Zelfstandige vaders en meeouders krijgen vaderschapsverlof en geboorteverlof

Wet houdende invoering van een vaderschaps- en geboorteverlof ten gunste van zelfstandigen

Zelfstandige vaders en meeouders die bij de geboorte van een kind tijdelijk stoppen met werken, krijgen voortaan een uitkering: een vaderschapsuitkering voor de vader, een geboorte-uitkering voor de meeouder. Dit voor maximum tien dagen. En alleen voor kinderen die geboren worden vanaf 1 mei 2019. Bovendien hebben de zelfstandigen ook recht op geboortehulp. Onder de vorm van dienstencheques. Maar die hulp is er alleen voor wie zijn activiteit maar hoogstens acht dagen onderbreekt. Deze nieuwe maatregelen moeten voor een beter evenwicht tussen beroeps- en privéleven zorgen.

Zelfstandige vaders en meeouders

De vaderschaps- en geboorte-uitkering is beperkt tot zelfstandigen, helpers en meewerkende echtgenoten in hoofdberoep.

De uitkering komt in principe toe aan de vader van het kind, dus de man voor wie de wettelijke afstamming vaststaat ten aanzien van het kind.

Is niemand in die situatie, dan kan de uitkering naar de meeouder gaan. Het gaat dan om de zelfstandige (man/vrouw) die gehuwd is met diegene ten aanzien van wie de afstamming wel vaststaat. Ook wie met die persoon wettelijk of al minstens drie jaar feitelijk samenwoont kan de uitkering krijgen. Mits het kind zijn hoofdverblijfplaats bij hen heeft en er tussen beiden geen bloedverwantschap is die tot een niet op te heffen huwelijksverbod leidt.

Tien dagen binnen vier maanden

De wetgever voorziet in een uitkering voor maximaal tien dagen onderbreking. De dagen kunnen opgesplitst worden in halve dagen.

De onderbreking moet volledig zijn en opgenomen worden binnen vier maanden na de geboorte.

Bedrag

Het bedrag van de uitkering ligt ook vast: het bedraagt evenveel als de moederschapsuitkering voor de vrouwelijke zelfstandigen. Wat op dit moment neerkomt op 80,82 euro per volledige verlofdag.

Aanvraag

De zelfstandige vraagt de vaderschaps- of geboorte-uitkering aan bij zijn sociaal verzekeringsfonds. Ten laatste op de laatste dag van het kwartaal na het kwartaal van de geboorte.

De uitbetaling gebeurt in één keer. In principe op het einde van de maand na de maand waarin de onderbrekingsperiode afloopt. Is die afgelopen nog voor de aanvraag is ingediend, dan gebeurt de betaling op het eind van de maand na de maand waarin de aanvraag is ingediend.

De verjaringstermijn voor de uitbetaling of de terugbetaling van de uitkering bedraagt 3 jaar.

Geboortehulp

Zelfstandigen die hun activiteit maar heel beperkt onderbreken – niet meer dan acht dagen – kunnen naast hun vaderschaps- of geboorte-uitkering ook geboortehulp krijgen. Onder de vorm van 15 dienstencheques, betaald door hun sociaal verzekeringsfonds.

De toekenning gebeurt half-automatisch: van zodra het verzekeringsfonds op de hoogte is van een aanvraag voor een vaderschaps- of geboorte-uitkering, vraagt het zelf of de zelfstandige wil genieten van geboortehulp.

Inwerkingtreding

De nieuwe wet van 7 april 2019 is in werking sinds 1 mei 2019. En is van toepassing op alle geboortes vanaf die dag.

Bron: Wet van 7 april 2019 houdende invoering van een vaderschaps- en geboorteverlof ten gunste van zelfstandigen, BS 8 mei 2019
Zie ook:
Koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen (art. 18bis)
Koninklijk besluit van 19 december 1967 houdende algemeen reglement in uitvoering van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967, houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen (art. 53bis/1-53bis/6)
Koninklijk besluit van 17 januari 2006 tot invoering van een stelsel van uitkeringen voor moederschapshulp en geboortehulp ten gunste van zelfstandigen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques (art. 4/1)
Ilse Vogelaere
  59