Werkbaar en wendbaar werk: vereenvoudiging deeltijdse arbeid (art. 56-67 WWW)

De wet betreffende werkbaar en wendbaar werk bevat maatregelen die deeltijdse arbeid vereenvoudigen en moderniseren. Het gaat om een aanzienlijke administratieve vereenvoudiging, zonder afbreuk te doen aan de bestaande garanties.

Belangrijk. Intussen is ook een bijhorend wijzigings-KB verschenen dat het krediet wijzigt van bijkomende uren waarvoor geen overloon moet worden betaald in geval van variabele deeltijdse werkroosters. Dat krediet zal voortaan 3 uren en 14 minuten per week in de referteperiode bedragen, met een maximum van 168 uren!

In het arbeidsreglement

De wet van 5 maart 2017 zorgt ervoor dat de verplichting wordt afgeschaft om alle toepasselijke regelingen en uurroosters in verband met deeltijdse arbeid in het arbeidsreglement op te nemen. Zowel voor de vaste als voor de variabele werkroosters. Het arbeidsreglement zal wel een algemeen kader voor de toepassing van de variabele deeltijdse werkroosters moeten vastleggen dat beantwoordt aan een aantal basisvereisten en –waarborgen in verband met de grenzen van de variabiliteit. Het zal ook moeten bepalen hoe en binnen welke termijn de werknemers in kennis worden gesteld van hun werkrooster.

Daartoe bepaalt de wet op de arbeidsreglementen met ingang van 1 oktober 2017 dat voor de deeltijdse werknemers met een variabel werkrooster worden vermeld in het arbeidsreglement:

  • het dagelijks tijdvak waarbinnen arbeidsprestaties kunnen worden vastgesteld;
  • de dagen van de week waarop arbeidsprestaties kunnen worden vastgesteld;
  • de minimale en maximale dagelijkse arbeidsduur; wanneer ook de deeltijdse arbeidsregeling variabel is, wordt bovendien de minimale en maximale wekelijkse arbeidsduur vermeld;
  • de wijze waarop en de termijn waarbinnen de deeltijdse werknemers door middel van een bericht in kennis worden gesteld van hun werkroosters.

Dit bericht bepaalt de individuele werkroosters en moet schriftelijk worden vastgesteld en gedateerd door de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden. Let wel, het moet ten minste 5 werkdagen vooraf op een betrouwbare, geschikte en toegankelijke wijze ter kennis worden gebracht van de deeltijdse werknemers. Dat hoeft dus niet via een aanplakking te gebeuren. De verwittigingstermijn kan worden gewijzigd door een bij KB algemeen verbindend verklaarde cao, maar mag nooit korter zijn dan één werkdag!

Dit alles betekent dat ondernemingen die gebruikmaken van deeltijdse arbeid met variabele werkroosters, hun arbeidsreglement moeten aanpassen.

Wanneer men al vóór de inwerkingtreding van de nieuwe regels – op 1 oktober 2017 - variabele deeltijdse werkroosters gebruikt, moet het arbeidsreglement binnen de 6 maanden (te rekenen vanaf 2 oktober 2017) in overeenstemming worden gebracht met de nieuwe regels. Tot de inwerkingtreding van het gewijzigde arbeidsreglement (en uiterlijk tot het verstrijken van de termijn) blijven de oude regels van toepassing. Bovendien bepaalt de nieuwe wet dat de cao’s die voor de inwerkingtreding werden afgesloten, van kracht blijven voor zover de minimumtermijn van één werkdag wordt nageleefd.

Overeenkomst

Voor wat betreft de arbeidsovereenkomst voor deeltijdse arbeid verwijst men naar artikel 11bis van de Arbeidsovereenkomstenwet.

Hier noteren we opnieuw een versoepeling met ingang van 1 oktober 2017. Het werkrooster van deeltijdse arbeid kan variabel zijn. In dat geval wordt het vastgesteld volgens de regels bepaald in het arbeidsreglement. Dit moet blijken uit de arbeidsovereenkomst, die daarnaast slechts de overeengekomen deeltijdse arbeidsregeling moet vermelden.

De wet van 5 maart 2017 preciseert dus dat de arbeidsovereenkomst inzake deeltijdse arbeid, in geval van een variabel werkrooster, de overeengekomen deeltijdse arbeidsregeling moet vermelden, moet aangeven dat het om een variabel werkrooster gaat, en moet verwijzen naar het algemeen kader voor de toepassing van variabele werkroosters, dat moet worden opgenomen in het arbeidsreglement. Het is dus niet verplicht om in de overeenkomst alle mogelijke variabele werkroosters op te nemen!

Technologie

De verplichtingen bij de bekendmaking van de werkroosters van de werknemers en het toezicht op de afwijkingen van hun normaal werkrooster worden vereenvoudigd en aangepast aan de huidige en toekomstige technologieën. Daartoe wordt de programmawet van 22 december 1989 aangepast.

Wanneer de deeltijdse werknemer werkt op tijdstippen die afwijken van het overeengekomen werkrooster, dan moeten die afwijkingen opgetekend worden. Momenteel moet dat in beginsel gebeuren in een document maar de nieuwe wet voorziet in een afwijking. De wetgever heeft het hier over een tijdsopvolgingssysteem. De werkgever is enkel verplicht om de afwijkingen bij te houden in een document bij afwezigheid van een tijdsopvolgingssysteem dat aan bepaalde vereisten moet voldoen. De verplichting om een wekelijkse afdruk te maken, vervalt. Het bericht met de kennisgeving van het werkrooster of een afschrift ervan, moet op de tewerkstellingsplaats in papieren of elektronische vorm voorhanden zijn en gedurende één jaar worden bewaard. Voortaan zal dus één bekendmaking volstaan.

Overloon

Deeltijdse werknemers kunnen onder bepaalde voorwaarden bijkomende uren verrichten, zonder de voltijdse arbeidsduurgrenzen te overschrijden. Sommige prestaties van deeltijdse werknemers worden gelijkgesteld met overwerk waardoor ze recht kunnen geven op overloon.

Dit wordt geregeld in een KB van 25 juni 1990 dat enkel van toepassing is als er geen cao is die de overschrijdingen van de werkroosters regelt. Uit de tekst blijkt dat alle bijkomende prestaties van deeltijdse werknemers worden betaald met een toeslag van 50% of 100%, met uitzondering van een welbepaald krediet:

  • Bij toepassing van een vast of een variabel werkrooster maar met inachtneming van een vaste wekelijkse arbeidsduur, moeten alle bijkomende prestaties - elke prestatie verricht buiten het bekendgemaakt werkrooster - die in de loop van een maand worden verricht, worden betaald met een toeslag, met uitzondering van de eerste 12 uren per kalendermaand. Hier noteren we geen aanpassingen.
  • Bij toepassing van variabele werkroosters met inachtneming van een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur over een periode van maximum een trimester of een langere periode van maximum één jaar, moeten alle bijkomende prestaties - elke prestatie die wordt verricht buiten het bekendgemaakte werkrooster én in het kader van het bekendgemaakt werkrooster maar boven de overeengekomen gemiddelde wekelijkse arbeidsduur - worden betaald met een toeslag. Met uitzondering van die prestaties die een krediet van 3 uren vermenigvuldigd met het aantal weken begrepen in de referteperiode, met een maximum van 39 uren, niet overschrijden.

Samen met de aanpassingen van de regels op het deeltijds werk, zal dit laatste krediet worden opgetrokken! Vanaf 1 oktober 2017 zullen bij toepassing van variabele werkroosters met een variabele arbeidsregeling alle bijkomende prestaties moeten worden betaald met een toeslag, met uitzondering van een krediet van 3 uren en 14 minuten per week in de referteperiode, met een maximum van 168 uren.

Stand van zaken

Op basis van de toelichting bij de nieuwe wet, kunnen we een stand van zaken opmaken:

1/ Afsluiten van de deeltijdse arbeidsovereenkomst.

De arbeidsovereenkomst voor deeltijdse arbeid moet voor iedere werknemer afzonderlijk schriftelijk worden vastgesteld, uiterlijk op het tijdstip waarop de werknemer de uitvoering van zijn overeenkomst aanvangt. Dit geschrift moet nog steeds de overeengekomen deeltijdse arbeidsregeling (wekelijkse arbeidsduur) en het werkrooster (dagen en uren) vermelden.

Het werkrooster kan vast zijn. Er kan een vast werkrooster met een vaste wekelijkse arbeidsduur worden overeengekomen. De deeltijdse arbeidsregeling kan ook georganiseerd zijn volgens een cyclus (opeenvolging van dagelijkse werkroosters in een vaste volgorde) die gespreid is over meer dan een week. De vaste werkroosters zijn vrij overeen te komen, maar nooit buiten de arbeidstijd vastgesteld in het arbeidsreglement. De overeengekomen deeltijdse arbeidsregeling en het werkrooster moeten inpasbaar zijn in de arbeidstijd die vastgesteld is in het arbeidsreglement.

Het werkrooster kan ook variabel zijn. Dit betekent dat de dagen en de uren waarop wordt gewerkt vooraf niet nauwkeurig worden vastgesteld. Het toepasselijk werkrooster wordt dan vastgesteld volgens de regels bepaald in het arbeidsreglement. Want in het arbeidsreglement moet het algemeen kader voor de toepassing van variabele deeltijdse werkroosters in de onderneming worden opgenomen.

Er kan een variabel werkrooster met vaste wekelijkse arbeidsduur worden overeengekomen. Een variabel werkrooster met inachtneming van een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur over een welbepaalde referteperiode is ook mogelijk.

Let op! Als er geen schriftelijke deeltijdse arbeidsovereenkomst is opgesteld overeenkomstig deze regels kan de werknemer de deeltijdse arbeidsregeling en werkrooster kiezen die hem het meest gunstig zijn onder dewelke die in de onderneming worden toegepast.

2/ Bekendmaking van de deeltijdse werkroosters.

Op de plaats waar het arbeidsreglement kan worden geraadpleegd, moet een afschrift van de deeltijdse arbeidsovereenkomst of een uittreksel ervan met de werkroosters en de identiteit van de deeltijdse werknemer waarop deze van toepassing zijn, en ook zijn handtekening en die van de werkgever, worden bewaard. Dit afschrift of uittreksel kan ofwel in papieren vorm ofwel in elektronische vorm worden bewaard! Dat is nieuw.

Wanneer de arbeidsregeling van de deeltijdse werknemer georganiseerd is volgens een cyclus die over meer dan een week gespreid is, moet op elke tijdstip kunnen worden vastgesteld wanneer de cyclus begint. Zo niet moet de werkgever de bekendmakingsverplichtingen zoals voorzien voor de variabele werkroosters naleven.

Wanneer het werkrooster variabel is, moeten de deeltijdse werknemers vooraf in kennis worden gesteld van hun individuele werkroosters door middel van een schriftelijk en gedateerd bericht op de wijze en binnen de termijn voorzien in het arbeidsreglement. Van zodra en zolang het werkrooster van kracht is, moet dit bericht met de individuele werkroosters of een afschrift ervan zich, hetzij in papieren vorm, hetzij in elektronische vorm, bevinden op de plaats waar het arbeidsreglement kan worden geraadpleegd. Nadien moet het gedurende een jaar worden bewaard.

3/ Toezicht op de afwijkingen op het normale deeltijdse werkrooster.

De afwijkingen op de normale deeltijdse werkroosters moeten worden vastgesteld. Dit kan via een betrouwbaar systeem van tijdsopvolging. Wordt er in de onderneming geen gebruik gemaakt van een dergelijk systeem, dan moet de werkgever over een document beschikken waarin alle afwijkingen op de normale werkroosters worden opgetekend.

Deze gegevens moeten zich op een gemakkelijk toegankelijke plaats bevinden zodat de ambtenaren die met het toezicht belast zijn, er op ieder ogenblik kennis van kunnen nemen.

Bron:Wet van 5 maart 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk, BS 15 maart 2017 (art. 56–67 WWW)

Steven Bellemans

Wet betreffende werkbaar en wendbaar werk

Afkondigingsdatum : 05/03/2017
Publicatiedatum : 15/03/2017

Gepubliceerd op 11-04-2017

  247