Wetgever groepeert aanpassingen zelfstandigenstatuut (art. 39 – 47 DB sociale zekerheid)

De wet van 25 april 2014 houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid bevat een hoofdstuk dat gewijd is aan het sociaal statuut voor zelfstandigen. Komen onder andere aan bod: de beroepsmogelijkheden tegen beslissingen van de Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen en de bijdragen die zelfstandigen betalen.

Commissie

De beroepsmogelijkheden tegen beslissingen van de Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen (CVB) worden aangepast. Dat komt door een wijziging in de rechtspraak van de Raad van State. De raad heeft zich in dat soort zaken voor het eerst onbevoegd verklaard op 8 december 2011.

De reglementering bepaalt niet binnen welke termijn de zelfstandigen de beslissingen van de CVB kunnen betwisten. De algemene termijn van de burgerlijke rechtsvordering is van toepassing, namelijk: 10 jaar. Maar het is niet wenselijk dat zelfstandigen de beslissingen zo lang kunnen aanvechten.

Vandaar dat de wetgever ingrijpt. Het sociaal statuut voor zelfstandigen bepaalt voortaan dat zelfstandigen (of de personen die hoofdelijk aansprakelijk zijn) bij de arbeidsrechtbank de wettigheid van de beslissingen van de CVB kunnen betwisten. De arbeidsrechtbank wordt gevat met een verzoekschrift op tegenspraak dat, op straffe van verval, ingediend wordt binnen 2 maanden na de kennisgeving van de beslissing.

Voor alle betwistingen met betrekking tot een beslissing genomen door de CVS, gericht tegen de minister die het sociaal statuut voor zelfstandigen onder zijn bevoegdheid heeft, kan de verschijning in persoon in naam van de staat gedaan worden door elke ambtenaar van de DG Zelfstandigen van de FOD Sociale Zekerheid. Dat moet de kosten voor de Belgische staat drukken.

Deze aanpassingen treden in werking op 16 juni 2014. Een aanpassing van het Gerechtelijk Wetboek is niet vereist aangezien artikel 581, 1° van het Gerechtelijk Wetboek volgens het Hof van Cassatie al voorziet in de bevoegdheid om dergelijke betwistingen te laten behandelen door de arbeidsrechtbanken.

Bijdragen

Vanaf 1 januari 2015 zullen zelfstandigen hun sociale bijdragen voor een bepaald jaar kunnen berekenen op de inkomsten van datzelfde jaar. Nu zijn dat nog de inkomsten van 3 jaar voordien. De wetgever voert hier nu nog twee aanpassingen door:

  • De eerste aanpassing betreft het bedrag van de verminderde sociale bijdragen. Ze bepaalt dat zelfstandigen die actief zijn na hun pensioen voorlopige verminderde sociale bijdragen kunnen betalen op basis van de drempels voor toegelaten activiteit in geval van pensioen. Een bijkomende mogelijkheid voor de zelfstandige om verminderde sociale bijdragen te betalen.
  • De tweede aanpassing betreft de mogelijke niet-toepassing van de regularisatie voor de bijdragen die betrekking hebben op de 3 jaren voorafgaand aan het pensioen. Men preciseert dat de enige bijdragen die hier worden bedoeld, de bijdragen zijn die nog niet werden geregulariseerd op de datum waarop het pensioen effectief ingaat.

Er worden in dit kader ook enkele wijzigingen aangebracht in de programmawet (I) van 24 december 2002. Het gaat echter om louter technische aanpassingen.

Logischerwijs treden deze aanpassingen pas in werking op 1 januari 2015.

Bron:Wet van 25 april 2014 houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid, BS 6 juni 2014 (art. 39 – 47 DB sociale zekerheid)

Steven Bellemans

Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid

Afkondigingsdatum : 25/04/2014
Publicatiedatum : 06/06/2014

Gepubliceerd op 25-06-2014

  71