Werkgeversbijdragen stapsgewijs verlaagd vanaf 1 april 2016 (art. 17-27 wet op de jobcreatie)

Het federaal regeerakkoord bepaalt dat het ‘basispercentage’ van de werkgeversbijdragen zal verminderen. ‘Met het objectief om een basispercentage van 25% te bereiken’. De bestaande tarieven onder de 25% - bijvoorbeeld voor de ‘eerste aanwervingen’ blijven behouden.

De wet houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht (taxshift) voert die doelstelling nu uit. Het gaat om aanpassingen voor werknemers van de zogenaamde ‘categorie 1’ voor de structurele bijdragevermindering. Dat komt eigenlijk neer op de profitsector.

Stapsgewijs hervormen

Uit de toelichting bij de wet blijkt dat de structurele lastenverlaging op dit moment een werkelijk bijdragepercentage oplevert tussen 19% en 29%. In het verslag van de commissie voor de Sociale Zaken vat men de hervorming samen. De overheid wil:

  • de categorie van de lage lonen in 2016 beter ondersteunen om werkloosheidsvallen tegen te gaan en om te komen tot lagere loonkosten voor jobs die minder kwalificaties vergen;
  • voor de werkgeversbijdragen in 2018 het faciaal tarief van 25% bereiken. Dat moet leiden tot een vereenvoudiging en tot onmiddellijk inzicht in de werkelijk verschuldigde bijdragevoeten;
  • de categorie van de lage lonen wordt in 2018 uitgebreid tot de gemiddelde lonen, waardoor de verlaging van de sociale lasten ook zou gelden voor bepaalde sectoren die sterk onderhevig zijn aan internationale concurrentie of sociale dumping;
  • de lage tot gemiddelde lonen worden versterkt in 2019.

Nieuwe wet

De wet op de jobcreatie bevat volgende maatregelen:

1/ Het percentage van de loonmatigingsbijdrage – bovenop de basisbijdrage - wordt verlaagd voor de werknemers van categorie 1. Voor categorie 1 wordt de loonmatigingsbijdrage namelijk vastgesteld op de som van 4,27% van het bedrag van het loon van de werknemer en 4,27% van het bedrag van de verschuldigde basiswerkgeversbijdrage vanaf 1 januari 2018. Er is dus sprake van een factor die de toekomstige basiswerkgeversbijdrage vertegenwoordigt. Die aanpassing treedt in werking op 1 januari 2018.

2/ De definitie van categorie 1 is opgenomen in een programmawet van 24 december 2002. Op dit moment bevat die categorie alle werknemers die onderworpen zijn aan alle takken van de sociale zekerheid en die niet behoren tot de twee andere categorieën. Dat zijn de Sociale Maribel (categorie 2) en de beschutte werkplaatsen (categorie 3).

Maar die definitie wordt met ingang van 1 april 2016 uitgebreid met de tewerkstellingen als werknemer in dienst genomen met een arbeidsovereenkomst bij de Koninklijke Muntschouwburg of bij het Paleis voor Schone Kunsten.

Uit de toelichting blijkt dat deze uitbreiding moet gezien worden ‘in het licht van de culturele opdracht van deze instellingen, en niet van hun hoedanigheid als instellingen van openbaar nut’. Ze zijn culturele instellingen die, volgens het Europees recht, diensten van algemeen economisch belang zijn. In dit kader treden ze in concurrentie met privéstructuren, zo klinkt het.

3/ De basiswerkgeversbijdrage (nominale bijdragevoet) voor werknemers van categorie 1 wordt beperkt tot 22,65% vanaf 1 april 2016. Vanaf 1 januari 2018 wordt dat 19,88%. De som van die basisbijdrage en de loonmatigingsbijdrage moet op dat moment een bijdragepercentage opleveren van 25%, het streefdoel van de overheid.

4/ Het forfaitair bedrag van de structurele bijdragevermindering voor werknemers van categorie 1 wordt aangepast.

  • De geplande verhogingen (competitiviteitspact) van het forfait met 14 euro op 1 januari 2017 en 1 januari 2019 worden opgeheven. Ook andere geplande verhogingen van de lageloongrens worden opgeheven.
  • Van 1 april 2016 tot en met 31 december 2017 bedraagt het forfait 438 euro.

5/ De specifieke regels die van toepassing zijn op de hoge lonen worden afgeschaft. De verwijzing naar het complement dat aan het forfaitair bedrag wordt toegevoegd en dat stijgt volgens een hellingscoëfficiënt, wordt opgeheven. Dit onderdeel van de verzamelwet treedt in werking op 1 januari 2018.

6/ Het forfaitair bedrag van de structurele bijdragevermindering voor werknemers van categorie 1 wordt met ingang van 1 januari 2018 teruggebracht tot 0. De gemiddelde loonniveaus worden versterkt.

7/ Voor de bouwsector krijgt de Koning een machtiging om met de sociale partners van de sector de wijze te bepalen waarop de patronale bijdragen worden verminderd. De wetgever heeft het over een totaal bedrag van 604,9 miljoen euro voor ondernemingen die bouwactiviteiten uitoefenen.

Die opdracht aan de Koning verstrijkt op 30 juni 2018. En de betreffende besluiten houden op uitwerking te hebben op het einde van de zesde maand volgend op hun inwerkingtreding, tenzij zij bekrachtigd zijn bij wet. Dat moet gebeuren ‘voor die dag en in ieder geval ten laatste op 31 december 2018’. De bekrachtigde besluiten kunnen niet dan bij wet opgeheven, gewijzigd, aangevuld of vervangen worden.

Andere categorieën

Tot slot kunnen we erop wijzen dat uit de toelichting bij de wet blijkt dat men het bijdragepercentage voor de werknemers van categorie 2 en 3 niet op dezelfde wijze kan verminderen. De regering kan het budget van de structurele vermindering van de werkgeversbijdragen voor de gemiddelde lonen – dat is de zone van het forfait van de structurele vermindering – en het budget van de niet-doorstorting van de 1% bedrijfsvoorheffing, niet hergebruiken, zo klinkt het. Voor die categorieën is er ook sprake van een taxshift, maar dat gebeurt niet via een lager bijdragepercentage. Er is sprake van een bijkomend budget voor de Sociale Maribel.

Het gaat eigenlijk om een subsidiëring. Want de werkgever betaalt de forfaitaire bijdrage aan de RSZ, die het geld doorstort naar de verschillende sectorale fondsen van de Sociale Maribel. De werkgever kan dan, via het fonds van de Sociale Maribel, een financiële tegemoetkoming krijgen voor het creëren van nieuwe bijkomende tewerkstelling. Hetzelfde geldt voor de niet-doorstorting van de 1% bedrijfsvoorheffing. Die wordt grotendeels geïnvesteerd in de ‘Fiscale Maribel’.

Bron:Wet van 26 december 2015 houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht, BS 30 december 2015 (art. 17–27 van de wet op de jobcreatie)

Steven Bellemans

Wet houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht

Afkondigingsdatum : 26/12/2015
Publicatiedatum : 30/12/2015

Gepubliceerd op 19-01-2016

  167