Wetgever hervormt overlevingspensioen voor werknemers

Een wet van 5 mei 2014 hervormt het overlevingspensioen voor werknemers. Er komt een ‘overgangsuitkering’ voor langstlevende echtgenoten. Maar los daarvan groepeert de wetgever ook nog een paar andere aanpassingen van de regels voor het overlevingspensioen.

Die vloeien onder andere voort uit een uitspraak van het Grondwettelijk Hof over de minimale duur van het huwelijk als voorwaarde voor de toekenning van een overlevingspensioen. We noteren ook bepalingen over het verval van het recht op het overlevingspensioen, en een vereenvoudiging van de verklaring van afwezigheid.

Verklaring van afwezigheid

De verklaring van afwezigheid is een procedure die wordt toegepast voor vermiste personen die hoogstwaarschijnlijk niet meer in leven zijn. Ze geldt als bewijs van het overlijden. De afwezige echtgenoot wordt op dit moment geacht overleden te zijn op de datum van de in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak van verklaring van afwezigheid. Die datum is namelijk bepalend voor het ingaan van het overlevingspensioen.

Maar omdat de administratie onvoldoende inzage heeft, ontstaan er vaak betwistingen over de precieze ingangsdatum. Daarom wordt de afwezige echtgenoot voortaan geacht overleden te zijn op het ogenblik dat de in kracht van gewijsde gegane uitspraak van verklaring van afwezigheid in de registers van de burgerlijke stand overgeschreven wordt. Hetzelfde geldt voor de overgangsuitkering.

De pensioeninstellingen kunnen deze ondubbelzinnige informatie raadplegen met hun huidige toegang tot het rijksregister. Die datum wordt dus bepalend voor:

  • de ontvankelijkheid van de aanvraag van het overlevingspensioen of de overgangsuitkering;
  • het vaststellen van de datum van het overlijden waarmee de afwezigheid is gelijkgesteld, waardoor de ingangsdatum vaststaat.

Wettelijke samenwoning

Het Grondwettelijk Hof heeft een schending van het gelijkheidsbeginsel vastgesteld bij de bepaling op grond waarvan een persoon enkel recht heeft op een overlevingspensioen als hij of zij ten minste één jaar met de overledene gehuwd was.

Het hof oordeelt dat wanneer het huwelijk door een wettelijke samenwoning is voorafgegaan en de onafgebroken en gezamenlijke duur van het huwelijk en de wettelijke samenwoning minstens één jaar bedraagt, de echtgenoten zich in een situatie bevinden die het mogelijk maakt het risico van misbruik als onbestaande te beschouwen.

Er is sprake van een schending voor zover er geen recht op een overlevingspensioen is voor een persoon die, voorafgaand aan een huwelijk van minder dan één jaar, met de overledene een overeenkomst van wettelijke samenwoning heeft gesloten, én voor zover de opgetelde duur van de wettelijke samenwoning en het huwelijk de drempel van één jaar overschrijdt.

Daarom brengt de wetgever de regelgeving in overeenstemming met de administratieve praktijk. Het standpunt van het hof werd dus al gevolgd. De Rijksdienst voor Pensioenen houdt bij de berekening nu al rekening met de duur van de wettelijke samenwoning vóór het huwelijk.

Er waren sowieso al uitzonderingen voor situaties waarin de omstandigheden aantonen dat het huwelijk niet enkel is voltrokken om het overlevingspensioen te krijgen, ook al heeft het overlijden minder dan één jaar na het huwelijk plaatsgehad.

Gelijkschakeling

De minister van Pensioenen Alexander De Croo erkent in het parlement dat de nieuwe regels niet zorgen voor de langverwachte gelijkschakeling tussen echtparen en wettelijk samenwonenden. Volgens de minsister stemt men de wetgeving louter af op arrest nr. 60/2009 van het Grondwettelijk Hof …

De uitbreiding van het overlevingspensioen tot alle wettelijk samenwonenden is complexer dan het lijkt, en dat kan niet zo maar alleen voor het overlevingspensioen worden geregeld, aldus de minister. Het Centrum voor gelijkheid van kansen vindt overigens zelf dat de uitbreiding van de afgeleide rechten tot de wettelijk samenwonenden een alomvattende hervorming vergt.

Toch blijft een verregaande hervorming mogelijk aangezien een KB het genot van het overlevingspensioen kan uitbreiden tot de wettelijk samenwonenden die zich in een toestand van gehuwden bevinden. Maar aangezien er geen volledige gelijkstelling is, wordt het overlevingspensioen (en de overgangsuitkering) opgeschort wanneer de begunstigde opnieuw huwt, met uitzondering dus van de wettelijke samenwoning. Dus conform het huidige regime.

Verval

De pensioenregeling voor werknemers heeft op dit moment geen enkele bepaling die in hoofde van de langstlevende echtgenoot het verlies van het recht op het overlevingspensioen voorschrijft als hij de persoon die het recht op een pensioen heeft geopend naar het leven heeft gestaan.

In de pensioenregeling voor de overheidssector is dit wel het geval. Vandaar dat de wetgever nu ingrijpt. In 2012 werd het aantal gevallen uitgebreid waarbij men niet kan erven omdat men zich op onwaardige wijze heeft gedragen tegenover de overleden persoon. En dus is het gepast dat men bij laakbaar gedrag ook geen overlevingspensioen of een overgangsuitkering kan krijgen.

De verschillende bepalingen worden nu op elkaar afgestemd. De wetgever bepaalt dat een overlevingspensioen of een overgangsuitkering niet wordt toegekend aan de langstlevende echtgenoot van een werknemer die onwaardig is om te erven. Alleen bepaalde strafbare feiten die gepleegd zijn ten aanzien van de overleden echtgenoot en die leiden tot een onwaardigheid om te erven, komen in aanmerking. Men verwijst hier naar artikel 727, §1, 1° of 3° van het Burgerlijk Wetboek.

In werking

Dit onderdeel van de wet van 5 mei 2014 is van toepassing op de langstlevende echtgenoten waarvan de echtgenoot of de echtgenote ten vroegste overlijdt op 1 januari 2015. De regels treden in werking op 1 januari 2015, behalve artikel 3 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2000. Dit is de datum van inwerkingtreding van de wet van 23 november 1998 tot invoering van de wettelijke samenwoning.

Bron:Wet van 5 mei 2014 tot wijziging van het rustpensioen en het overlevingspensioen en tot invoering van de overgangsuitkering in de pensioenregeling voor werknemers en houdende geleidelijke opheffing van de verschillen in behandeling die berusten op het onderscheid tussen werklieden en bedienden inzake aanvullende pensioenen, BS 9 mei 2014

Steven Bellemans

Wet tot wijziging van het rustpensioen en het overlevingspensioen en tot invoering van de overgangsuitkering in de pensioenregeling voor werknemers en houdende geleidelijke opheffing van de verschillen in behandeling die berusten op het onderscheid tussen werklieden en bedienden inzake aanvullende pensioenen

Afkondigingsdatum : 05/05/2014
Publicatiedatum : 09/05/2014

Gepubliceerd op 15-05-2014

  193