Wanneer hebben EU-burgers recht op OCMW-steun?

EU-burgers en hun familieleden gratis dringende medische hulp ontzeggen, mag niet. Zij die hier werken als werknemer of zelfstandige hebben bovendien recht op maatschappelijke dienstverlening, óók tijdens de eerste 3 maanden van hun verblijf in ons land. Dat blijkt uit arrest nr. 95/2014 van het Grondwettelijk Hof. De uitspraak heeft grote gevolgen voor de dienstverlening van de OCMW’s. Daarom geeft ontslagnemend Staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maggie De Block, in een interpretatieve omzendbrief van 5 augustus 2014 extra uitleg.

Ze geeft een overzicht van de verblijfs- en nationaliteitsvoorwaarden voor het recht op maatschappelijke integratie en het recht op maatschappelijke dienstverlening

  • van EU-burgers en hun familieleden die in het kader van het recht op vrij verkeer naar ons land zijn gekomen; en
  • van de familieleden van een Belg die in het kader van gezinshereniging naar ons land zijn gekomen.

Algemeen geldt nog steeds dat de Dienst Vreemdelingenzaken bevoegd is om beslissingen te nemen over de toekenning, weigering of intrekking van een verblijfsrecht. Maar het OCMW beslist over het openen van het recht op maatschappelijke integratie, maatschappelijke dienstverlening of dringende medische hulp. De Block overloopt de 3 types van verblijfsrecht voor EU-burgers en hun familie (Verblijfsrecht van minder dan 3 maanden, van meer dan 3 maanden en duurzaam verblijfsrecht), de procedure van gezinshereniging en de verblijfsdocumenten die deze vreemdelingen ontvangen.

Ze gaat daarbij ook dieper in op de vormen van OCMW-steun waarop deze vreemdelingen recht hebben. Een sociaal onderzoek is noodzakelijk.

  • Recht op maatschappelijke integratie
    • EU burgers die hier werken als werknemer of zelfstandige en hun familie hebben recht op maatschappelijke integratie wanneer ze een verblijfsrecht hebben van meer dan 3 maanden (E-kaart of F-kaart).
    • andere personen die onder toepassing van de omzendbrief vallen hebben recht op maatschappelijke integratie wanneer ze een verblijfsrecht hebben van meer dan 3 maanden (E-kaart of F-kaart) EN een effectief verblijf van 3 maanden in die hoedanigheid op ons grondgebied hebben (te rekenen vanaf afgifte van bijlage 19 of 19ter). Werd geen bijlage 19 of 19ter afgeleverd, dan start de termijn vanaf de geldigheidsdatum van de E- of F-kaart.
    • duurzaam verblijfsrecht: deze personen voldoen altijd aan de verblijfs- en nationaliteitsvoorwaarden en kunnen dus, indien aan alle andere voorwaarden voldaan is, aanspraak maken op het recht op maatschappelijke integratie.
  • Recht op maatschappelijke dienstverlening (equivalent leefloon, tewerkstellingsmaatregelen, medische kosten, verwarmingstoelage, enz.)
    • EU burgers die hier werken als werknemer of zelfstandige en hun familie hebben recht op maatschappelijke dienstverlening wanneer ze een aanvraag tot verblijfsrecht van meer dan 3 maanden hebben ingediend (bijlage 19 of 19 ter) of dit verblijfsrecht van meer dan 3 maanden hebben verkregen (E of F-kaart).
    • EU-burgers die hier verblijven als werkzoekende en hun familie hebben geen recht op maatschappelijke dienstverlening en dat gedurende de hele periode dat ze hier in die hoedanigheid verblijven.
    • andere personen die onder toepassing van de omzendbrief vallen hebben recht op maatschappelijke dienstverlening op voorwaarde dat er een periode van 3 maanden verstreken is sinds de afgifte van bijlage 19 of 19ter.
  • Dringende medische hulp
    • de voorwaarden voor het recht op dringende medische hulp bepaald in het koninklijk besluit van 12 december 1996 betreffende de dringende medische hulp die door de OCMW’s wordt verstrekt aan de vreemdelingen die onwettig in het Rijk verblijven, moeten vervuld zijn (met uitzondering van het illegaal verblijf);
    • de staat van behoeftigheid blijkt uit het sociaal onderzoek uitgevoerd door het OCMW;
    • de betrokkene ressorteert niet onder de Belgische ziekteverzekering of die van zijn land van oorsprong of geen verzekering heeft die alle medische kosten in het land dekt of deze kan afsluiten.

De omzendbrief vervangt de eerdere omzendbrieven van 29 juni 2011 en 28 maart 2012 over deze materie. En dat sinds 24 juli 2014, de dag waarop het arrest van het Grondwettelijk Hof in het Staatsblad is verschenen.

De Block benadrukt dat eerdere beslissingen (gedateerd voor het arrest van het Grondwettelijk Hof) kunnen worden herzien met gebruik van gewone rechtsmiddelen.

Het OCMW heeft 2 maanden de tijd om de dossiers van EU-burgers die hier als werknemer of zelfstandige verblijven en hun familie in overeenstemming te brengen met de inhoud van de omzendbrief.

Bron:Omzendbrief van 5 augustus 2014 betreffende de interpretatie van artikel 3, 3°, 2de streepje van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie en artikel 57quinquies van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, BS 8 augustus 2014.

Laure Lemmens

Omzendbrief betreffende de interpretatie van artikel 3, 3°, 2de streepje van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie en artikel 57quinquies van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn

Afkondigingsdatum : 05/08/2014
Publicatiedatum : 08/08/2014

Gepubliceerd op 08-08-2014

  1233