Wilsverklaring euthanasie tien jaar geldig (art. 121 DB Strafzaken)

Wet houdende diverse bepalingen in strafzaken en inzake erediensten, en tot wijziging van de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie en van het Sociaal Strafwetboek

De wilsverklaring waarin men om euthanasie vraagt als men op onomkeerbare wijze buiten bewustzijn is, is voortaan tien jaar geldig. Vanaf de opstelling of bevestiging ervan. Tot nu was dat maar vijf jaar. Die geldigheidstermijn van tien jaar geldt niet als men de wilsverklaring laat registreren bij de gemeente. In dat geval bepaalt de betrokkene zelf hoelang zijn wilsverklaring geldig blijft.

Bij een geregistreerde wilsverklaring wordt de betrokkene voortaan regelmatig herinnerd aan zijn wilsverklaring en aan de mogelijkheid om die aan te passen, te verlengen of in te trekken. In principe gebeurt dat drie maanden voor de vervaldag. Bij een wilsverklaring met een geldigheidsduur van meer dan tien jaar, gebeurt dat minstens om de tien jaar.

Hoe die verwittiging precies verloopt, moet nog bij KB vastgelegd worden. Van zodra dat besluit bekendgemaakt is in het Staatsblad – en dit moet gebeuren vóór 1 januari 2020 – treedt deze nieuwe geldigheidsregeling in werking.

Bron: Wet van 5 mei 2019 houdende diverse bepalingen in strafzaken en inzake erediensten, en tot wijziging van de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie en van het Sociaal Strafwetboek, BS 24 mei 2019 (art. 121 DB Strafzaken)
Zie ook:
Wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie (art. 4)
Ilse Vogelaere
  61