Wapenproefbank Luik krijgt modern draaiboek voor proeven op (niet-)conventionele wapens

De Wapenproefbank in Luik zal zich bij het uitvoeren van proeven op conventionele en niet-conventionele wapens voortaan baseren op een nieuw draaiboek.

Het gaat enerzijds om specifieke technische regels voor de wapens (en de onderdelen ervan) die geïnventariseerd zijn in het reglement van de Overeenkomst van 1969 en handelsmunitie; de zogenaamde conventionele wapens. Anderzijds introduceert de federale regering ook specifieke regels voor proeven op wapens (en de onderdelen ervan) die niet in het reglement van de Overeenkomst van 1969 zijn opgenomen. Deze zogenaamde niet-conventionele wapens worden per eenheid en in zeer kleine reeksen vervaardigd. Ze vereisen daarom eigen standaardregels.

Niet alle elementen zijn nieuw. Bepaalde zaken werden immers al behandeld in het KB van 1924. Een deel ervan werd overgenomen en geactualiseerd. De oude bepalingen worden opgeheven.

Conventionele wapens

Conventionele wapens worden onderworpen aan een voorafgaande proef of inspectie volgens de voorschriften van het reglement van de Overeenkomst van 1969. De vuurwapens en onderdelen die geslaagd zijn voor de proef worden gemarkeerd met een stempel. Het gaat om

  • de stempels die voorgeschreven zijn door het reglement van de Overeenkomst volgens het type proef;
  • de identificatiestempel van de Wapenproefbank (bijlage 2 bij het KB); en
  • de stempel betreffende de jaarletter (bijlage 3 bij het KB) of van het volledige jaar in 4 cijfers.
Geweigerde vuurwapens of onderdelen krijgen alleen de identificatiestempel.

De elementaire verpakkingen van de handelsmunitie die geslaagd zijn voor de inspectie, dragen de afdruk van de stempel bepaald door het reglement van de Overeenkomst.

Op de verplichte voorafgaande proef gelden een aantal vrijstellingen.

Niet-conventionele wapens

De niet-conventionele wapens met hun bijzondere munitie worden ook onderworpen aan een voorafgaande proef bij de Wapenproefbank, maar hiervoor wordt teruggegrepen naar de specifieke procedures uit het KB. dat maakt een onderscheid tussen de ‘procedure van de droogoven’ en ‘de procedure van de overbelasting’. Bijlage 4 beschrijft hoe de proeven technisch worden uitgevoerd.

Wapens en onderdelen die slagen in de proef, krijgen de nodige stempels. Naast de identificatiestempel van de Wapenproefbank en de stempel betreffende de jaarletter (bijlage 3) of het volledige jaar in 4 cijfers, wordt ook de stempel betreffende het type proef aangebracht (bijlage 5 bij het KB). Bovendien wordt ook het kaliber op elke loop gemarkeerd indien het ontbreekt.

Net zoals bij conventionele wapens, krijgen geweigerde wapens alleen de identificatiestempel van de Bank.

De beproeving van een niet-conventioneel wapen en hun bijzondere munitie kan geweigerd worden als hun specificiteit de inspectie onmogelijk maken.

Test na aanpassingen

Elk vuurwapen, al dan niet conventioneel, niet beproefd of zonder stempels of waarop na de voorafgaande proef een wijziging werd aangebracht bij minstens één onderdeel dat onderworpen is aan beproeving, wordt bij de Wapenproefbank aangeboden voor een inspectie. De Bank mag deze beproeving wel weigeren als de aangebrachte aanpassing de tests niet toelaten. Mits specifieke motivering. Na deze beproeving mag de Bank de initiële stempels wijzigen.

Inspectie is in dit kader niet vereist wanneer een onderdeel van het vuurwapen onderworpen aan beproeving enkel vervangen werd door een identiek onderdeel dat al beproefd werd.

Ingevoerde wapens

Ingevoerde vuurwapens, munitie of wapenonderdelen die onderworpen zijn aan beproeving moeten binnen de 2 weken na import worden aangeboden bij de Wapenproefbank. De invoerder is evenwel verplicht om de Bank al binnen 3 dagen na invoer op de hoogte te brengen.

Uitzonderingen

Voor manometrische kanonnen en afsluitingsmiddelen ervan gelden specifieke bepalingen. Ze zijn bijvoorbeeld maar aan één enkele proef onderworpen. En worden na inspectie gemarkeerd met een goedkeuringsstempel (bijlage 6).

Digitale modellen

De Wapenproefbank zal voortaan extra inzetten op digitalisering. De regering verplicht de bank om minstens 2 fysieke én digitale modellen te maken van de identificatiestempel, de stempel betreffende het type proef voor de niet-conventionele wapens (bijlage 5) en de goedkeuringsstempel voor manometrische kanonnen en afsluitingsmiddelen (bijlage 6).

Ze moet ook de nodige maatregelen nemen om de modellen te beschermen tegen diefstal en schending van de integriteit.

28 mei 2017

Het KB van 26 april 2017 bevat geen specifieke datum van inwerkingtreding. De bepalingen worden dus volgens de algemene regel van kracht 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad. Dat is 28 mei 2017.

Bron:Koninklijk besluit van 26 april 2017 tot vaststelling van de proeven waaraan de verschillende wapens onderworpen zijn en tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 juni 1924 tot goedkeuring van het nieuw algemeen reglement der te Luik gevestigde wapenproefbank, BS 18 mei 2017.

Laure Lemmens

Koninklijk besluit tot vaststelling van de proeven waaraan de verschillende wapens onderworpen zijn en tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 juni 1924 tot goedkeuring van het nieuw algemeen reglement der te Luik gevestigde wapenproefbank

Afkondigingsdatum : 26/04/2017
Publicatiedatum : 18/05/2017

Gepubliceerd op 08-06-2017

  179