Welvaartsaanpassingen in pensioenregeling voor werknemers

Koninklijk besluit tot aanpassing aan de welvaart van bepaalde pensioenen in de regeling voor werknemers

Een KB heeft een welvaartsaanpassing doorgevoerd bij bepaalde pensioenen in de regeling voor werknemers en de inkomensgarantie voor ouderen, zoals voorzien in het interprofessioneel akkoord 2017-2018. Namelijk aanpassingen van:
  • de loongrens;
  • het gewaarborgd minimumpensioen;
  • het minimumrecht per loopbaanjaar;
  • sommige pensioenen;
  • de periode van tijdelijke onderbreking van werkloosheid om een activiteit als zelfstandige uit te oefenen;
  • het vakantiegeld;
  • het grensbedrag van de cumulatie van een overlevingspensioen met een sociale uitkering;
  • de inkomensgarantie voor ouderen.
Enkele krachtlijnen (mede op basis van het bijhorend verslag aan de Koning):
  • Men vermenigvuldigt het loonplafond met 1,017 voor de in aanmerking te nemen jaren na 2017.
  • Het gewaarborgd minimumrustpensioen en minimumoverlevingspensioen op basis van een volledige loopbaan wordt verhoogd met 1% met ingang van 1 september 2017. De nieuwe basisbedragen voor het gewaarborgd minimumrustpensioen als werknemer op basis van een volledige loopbaan worden vastgesteld op 13.151,52 euro (gezinsbedrag) en 10.524,53 euro (bedrag alleenstaande). Het nieuwe basisbedrag voor het minimumoverlevingspensioen als werknemer op basis van een volledige loopbaan van de overleden echtgenoot wordt vastgesteld op 10.383,89 euro.
  • Het referentieloon dat in aanmerking wordt genomen in het minimumrecht per loopbaanjaar en het maximumpensioen dat in het kader van dit minimumrecht per loopbaanjaar kan toegekend worden, wordt verhoogd met 1,7%. Het nieuwe referentieloon van het minimumrecht per loopbaanjaar wordt vastgelegd op 17.662,47 euro. Het gaat om pensioenen en overgangsuitkeringen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2018. Met ook nieuwe bedragen voor het maximumpensioen dat in het kader van dit minimumrecht per loopbaanjaar kan toegekend worden.
  • We noteren ook een verhoging van de pensioenen, met uitzondering van de minimumpensioenen, die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 1995 en ten laatste op 1 december 2004 zijn ingegaan. Het gaat om een verhoging met 1% op 1 september 2017.
  • De termijn tijdens welke een persoon een periode van onvrijwillige werkloosheid tijdelijk kan onderbreken om een activiteit als zelfstandige uit te oefenen (en voor wie het fictief loon voor de nieuwe periode van onvrijwillige werkloosheid wordt gebaseerd op het fictief loon dat geldt voor het kalenderjaar waarin de eerste periode van werkloosheid werd beëindigd), wordt verhoogd van negen jaar naar vijftien jaar.
  • Het vakantiegeld en de aanvullende toeslag wordt verhoogd met ingang van 1 mei 2018. Met 4,5% ten opzichte van de basisbedragen van 2016 (dus met inbegrip van de verhoging van 2,25% voorzien op 1 mei 2017). De nieuwe basisbedragen van het vakantiegeld zijn 178,83 euro (gezinsbedrag) en 107,25 euro (bedrag alleenstaande en overlevingspensioen), en de aanvullende toeslag wordt vastgesteld op 700,94 euro (gezinsbedrag) en 560,75 euro (bedrag alleenstaande en overlevingspensioen). Er wordt een verhogingscoëfficiënt toegepast.
  • Het grensbedrag wordt verhoogd in geval van cumulatie van een overlevingspensioen met een sociale uitkering tot het (verhoogde) bedrag van de inkomensgarantie voor ouderen met ingang van 1 september 2017.
  • Het bedrag van de inkomensgarantie voor ouderen stijgt met 0,9% met ingang van 1 september 2017. Het nieuwe bedrag wordt vastgesteld op 6.312,80 euro.
Globaal genomen wordt de datum van inwerkingtreding vastgepind op 1 september 2017.
Bron: Koninklijk besluit van 21 juli 2017 tot aanpassing aan de welvaart van bepaalde pensioenen in de regeling voor werknemers, BS 8 augustus 2017
Steven Bellemans
  763