Vrijstelling van bijdragen voor zelfstandigen in ‘tijdelijke moeilijke financiële of economische situatie’

Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, ten einde de werking van de Commissie voor vrijstelling te hervormen

De procedure voor de vrijstelling van sociale bijdragen wordt aangepast voor zelfstandigen die zware financiële of economische moeilijkheden hebben. Het gaat om aanpassingen van het KB nr. 38. Een en ander moet wel nog verder worden uitgewerkt bij KB.

Vier belangrijke aanpassingen

1/ De Commissie voor vrijstelling van bijdragen bekeek tot nu of de zelfstandige in een ‘staat van behoefte’ verkeert. Of in een situatie die de staat van behoefte benadert.
Die begrippen bleken te vaag in de praktijk. Daarom voorziet de wetgever in een nieuw criterium: de ‘tijdelijke moeilijke financiële of economische situatie’. Dit uniek criterium koppelt de toekenning van een vrijstelling veel duidelijker aan de economische situatie en de daaruit voortvloeiende financiële situatie van de aanvrager.

2/ De onderzoeksprocedure wordt teruggebracht van zes maanden tot één maand. Dat kan dankzij een snellere administratieve procedure (overheveling naar het RSVZ) op grond van vaste criteria, zoals de beroepsinkomsten en -kosten, maar ook de omzet en de eraan verbonden kosten als het om een vennootschap gaat. Om de behandelingstermijn in te korten, bepaalt de wetgever standaardsituaties die tot de toekenning of de weigering van een vrijstelling leiden.
Denk bijvoorbeeld aan de zelfstandige die een leefloon of een inkomensgarantie voor ouderen ontvangt. De zelfstandige die aantoont dat hij zich in zo’n situatie bevindt, wordt vermoed zich in een moeilijke financiële of economische situatie te bevinden.

3/ Er wordt een beroepscommissie bij het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) ingesteld die ten volle bevoegd is om een uitspraak te doen over de beroepen tegen de vrijstellingsbeslissingen (beroep tegen een weigering van vrijstelling, tegen een gedeeltelijke vrijstelling, maar ook tegen het aantal vrijgestelde kwartalen). De mogelijkheid om de wettigheid van de vrijstellingsbeslissing voor de arbeidsrechtbank te betwisten, blijft bestaan.

4/ De zelfstandigen (of vennootschappen) die een vrijstelling krijgen, zijn niet meer hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de door de helper (of de vennoten of mandatarissen) verschuldigde bijdragen. De opheffing van aansprakelijkheid wordt voortaan automatisch toegekend. Men zal ook automatisch rekening houden met de vrijstelling van regularisatiebijdragen wanneer vooraf een vrijstelling van de voorlopige bijdragen werd toegekend.

In werking

De nieuwe regels zijn op 1 januari 2019 in werking getreden. Ze zijn van toepassing op de aanvragen tot vrijstelling die worden ingediend vanaf die datum.

Maar we noteren wel een overgangsbepaling die uitwerking heeft met ingang van 1 oktober 2018. Tot 31 december 2018 kon geen enkele aanvraag tot vrijstelling worden ingediend. De termijn voor het indienen van de aanvraag zal verlengd worden met deze periode.

Bron: Wet van 2 december 2018 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, ten einde de werking van de Commissie voor vrijstelling te hervormen, BS 27 december 2018
Steven Bellemans
  89