Vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing voor ondernemingen die investeren in steunzones: Regering voert overgangsmaatregel in (art. 11-15 WFDB)

Werkgevers die aan bepaalde voorwaarden voldoen, kunnen sinds 2 april 2015 gedurende 2 jaar tot 25% korting krijgen op de bedrijfsvoorheffing (BV) die ze inhouden op de lonen van de nieuwe werknemers die ze naar aanleiding van investeringen in steunzones aanwerven. Die extra tewerkstelling moet wel gedurende 3 jaar (KMO’s) of 5 jaar (andere ondernemingen) behouden blijven.

Om nog meer investeringen aan te trekken die bijdragen tot jobcreatie, heeft de Regering deze fiscale regeling (opnieuw) gewijzigd, zodat de drempel voor werkgevers die de regeling willen gebruiken werder wordt verlaagd. Ze voegt onder meer een overgangsmaatregel in.

Hierna volgt een overzicht van de belangrijkste nieuwigheden.

Opgelet! Om van de (tijdelijke) vrijstelling van doorstorting van BV te kunnen genieten, moeten de werkgevers een aantal voorwaarden naleven. Die voorwaarden variëren naargelang de werkgever kwalificeert als een KMO (art. 275(8), WIB 1992) of als een ‘andere onderneming’ (art. 275(9), WIB 1992).

Uitbreiding steunzone

Een gewest beschikt over een termijn van 3 jaar nadat de ‘kennisgeving’ van collectief ontslag (art. 66, § 2, wet-Renault) is verricht, om een steunzone voor maximum 6 jaar voor te stellen aan de minister van Financiën. Enkel kennisgevingen verricht na 1 juli 2012 komen in aanmerking. Dit op voorwaarde dat het gewest een samenwerkingsakkoord heeft afgesloten met de Federale Regering. Het Vlaams Gewest sloot dat akkoord al af op 3 april 2015. Het Waals Gewest deed dat op 17 november 2015.

Elk gewest kan slechts voor maximum 4 gevallen van ‘collectieve ontslagen’ steunzones voorstellen. Elke steunzone moet zich binnen een maximale straal van 40 km van de getroffen vestigingen bevinden. De getroffen vestigingen moeten in de steunzone opgenomen zijn. De steunzones mogen per gewest, en voor zover hun toepassingsperiode niet is verstreken of niet vroegtijdig is stopgezet, in totaal niet meer dan 2.000 km2 beslaan en niet meer dan 200.000 inwoners tellen. De steunzones die de gewesten voorstellen, worden ingedeeld in 2 groepen: een groep A en een groep B, met telkens de steunzones of delen van steunzones die resp. binnen (groep A) of niet binnen (groep B) de steungebieden vallen die op de regionale steunkaart staan.

Het Vlaams Gewest bakende al steunzones af rond Turnhout en Genk (met ingang van 1 mei 2015).

Nieuw is dat de gewesten nu ook (retroactief vanaf 1 mei 2015) aan de minister van Financiën kunnen voorstellen om de oorspronkelijke afbakening van een steunzone uit te breiden. Dit op voorwaarde dat de toepassingsperiode van de steunzone niet is verlopen en binnen de beperkingen die voor een steunzone zijn vastgelegd (nieuw lid 5 in art. 16, relancewet; art. 11, wet van 18 december 2015). De mogelijkheid om aan de minister van Financiën voor te stellen om een steunzone vroegtijdig stop te zetten, blijft nog altijd bestaan.

Uitzendarbeid

Een onderneming die erkend is voor uitzendarbeid en één of meer uitzendkrachten ter beschikking stelt van een werkgever, en die voor deze uitzendkrachten bezoldigingen uitbetaalt die voldoen aan de gestelde voorwaarden, kan in de plaats van deze werkgever de tijdelijke vrijstelling van doorstorting van de BV verkrijgen. Zowel de werkgever als de onderneming die erkend is voor uitzendarbeid moeten dan het bewijs leveren dat ze voldoen aan alle regels i.v.m. de nieuwe arbeidsplaatsen.

De wet van 18 december 2015 past nu het WIB 1992 op verschillende punten aan om enkele hiaten weg te werken (wijziging art. 275(8) en art. 275(9), WIB 1992; art. 12 en 13, wet van 18 december 2015).

Nieuwe arbeidsplaatsen

Ondernemingen die erkend zijn voor uitzendarbeid krijgen nu ook de mogelijkheid om via de bijlage in de aangifte van de inkomstenbelasting aan te tonen dat de nieuwe arbeidsplaats gedurende ten minste 3 jaar (KMO’s) of 5 jaar (andere ondernemingen) behouden is gebleven en gedurende deze periode heeft voldaan aan de voorwaarde van artikel 275(8), § 4, tweede lid van het WIB 1992 (wijziging art. 275(8), § 1, vierde lid en art. 275(9), § 1, vierde lid, WIB 1992; art. 12, a) en art. 13 a), wet van 18 december 2015).

De door de werkgever uitbetaalde bezoldigingen die in aanmerking komen voor de vrijstelling van doorstorting van BV moeten betrekking hebben op een in aanmerking komende investering. Voortaan komt enkel een ten gevolge van deze investering gecreëerde nieuwe arbeidsplaats die wordt ingevuld vóór het verstrijken van de 36ste maand die volgt op de dag waarop de werkzaamheden werden voltooid die betrekking hebben op de investering die is uiteengezet in het formulier 274SZ, in aanmerking voor deze maatregel (wijziging art. 275(8), § 4, eerste lid; art. 12, e), wet van 18 december 2015). Voordien moest de nieuwe arbeidsplaats worden “ingevuld binnen de termijn van 36 maanden na voltooiing van de investering”.

In aanmerking komende investeringen

Tot nog toe kwam een investering slechts in aanmerking als er een gewestelijke steun was voor verleend. Die maatregel wordt nu geschrapt (wijziging § 3, eerste lid in art. 275(8), WIB 1992 en wijziging § 3, eerste lid in art. 275(9), WIB 1992; art. 12, d) en art. 13, c), wet van 18 december 2015).

Voortaan komt elke investering in materiële of immateriële vaste activa in aanmerking voor de tijdelijke vrijstelling van BV.

Overgangsregeling

Voor wat deze laatste wijziging betreft, voorziet de wet van 18 december 2015 in een overgangsregeling. Die geldt voor werkgevers die tussen 1 mei 2015 en 1 januari 2016 een investering hebben verricht in een steunzone die is afgebakend vóór 1 januari 2016, en die geen beroep hebben gedaan op de fiscale gunstmaatregel omdat er voor die investering geen gewestelijke steun was voor verleend. Zij kunnen voor deze investering nu toch nog een beroep doen op de fiscale gunstmaatregel op voorwaarde dat ze binnen de 3 maanden na de inwerkingtreding van deze overgangsregeling het formulier 274SZ indienen bij het bevoegde Documentatiecentrum Bedrijfsvoorheffing.

De overgangsregel zal pas in werking treden nadat de Europese Commissie heeft bevestigd dat zij geen verboden staatssteun vormt. De minister van Financiën zal de bevestiging van de Europese Commissie publiceren via een bericht in het Belgisch Staatsblad. De termijn van 3 maanden zal beginnen te lopen vanaf de dag van publicatie van dit bericht.

Nieuwe richtsnoeren Europese Commissie

De wet van 18 december 2015 vervangt ook de verwijzing naar de oude richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun door een wijziging naar de nieuwe richtsnoeren die de Europese Commissie sinds 1 augustus 2014 toepast (wijziging art. 275(8), WIB 1992; art. 12, c), wet van 18 december 2015). Aangezien de financiële sector buiten het toepassingsgebied valt van deze nieuwe richtsnoeren en de Europese Commissie in geval van reddingssteun de opportuniteit van deze steun rechtstreeks toetst aan artikel 107, derde lid, b, van het EU-werkingsverdrag, wordt ook een verwijzing naar dit verdragsartikel in het WIB 1992 opgenomen.

In werking

Deze maatregelen treden retroactief in werking met ingang van 1 mei 2015. Dit met uitzondering van de overgangsregeling.

Bron:Wet van 18 december 2015 houdende fiscale en diverse bepalingen, BS 28 december 2015; err. BS 14 januari 2016 (art. 11-15)
Zie ook:– Samenwerkingsakkoord van 17 november 2015 tussen de Federale Staat en het Waalse Gewest betreffende de uitvoering van artikel 16 van de wet van 15 mei 2014 houdende uitvoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance, BS 9 december 2015. – Samenwerkingsakkoord van 3 april 2015 tussen de Federale Staat en het Vlaamse Gewest betreffende de uitvoering van artikel 16 van de wet van 15 mei 2014 houdende uitvoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance, BS 30 april 2015. – Koninklijk besluit van 28 april 2015 tot uitvoering van artikel 16 van de wet van 15 mei 2014 houdende uitvoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance, wat het Vlaamse Gewest betreft, en tot vaststelling van het in artikel 275(8), § 5, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde formulier, BS 30 april 2015. – Koninklijk besluit van 28 april 2015 tot wijziging van het KB/WIB 92 inzake de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing in toepassing van de artikelen 275(1), 275(3), 275(7), 275(8) en 275(9), van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, BS 30 april 2015. – Wet van 24 maart 2015 houdende de aanpassing van titel 3 van de wet van 15 mei 2014 houdende uitvoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance en artikelen 275(8) en 275(9) van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 aan de Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, BS 2 april 2015. – Koninklijk besluit van 17 juli 2014 tot wijziging van artikel 4 van het koninklijk besluit van 13 juni 2014 tot uitvoering van artikel 16 van de wet van 15 mei 2014 houdende uitvoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance en van artikelen 275(8) en 275(9) van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, BS 31 juli 2014. – Koninklijk besluit van 13 juni 2014 tot uitvoering van artikel 16 van de wet van 15 mei 2014 houdende uitvoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance en van artikelen 275(8) en 275(9) van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, BS 26 juni 2014 (! opgeheven op 2 april 2015). – Wet van 15 mei 2014 houdende uitvoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance, BS 22 mei 2014 (relancewet) (art. 16) – Wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, BS 9 februari 2009 (art. 59) – Wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling, BS 19 februari 1998 (wet Renault) (Hoofdstuk VII. Collectief ontslag en art. 66, § 2) – Wetboek van de Inkomstenbelastingen (WIB 1992) (art. 275(8), art. 275(9)) – Wetboek van vennootschappen (W.Venn.) (art. 11, art. 12 en art. 15, § 2 tot § 5.

Christine Van Geel

Wet houdende fiscale en diverse bepalingen

Afkondigingsdatum : 18/12/2015
Publicatiedatum : 28/12/2015

Gepubliceerd op 03-02-2016

  548