Wetgeving overheidsopdrachten van toepassing op investeerdersoperaties duurzame wijkcontracten (Brussels gewest)

Ministeriële omzendbrief betreffende de duurzame wijkcontracten “investeerdersoperaties” (artikel 21, eerste lid, 2° van de ordonnantie van 6 oktober 2016 houdende organisatie van de stedelijke herwaardering)

De wetgeving overheidsopdrachten is van toepassing op de zogenaamde ‘investeerdersoperaties’ in het kader van duurzame wijkcontracten. De aanwijzing van de investeerder zal in principe altijd plaatsvinden in overeenstemming met de bepalingen die gelden bij overheidsopdrachten voor werken. Alleen in uitzonderlijke gevallen kunnen gemeenten hun toevlucht nemen tot andere soorten overeenkomsten. Rudi Vervoort, Brussels minister-president belast met Plaatselijke Besturen en Stedelijk Beleid, vraagt hen in zijn Omzendbrief ‘Duurzame Wijkcontracten Investeerdersoperaties’ om extra voorzichtig te werk te gaan.

Met deze brief wil hij de lokale besturen wijzen op de aanpassingen in de regelgeving. In oktober 2016 heeft het Brussels gewest immers de regels m.b.t. stedelijke waardering gewijzigd. De nieuwe Basisordonnantie van 6 oktober 2016 en de bijhorende uitvoeringsbesluiten hebben ook een impact gehad op de vastgoedoperaties van de duurzame wijkcontracten die sindsdien onderworpen zijn aan het Besluit Duurzame Wijkcontracten van 24 november 2016. Dit besluit vereist voor de totstandkoming van bepaalde vastgoedoperaties de tussenkomst van ‘investeerders’, publiek of privaat, aan wie de bouw van woningen of andere ruimten wordt toevertrouwd door de gemeente (begunstigde van het duurzame wijkcontract). De zogenaamde investeerdersoperaties (onder de vorige Ordonnantie van 28 januari 2010 gekend als de operaties ‘Luik 2’).

Minister Vervoort vraagt de gemeenten om extra waakzaamheid bij deze operaties. Recente ontwikkelingen in de rechtspraak hebben immers geleid tot de herkwalificatie van bepaalde operaties van overdracht van onroerende zakelijke rechten als overheidsopdracht of concessie voor werken. Voor de meeste investeerdersoperaties is dus de wetgeving overheidsopdrachten van toepassing en moeten de investeerders worden aangewezen volgens de bepalingen die gelden bij overheidsopdrachten voor werken.

Alleen in uitzonderlijke omstandigheden kunnen de gemeenten kiezen voor een ander type overeenkomst. De juridische kwalificatie van de operatie is dus van groot belang. De minister gaat in zijn omzendbrief dan ook dieper in op het hoe en het wanneer investeerdersoperaties als overheidsopdracht worden gekwalificeerd, als concessie voor werken of als verkoop van vastgoed met lasten. Wanneer de operatie wordt aangeduid als concessie voor werken is de wet van 17 juni 2016 betreffende de concessieovereenkomsten van toepassing. Bij kwalificatie als verkoop van vastgoed met lasten geldt noch de Overheidsopdrachtenwet van 17 juni 2016, noch de Wet Concessieovereenkomsten van 17 juni 2016, maar moeten de specifieke bepalingen die gelden bij verkoop van gebouwen door gemeenten gerespecteerd worden.

Bron: Ministeriele omzendbrief van 6 december 2018 betreffende de duurzame wijkcontracten "investeerdersoperaties" (artikel 21, eerste lid, 2° van de ordonnantie van 6 oktober 2016 houdende organisatie van de stedelijke herwaardering), BS 14 januari 2019.
Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  91