Vrijstelling vennootschapsbijdrage voor onderneming in moeilijkheden retroactief aangepast

Ondernemingen in moeilijkheden kunnen vrijgesteld worden van de betaling van de jaarlijkse vennootschapsbijdrage. Het KB van 10 juni 2014 stemt de vrijstellingsvoorwaarden voor deze ondernemingen af op de gewijzigde wetgeving m.b.t. het gerechtelijk akkoord. De nieuwe vrijstellingsvoorwaarden gelden sinds 1 april 2009. Dat is de dag waarop de wetgever afstapte van de procedure van het gerechtelijk akkoord en het stelsel van de gerechtelijke reorganisatie introduceerde.

Vennootschapsbijdrage

Elke vennootschap die onderworpen is aan de Belgische vennootschapsbelasting of aan de belasting der niet-verblijfhouders, moet binnen de 3 maanden na de neerlegging van haar oprichtingsakte aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds en de ‘jaarlijkse bijdrage ten laste van de vennootschappen voor het sociaal statuut van de zelfstandigen’ (de vennootschapsbijdrage) betalen. Vzw’s, feitelijke verenigingen en burgerlijke vennootschappen die geen handelsvorm hebben aangenomen, zijn vrijgesteld.

Vrijstelling voor ondernemingen in moeilijkheden

Sinds 1 april 2009 zijn de vennootschappen die zich in één van de hierna vermelde situaties bevinden, de jaarlijkse vennootschapsbijdrage niet verschuldigd, en dit voor elk bijdragejaar in de loop waarvan ze zich, gedurende het ganse jaar of een deel ervan, in die situatie bevinden:

  • ze werden bij vonnis van de rechtbank van koophandel failliet verklaard;
  • ze maken het voorwerp uit van een procedure van gerechtelijke reorganisatie door een minnelijk akkoord, door een collectief akkoord of door overdracht onder gerechtelijk gezag, die door de bevoegde rechtbank bij vonnis geopend werd;
  • ze bevinden zich in een toestand van vereffening en het uittreksel uit de akte die de manier van vereffening bepaalt, werd gepubliceerd in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad.

Bovenstaande voorwaarden werden aangepast omdat de rechtbank van koophandel sinds 1 april 2009 de gerechtelijke reorganisatie om volgende redenen kan toestaan: om een minnelijk akkoord met twee of meer schuldeisers te bereiken, om een collectief akkoord van haar schuldeisers te krijgen over een reorganisatieplan, of om een overdracht onder gerechtelijke gezag door te voeren.

Net zoals voordien kan de vennootschap ook vrijgesteld worden van de betaling van de vennootschapsbijdrage voor het jaar waarvoor zij met een attest bewijst dat ze gedurende het volledige kalenderjaar geen enkele handels- of burgerlijke activiteit heeft uitgeoefend. Dat attest moet afgeleverd zijn door het departement vennootschappen van de Administratie der Directe Belastingen.

Tijdelijke vrijstelling

De vrijstellingsregels voor beginnende personenvennootschappen blijven ook ongewijzigd. Zij kunnen gedurende de eerste 3 jaar van hun bestaan vrijgesteld worden van de vennootschapsbijdrage, op voorwaarde dat:

  • ze als handelsonderneming ingeschreven zijn in de kruispuntbank van ondernemingen (KBO), en
  • hun zaakvoerders en de meerderheid van de werkende vennoten (die geen zaakvoerder zijn) hoogstens 3 jaar zelfstandige (incl. bijberoep, medewerking, …) geweest zijn, in een periode van 10 jaar vóór dat de vennootschappen rechtspersoonlijkheid kregen.

Vennootschapsbijdrage 2014

U betaalt in 2014:

  • 347,50 euro als uw vennootschap in het voorlaatste afgesloten boekjaar (dus in 2012) een balanstotaal had dat kleiner of gelijk was dan 646.787,86 euro (voordien: 641.556,65 euro); of
  • 868,00 euro als uw vennootschap in het voorlaatste afgesloten boekjaar (dus in 2012) een balanstotaal had van meer dan 646.787,86 euro (voordien: 641.556,65 euro).

De bijdrage hangt af van het balanstotaal van het voorlaatste afgesloten boekjaar van de vennootschap, dat vermeld is in de jaarrekening die bij de Balanscentrale van de Nationale Bank van België werd neergelegd. Voor pas opgerichte vennootschappen is er geen voorlaatste afgesloten boekjaar waarop de bijdrage kan gebaseerd zijn. Zij betalen de laagste bijdrage van 347,50 euro.

Tijdstip betaling

Bestaande vennootschappen en vennootschappen die hun rechtspersoonlijkheid verkrijgen in januari, februari en maart van het bijdragejaar, moeten hun bijdrage vóór 1 juli van het bijdragejaar betalen aan het sociaal verzekeringsfonds. Vennootschappen die rechtspersoonlijkheid verkrijgen vanaf 1 april moeten de vennootschapsbijdrage betalen uiterlijk op het einde van de 3de maand die volgt op de datum waarop ze rechtspersoonlijkheid verwierven.

In werking

Het KB van 10 juni 2014 heeft uitwerking met ingang van 1 april 2009(!).

Artikel 3, § 1, 3° van het “KB van 15 maart 1993 tot uitvoering van hoofdstuk II van titel III van de wet van 30 december 1992 houdende sociale en diverse bepalingen, met betrekking tot de invoering van een jaarlijkse bijdrage ten laste van de vennootschappen bestemd voor het sociaal statuut der zelfstandigen”, zoals het van toepassing was vóór het werd gewijzigd door het “KB van 19 december 2010 tot uitvoering van artikel 84 van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen”, blijft van toepassing op de procedures van gerechtelijk akkoord die lopende waren op 1 april 2009.

Bron:Koninklijk besluit van 10 juni 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 maart 1993 tot uitvoering van hoofdstuk II van titel III van de wet van 30 december 1992 houdende sociale en diverse bepalingen, met betrekking tot de invoering van een jaarlijkse bijdrage ten laste van de vennootschappen bestemd voor het sociaal statuut der zelfstandigen, BS 25 juni 2014.
Zie ook: – Koninklijk besluit van 19 december 2010 tot uitvoering van artikel 84 van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, BS 24 januari 2011- art. 57Koninklijk besluit van 27 maart 2009 tot vaststelling van de inwerkingtreding van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, BS 31 maart 2009. – Koninklijk besluit van 27 maart 2009 tot vaststelling van de inwerkingtreding van de wet van 26 januari 2009 houdende wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de continuïteit van de ondernemingen, BS 31 maart 2009. – Wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, BS 9 februari 2009. – Wet van 26 januari 2009 houdende wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de continuïteit van de ondernemingen, BS 9 februari 2009. – Koninklijk besluit van 14 maart 2014 houdende wijziging van het koninklijk besluit van 15 maart 1993 tot uitvoering van hoofdstuk II van titel III van de wet van 30 december 1992 houdende sociale en diverse bepalingen, met betrekking tot de invoering van een jaarlijkse bijdrage ten laste van de vennootschappen bestemd voor het sociaal statuut der zelfstandigen, BS 27 maart 2014. – Koninklijk besluit van 15 maart 1993 tot uitvoering van hoofdstuk II van titel III van de wet van 30 december 1992 houdende sociale en diverse bepalingen, met betrekking tot de invoering van een jaarlijkse bijdrage ten laste van de vennootschappen bestemd voor het sociaal statuut der zelfstandigen, BS 3 april 1993.

Christine Van Geel

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 maart 1993 tot uitvoering van hoofdstuk II van titel III van de wet van 30 december 1992 houdende sociale en diverse bepalingen, met betrekking tot de invoering van een jaarlijkse bijdrage ten laste van de vennootschappen bestemd voor het sociaal statuut der zelfstandigen

Afkondigingsdatum : 10/06/2014
Publicatiedatum : 25/06/2014

Gepubliceerd op 26-06-2014

  115