Wie verwittigt wie bij bescherming van onroerend goed? (DB Onroerend erfgoed)

Het diversebepalingendecreet inzake onroerend erfgoed doet zijn naam alle eer aan. Zo wijzigt het de bescherming als monument, stads- of dorpsgezicht, archeologische site of cultuurhistorisch landschap, de bescherming als erfgoedlandschap of ankerplaats, en de Onroerenderfgoedprijs.

Wie verwittigt wie?

Het Agentschap Onroerend Erfgoed brengt de zakelijkrechthouders van een archeologische site, een monument, of een stads- of dorpsgezicht met een beveiligde zending op de hoogte van het feit dat er een besluit tot voorlopige bescherming of definitieve bescherming van hun goed werd genomen.

De zakelijkrechthouders hebben dan op hun beurt de verplichting om 2 partijen op de hoogte te brengen van het beschermingsbesluit. Het diversebepalingenbesluit verduidelijkt dat het hier gaat om:

  • de gebruikers van het onroerend goed; en
  • de zakelijkrechthouders van de cultuurgoederen. Bedoeld worden: de eigenaars en andere houders van de cultuurgoederen ‘die integrerend deel uitmaken van het beschermd goed, inzonderheid de bijbehorende uitrusting en de decoratieve elementen’.

De zakelijkrechthouders van het beschermd goed hebben ook een informatieplicht ten aanzien van het agentschap. Namelijk bij de verkoop, de overdracht van het eigendomsrecht, of de overdracht van een ander zakelijk recht op het voorlopig of definitief beschermde goed. De nieuwe zakelijkrechthouders zullen dan op hun beurt door het Agentschap Onroerend Erfgoed op de hoogte gebracht worden van de voorlopige of definitieve bescherming, waarna zij op hun beurt een informatieplicht hebben.

Het niet-naleven van de informatieplicht wordt bestraft met een boete tot 10.000 euro.

Bij een voorlopige bescherming krijgen de rechtsgevolgen van de bescherming uitwerking vanaf de datum van ontvangst van de beveiligde zending waarin het beschermingsbesluit wordt overgemaakt. De voorlopige bescherming moet dan binnen de 9 maanden omgezet worden in een definitieve bescherming. Die termijn kan eenmaal verlengd worden met ten hoogste 3 maanden.

En bij een cultuurhistorisch landschap?

Een individuele betekening van een voorlopige of definitieve bescherming is ‘doenbaar’ bij een beschermd monument of een beschermde archeologische site. Maar wat bij een beschermd cultuurhistorisch landschap? Een landschap is immers per definitie een gebied dat weinig bebouwd is.

Het Onroerenderfgoeddecreet bevatte tot nu geen meldplicht per beveiligde zending voor de beschermde cultuurhistorische landschappen, en dus kon de 9-maandentermijn van de voorlopige bescherming geen aanvang nemen. De decreetgever lost dit nu op door de termijn van voorlopige bescherming bij een cultuurhistorisch landschap te laten ingaan vanaf de dag van bekendmaking van het voorlopig beschermingsbesluit in het Belgisch Staatsblad.Idem voor een eventuele verlenging van de bescherming.

Inhoud van het beschermingsbesluit

Het Onroerenderfgoeddecreet somt de gegevens op die in het voorlopige beschermingsbesluit moeten staan, in het definitieve beschermingsbesluit, of in een voorlopig of definitief besluit tot wijziging of opheffing van de bescherming. De lijst met verplichte vermeldingen is bijna identiek.

Alleen vergat de decreetgever om de kaart met de overgangszone op te nemen bij de inhoud van het besluit tot definitieve bescherming en het besluit tot wijziging of opheffing van de bescherming. Dat wordt nu rechtgezet.

Een overgangszone is een zone die de erfgoedwaarde van de archeologische site, het monument, het cultuurhistorisch landschap, of het stads- en dorpsgezicht ondersteunt.

Definitief?

Een definitief beschermingsbesluit kan normaal gezien niet meer gewijzigd worden. Maar de decreetgever voorziet daarop 4 uitzonderingen. Het diversebepalingendecreet voegt er nog een 5e uitzondering aan toe.

De Vlaamse regering kan een besluit tot definitieve bescherming vanaf nu wijzigen, of zelfs opheffen:

  • als de erfgoedwaarden van het beschermde goed onherstelbaar zijn aangetast of ze verloren zijn gegaan (bv. door een brand));
  • als een verplaatsing van het beschermde goed noodzakelijk is om het te kunnen behouden;
  • als dat nodig is in het kader van het algemeen belang;
  • als de regels van goed beheer vereisen dat er beheerdoelstellingen of bijzondere voorschriften worden toegevoegd aan de beschermingsregels uit het beschermingsbesluit; én
  • als de lijst van cultuurgoederen die integrerend deel uitmaken van het beschermde goed moet worden aangepast, of als er voor het eerst een lijst met cultuurgoederen moet worden toegevoegd. Tot die ‘cultuurgoederen’ behoren bijvoorbeeld schilderijen, wandtapijten, machines, archieven,…

Het diversebepalingendecreet zegt ook welke procedure er gevolgd moet worden om het definitieve beschermingsbesluit te kunnen aanpassen. De procedureregels zijn strikter wanneer de eigenaar niet akkoord gaat met de wijziging. Het diversebepalingendecreet zegt echter niet of hier de eigenaar van het beschermd goed bedoeld wordt, of de eigenaar van het cultuurgoed, want dat kunnen verschillende personen zijn.

Gevolgen van de bescherming

Eén van de vele gevolgen van een voorlopige of definitieve bescherming is dat handelingen aan, of in het beschermde goed waarvoor normaal gezien geen enkele vorm van vergunning of toelating nodig is, nu eerst de toestemming moeten krijgen van het Agentschap Onroerend Erfgoed of van de gemeente als dat een erkende onroerenderfgoedgemeente is. Er is enkel geen toestemming nodig als de handelingen al voorzien werden in een goedgekeurd beheerplan.

Als er voor de handelingen wél een vorm van vergunning of toelating nodig is, moet de overheid die het dossier behandelt, het advies vragen van het Agentschap Onroerend Erfgoed. Het agentschap zal dan de geplande handelingen aftoetsen aan het actief- en passiefbehoudsbeginsel, aan de bepalingen van het beschermingsbesluit, en uiteraard ook aan de bepalingen van het goedgekeurde beheerplan als er een beheerplan werd opgemaakt voor het beschermde goed. Die laatste toetssteen was men vergeten. Het diversebepalingendecreet voegt hem toe.

Immers, alle handelingen die niet expliciet werden vrijgesteld van vergunning of toelating in het beheerplan, moet de aanvrager uitdrukkelijk motiveren. En het agentschap zal afchecken of die motivatie wel spoort met de beginselen, het besluit én het plan.

Onroerenderfgoedprijs

De Vlaamse regering reikt elk jaar een Onroerenderfgoedprijs uit. In het Onroerenderfgoeddecreet staat dat die prijs gaat naar ‘verwezenlijkingen op het gebied van onroerend erfgoed’.

De regering meent echter dat de Vlaamse overheid moet focussen op het beschermd erfgoed, en niet op niet-beschermde onroerende goederen. Vandaar dat de prijs vanaf nu alleen nog uitgereikt kan worden voor ‘verwezenlijkingen op het gebied van beschermd onroerend erfgoed – dus een beschermde archeologische site, een beschermd monument, een beschermd cultuurhistorisch landschap, of een beschermd stads- of dorpsgezicht – of erfgoedlandschappen’.

Een erfgoedlandschap is ‘een gebied dat wegens de erfgoedwaarde overeenkomstig de geldende regelgeving opgenomen is in een ruimtelijk uitvoeringsplan op basis van een onroerenderfgoedrichtplan of vastgestelde inventaris’. In die zin onderscheidt het erfgoedlandschap zich van het cultuurhistorisch landschap, dat in het decreet gedefinieerd wordt als ‘een begrensde grondoppervlakte met een geringe dichtheid van bebouwing en een onderlinge samenhang waarvan de verschijningsvorm en de samenhang het resultaat zijn van natuurlijke processen en van maatschappelijke ontwikkelingen van algemeen belang wegens de erfgoedwaarde’.

Meldplicht voor erfgoedlandschap

Als het Vlaams gewest, een provincie of een gemeente een erfgoedlandschap afbakent of wijzigt in een gewestelijk, provinciaal of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, moet de Vlaamse regering, de deputatie, of het college van burgemeester en schepenen vanaf nu een kopie van dat plan bezorgen aan het agentschap Onroerend Erfgoed.

Het diversebepalingendecreet schrijft die informatieplicht in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) in.

Ook zorgen voor ankerplaatsen

Tot slot nog eventjes iets over de ankerplaatsen, die werden aangeduid volgens de regels van het vroegere Landschapsdecreet. Ankerplaatsen worden door het Onroerenderfgoeddecreet beschouwd als vastgestelde landschappen met onroerenderfgoedrichtplannen. Het diversebepalingendecreet zegt expliciet dat de zorg- en motiveringsplicht uit het nieuwe decreet ook van toepassing is op die (oude) ankerplaatsen.

In werking op:

  • 12 september 2016.

Bron:Decreet van 15 juli 2016 houdende wijziging van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en van diverse decreten wat betreft de uitvoering van het kerntakenplan van het agentschap Onroerend Erfgoed en wat betreft financiële en technische aanpassingen, BS 2 september 2016 (art. 28-40 en art. 44, art. 46 en art. 51-53 DB Onroerend erfgoed).

Carine Govaert

Decreet houdende wijziging van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en van diverse decreten wat betreft de uitvoering van het kerntakenplan van het agentschap Onroerend Erfgoed en wat betreft financiële en technische aanpassingen

Afkondigingsdatum : 15/07/2016
Publicatiedatum : 02/09/2016

Gepubliceerd op 08-09-2016

  172