Wet over intrekken identiteitskaart geradicaliseerde Belgen gepubliceerd, maar nog niet in werking

Geradicaliseerde Belgen waarvan vermoed wordt dat ze willen afreizen naar een gebied waar terroristische groepen actief zijn, riskeren binnenkort tijdelijk hun identiteitskaart te verliezen. De wet die dat mogelijk maakt is op 31 augustus in het Staatsblad verschenen. Maar vanaf wanneer de federale minister van Binnenlandse Zaken zijn nieuwe bevoegdheid effectief zal kunnen uitoefenen, is nog niet duidelijk. Er zijn immers nog een aantal uitvoeringsbepalingen nodig. Zo moet bijvoorbeeld nog een attest worden gemaakt ter vervanging van de ingetrokken of geweigerde identiteitskaart.

Tot 6 maanden

Bedoeling is in elk geval dat de minister de identiteitskaart tot 3 maanden lang zal kunnen afnemen om extremisten die willen afreizen naar terroristische gebieden zoals Syrië tegen te houden. Zo nodig kan die termijn worden verlengd tot 6 maanden. De minister zal ook tijdelijk kunnen weigeren om een identiteitskaart af te leveren of de kaart tijdelijk ongeldig verklaren.

Al is de wetgever erg strikt: afnemen of weigeren kan alleen ‘wanneer er gegronde en zeer ernstige aanwijzingen bestaan dat de betrokkene zich naar een gebied wenst te begeven waar terroristische groepen actief zijn in zulke omstandigheden dat hij bij zijn terugkeer in België een ernstige dreiging voor terroristische misdrijven kan vertegenwoordigen of dat deze persoon buiten het nationale grondgebied terroristische misdrijven wil plegen’.

Gemotiveerde beslissing

De beslissing moet ook telkens afdoende gemotiveerd worden. De minister zal zich daarvoor baseren op informatie die wordt aangeleverd door het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse, OCAD. Bovendien zal het OCAD eerst overleggen met het federaal parket of de bevoegde Procureur des Konings over de vraag of de weigering, intrekking of ongeldigverklaring van de identiteitskaart de uitoefening van de strafvordering in het gedrang kan brengen. Als dat het geval zou zijn, dan wordt het standpunt van het openbaar ministerie uitdrukkelijk in het advies opgenomen.

Betrokkene aan het woord

De beslissing van de minister geldt in eerste instantie voor maximum 25 dagen. Die tijd wordt onder meer gebruikt om de betrokkene aan het woord te laten. Hij krijgt de mogelijkheid om binnen de 5 dagen na kennisgeving - schriftelijk - opmerkingen te geven. De minister kan zijn beslissing dan wijzigen, intrekken of bevestigen. De beslissing moet trouwens altijd worden bevestigd, ook al worden er geen schriftelijke opmerkingen gemaakt.

Vervangend attest

Landgenoten van wie de kaart wordt ingetrokken, geweigerd of ongeldig verklaard, krijgen een attest ter vervanging van de identiteitskaart. Hoe de kaart er zal uitzien, wie ze zal uitreiken en hoe ligt nog niet vast. Daarvoor is nog een KB nodig.

Opheffing

Wanneer het OCAD meent dat de redenen om de kaart te weigeren, in te trekken of ongeldig te verklaren niet meer bestaan, dan neemt de minister binnen de 5 werkdagen een beslissing om de intrekking, weigering of ongeldig verklaring op te heffen. De betrokkene krijgt hiervan binnen de 2 dagen bericht.

Dan toch geen gerechtelijke procedure

De ministeriële beslissing zal dan toch niet worden getoetst bij de rechtbank van eerste aanleg zoals in het wetsontwerp was voorzien. Die piste werd na advies van de Raad van State verlaten. Die was van oordeel dat er te veel problemen zouden rijzen, onder meer met betrekking tot de precieze aard van de procedure en de bepaling van de strekking van de vordering die mogelijk wordt gemaakt. Bovendien ontbreken er aanpassingen van de algemene regels van het Gerechtelijk Wetboek die noodzakelijk zijn wegens de bijzondere kenmerken van de procedure.

Automatisch verlies paspoort en reisdocumenten

Wanneer de minister van Binnenlandse Zaken beslist om een identiteitskaart in te trekken, dan is de minister van Buitenlandse Zaken verplicht om ook het paspoort en de reisdocumenten van de betrokkene in te trekken. Beide procedures zijn met elkaar verbonden. Dat blijkt uit een eerder gepubliceerde wet van 10 augustus 2015 ter uitvoering van de regeringsmaatregelen in de strijd tegen radicalisering en terrorisme. Daarin geeft de wetgever de federale minister van Buitenlandse Zaken de bevoegdheid om het paspoort en de reisdocumenten in te trekken van landgenoten waarvan vermoed wordt dat ze handelingen zullen stellen die een bedreiging vormen voor de openbare veiligheid.

Bron:Wet van 10 augustus 2015 houdende wijziging van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, BS 31 augustus 2015.
Zie ook Wetsontwerp houdende wijziging van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, Parl. St. Kamer 2015, nr. 54K1170/001. Wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, BS 3 september 1991.

Laure Lemmens

Wet houdende wijziging van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen

Afkondigingsdatum : 10/08/2015
Publicatiedatum : 31/08/2015

Gepubliceerd op 31-08-2015

  208