Wervingsexamen voor plaatsvervangende magistraten

Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een betere werking van de rechterlijke orde en van de Hoge Raad voor de Justitie

De wetgever neemt maatregelen om de werking van de magistratuur te verbeteren. Plaatsvervangende magistraten worden voortaan getest op hun bekwaamheid. En er komen regels om hun onafhankelijkheid te verzekeren. In de opleiding van magistraten en assessoren gaat er meer aandacht naar de deontologische regels. Tot slot optimaliseert de nieuwe wet de externe controle op de werking van de magistratuur. 

Plaatsvervangende magistraten

Plaatsvervangende magistraten moeten aan een reeks benoemingsvoorwaarden voldoen. En daar komt er nu nog ééntje bij: ze moeten slagen voor een specifiek voor hen door de Hoge Raad voor de Justitie georganiseerd examen. Of slagen voor het examen beroepsbekwaamheid, het mondelinge evaluatie-examen of de gerechtelijke stage. Andere nieuwigheid is dat – bij de gevraagde relevante ervaring – voortaan de uitoefening van een gerechtelijke functie in aanmerking kan komen.
Wie geslaagd is voor het nieuwe wervingsexamen voor plaatsvervangend magistraat, krijgt een attest dat zeven jaar geldig blijft.

Plaatsvervangende magistraten mogen hun rol – in eenzelfde terechtzitting – niet combineren met die van raadsman van een partij die voor hen verschijnt. Noch rechtstreeks, noch via een tussenpersoon. Hiermee wordt elke mogelijke schijn van partijdigheid vermeden.

Ze kunnen voortaan benoemd worden tot werkend rechter zonder het beroepsbekwaamheidsexamen af te leggen. Slagen voor een mondeling evaluatie-examen volstaat. Die vrijstelling geldt wel alleen maar voor plaatsvervangende magistraten die dit al minstens 5 jaar zijn en minstens 15 jaar lid zijn van de balie.

Deontologie

Werkende en plaatsvervangende assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank worden verplicht om een opleiding deontologie te volgen. En dit binnen twee jaar na hun benoeming. Ook voor rechters en raadsheren in sociale zaken wordt dat een verplichting.

De deontologie komt voortaan ook aan bod in de verplichte opleiding die magistraten moeten volgen als ze benoemd zijn op grond van het beroepsbekwaamheidsexamen of het mondelinge evaluatie-examen. Die opleiding wordt trouwens ook verplicht voor plaatsvervangende magistraten.

Interne werking Hoge Raad voor de Justitie

De benoemings- en aanwijzingscommissies en de advies- en onderzoekscommissies van de Hoge Raad voor de Justitie kunnen onderling informatie uitwisselen als één van hen informatie heeft die nuttig kan zijn voor de andere. Het is het bureau dat beslist of er tot informatie-uitwisseling wordt overgegaan.

In elk taalcollege is er een benoemings- en aanwijzingscommissie en een advies- en onderzoekscommissie. Wanneer binnen een commissie het quorum om geldig te kunnen beraadslagen niet wordt bereikt omdat er teveel leden afwezig of verhinderd zijn, kan men voortaan overgaan tot hun vervanging. Er worden dan leden van de andere commissie binnen hetzelfde taalcollege uitgeloot die de afwezige of verhinderde leden kunnen vervangen.

Externe controle op werking rechterlijke orde

Het onderzoek naar de werking van de rechterlijke orde wordt op punt gezet. De Verenigde Advies- en Onderzoekscommissie van de Hoge Raad kan voortaan iedereen horen die nuttige informatie kan leveren voor haar onderzoek. En dus niet alleen de leden van de rechterlijke orde. Al wie opgeroepen roept, moet op de hoorzitting aanwezig zijn. Ze kunnen eventueel onder ede verhoord worden.

Andere nieuwigheid is dat de Verenigde Commissie voortaan ook toegang heeft tot lopende gerechtelijke dossiers. Wel is het zo dat de Hoge Raad zich niet mag mengen in de inhoudelijke behandeling van lopende dossiers. De jurisdictionele onafhankelijkheid moet altijd gerespecteerd worden.

Wanneer een magistraat niet wil meewerken met de Hoge Raad en op die manier opzettelijk verhindert dat die zijn bevoegdheden uitoefent, kan de Raad zich rechtstreeks wenden tot de tuchtrechtbank.

Inwerkingtreding

De nieuwe regels treden in werking op 1 januari 2020. Een KB kan eventueel een vroegere datum vastleggen. 

De nieuwe regels zijn ook van toepassing op de plaatsvervangende magistraten die al voor 1 januari 2020 benoemd zijn. Men gaat er van uit dat zij al geslaagd zijn voor het specifieke wervingsexamen.

Bron: Wet van 23 maart 2019 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een betere werking van de rechterlijke orde en van de Hoge Raad voor de Justitie, BS 29 maart 2019
Zie ook:
Ilse Vogelaere
  129