Wederzijdse rechtshulp in strafzaken: derdenverzet tegen overdracht inbeslaggenomen goederen (art. 218 Potpourri V)

Wet houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijke recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie

Derden kunnen verzet aantekenen tegen de overdracht van goederen die in beslag werden genomen bij een huiszoeking in uitvoering van een verzoek om wederzijdse rechtshulp. Een procedure die al een aantal jaar voorzien is in de rechtspraak (arrest Hof van Cassatie van 15 juni 2011) en nu ook wordt ingebouwd in de Rechtshulpwet van 9 december 2004. Bedoeling is belanghebbende derden meer tools aan te reiken om hun rechten te doen gelden.
De Rechtshulpwet stelt voortaan uitdrukkelijk dat ‘indien naar aanleiding van de uitvoering van een verzoek om wederzijdse rechtshulp goederen in beslag werden genomen die volgens het rechtshulpverzoek het voorwerp van een misdrijf zijn, een derde belanghebbende zich tegen de overdracht van deze in beslaggenomen goederen aan de verzoekende overheid, kan verzetten’.
Maar hoe zit dat concreet?
Wel, na de uitvoering van het rechtshulpverzoek, beslist de procureur des Konings over de overdracht van de in beslag genomen voorwerpen. Hij deelt zijn beslissing mee aan de personen bij wie de huiszoeking en het beslag werd uitgevoerd én aan de belanghebbende derde en diens eventuele advocaten. Die derde kan zich, mits een gemotiveerd verzoekschrift, verzetten tegen de overdrachtbeslissing van de procureur.
Het verzoekschrift wordt ingediend bij de raadkamer van de plaats waar de procureur zijn ambt uitoefent. En dat – behalve in geval van overmacht – binnen de 15 dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing tot overdracht.
Tegen de beschikking van de raadkamer kan, conform het gemeenrecht (art. 135 Wetboek van Strafvordering) hoger beroep worden aangetekend bij de Kamer van Inbeschuldigingstelling. Het arrest van de KI is evenwel niet vatbaar voor voorziening in cassatie.
In werking: 3 augustus 2017 (10 dagen na publicatie)
Bron: Wet van 6 juli 2017 houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijke recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 24 juli 2017. (art. 218 Potpourri V)
Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  294