Gerechtelijke matiging van niet-concurrentiebedingen

ContractHet Hof van Cassatie sprak zich in twee arresten uit over de gerechtelijke matiging van niet-concurrentiebedingen. Hieruit blijkt dat het voor contractspartijen aangewezen is om uitdrukkelijk een deelbaarheids- of ondeelbaarheidsafspraak te formuleren in de relevante onderliggende overeenkomst.

Deze arresten verschenen op 23 december 2015 in het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW) (afl. 333) samen met een korte bespreking van Caroline Lebon. Hierna volgt het kopje bij deze arresten van het Hof van Cassatie van 23 januari 2015 en 25 juni 2015.

Cass. 23 januari 2015:

Niet-concurrentiebeding – art. 7 Decreet d‘Allarde (huidig art. II.3 WER) – openbare orde – partiële nietigheid – ondeelbaarheidsbeding – gerechtelijke matiging

Een contractueel beding dat een onredelijke beperking van de concurrentie naar voorwerp, territorium of duur oplegt, is strijdig met artikel 7 van het Decreet d‘Allarde (huidig artikel II.3 WER) dat van openbare orde is. Het niet-concurrentiebeding is bijgevolg nietig. Indien een overeenkomst of een beding strijdig is met een bepaling van openbare orde, kan de rechter, indien een partiële nietigheid mogelijk is, de nietigheid, behoudens de wet zulks verbiedt, beperken tot het met deze bepaling strijdig gedeelte van de overeenkomst of beding op voorwaarde dat het voortbestaan van de gedeeltelijk vernietigde overeenkomst of beding beantwoordt aan de partijbedoeling.

Cass. 25 juni 2015:

Niet-concurrentiebeding – art. 7 Decreet d‘Allarde (huidig art. II.3 WER) – openbare orde – partiële nietigheid – ondeelbaarheidsbeding – gerechtelijke matiging

De rechter kan, indien een partiële nietigheid mogelijk is, de nietigheid van een beding wegens schending van de openbare orde, beperken tot wettelijk aanvaardbare proporties op voorwaarde dat het voortbestaan van het gedeeltelijk vernietigde beding beantwoordt aan de partijbedoeling. Deze principes zijn ook van toepassing op een niet-concurrentiebeding dat een onredelijke beperking van de concurrentie oplegt, naar voorwerp, territorium en/of duurtijd.


Bron: Cass. 23 januari 2015, NjW 2015, afl. 333, 913 en Cass. 25 juni 2015, NjW 2015, afl. 333, 914.

De volledige tekst vindt u in het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW). Klik hier voor meer informatie over het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW), alsook voor de abonnementsvoorwaarden.

NjW kan ook gelezen worden op smartphone en tablet. Wie al een abonnement heeft op de papieren versie geniet van een voordeeltarief. Klik hier voor meer informatie over NjW mobiel. 

>>> Als u nu een jaarabonnement neemt op NjW ontvangt u gratis de uitspraak en de bespreking van Caroline Lebon in pdf-formaat. Zend hiervoor een e-mail met vermelding van alle vereiste contactgegevens voor de levering en facturatie van uw abonnement naar: njw@wolterskluwer.be.

De website van NjW: www.e-njw.be

Op Jura vindt u meer rechtsleer over gerechtelijke matiging van niet-concurrentiebedingen.


Gepubliceerd op 04-01-2016

  317