbeid hoefden te presteren, met behoud van hun loon. Bij de besprekingen over het sociaal plan liep het echter mis. Na de publicatie van een interview met een vakbondssecretaris in de regionale krant, liet de werkgever het bedrijf afsluiten en meldde hij dat de onderhandelingen voortaan elders zouden plaatsvinden. Actievoerende werknemers verschaften zich daarop toch toegang tot het bedrijfsterrein. Volgens de werkgever vernielden zij hierbij de kettingen aan de poorten en ontvreemden zij de bewakingsvideobeelden om niet geïdentificeerd te kunnen worden. Vervolgens riepen de vakbonden op tot een solidariteitsactie op 19 juni 2012. Ter voorkoming hiervan wendde de werkgever zich via een eenzijdig verzoekschrift op 15 juni 2012 tot de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (in kort geding). De werkgever betichtte de actievoerders van het aanbrengen van vernielingen en het verhinderen van werkwilligen om arbeid te presteren (er was met name nog steeds een administratieve afdeling actief). De voorzitter verklaarde de vordering evenwel ongegrond. In hoger beroep haalde de werkgever wel zijn gelijk op 18 juni 2012 bij het hof van beroep te Antwerpen. Hierdoor werd met de hulp van gerechtsdeurwaarders en de politie de collectieve actie onmogelijk gemaakt en de werknemers van het bedrijfsterrein verdreven. De bonden tekenden derdenverzet aan, waarna het arrest van 18 juni 2012 hervormd werd door het hof van beroep te Antwerpen op 29 juni 2012 omdat er in de eerste plaats niet was voldaan aan de voorwaarde van ‘volstrekte noodzakelijkheid’ (art. 584 lid 3 Ger.W.) voor het indienen van een eenzijdig verzoekschrift voor de voorzitter van de rechtbank in eerste aanleg in kort geding, daarnaast achtte het hof het niet bewezen dat er vernielingen waren aangebracht, noch dat werkwilligen het werken onmogelijk werd gemaakt. Het Hof van Cassatie nam het eerste middel van het hof van beroep zonder meer over en sprak zich niet uit over de overige middelen.


Bron: Cass. 8 december 2014, NjW 2015, afl. 317, 161.

De volledige tekst vindt u in het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW). Klik hier voor meer informatie over het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW), alsook voor de abonnementsvoorwaarden.

NjW kan ook gelezen worden op smartphone en tablet. Wie al een abonnement heeft op de papieren versie geniet van een voordeeltarief. Klik hier voor meer informatie over NjW mobiel. 

>>> Als u nu een jaarabonnement neemt op NjW ontvangt u gratis de uitspraak en de bespreking van Pieter Pecinovsky in pdf-formaat. Zend hiervoor een e-mail met vermelding van alle vereiste contactgegevens voor de levering en facturatie van uw abonnement naar: njw@wolterskluwer.be.

De website van NjW: www.e-njw.be

U kunt de bespreking bij deze uitspraak van Pieter Pecinovsky integraal lezen in elektronische vorm via Jura.

Op Jura vindt u meer rechtsleer over exceptie van borgstelling van de eisende vreemdeling.


Gepubliceerd op 25-02-2015

  77