Voortaan uitdrukkelijk in Btw-wetboek: elektronische btw-aangifte heeft dezelfde juridische waarde als papieren aangifte

Wet houdende diverse fiscale bepalingen 2019-I

Een btw-aangifte ingediend via Intervat heeft dezelfde juridische waarde dan een papieren aangifte. Dat staat voortaan uitdrukkelijk in het Btw-wetboek. Een formaliteit want het principe wordt uiteraard al langer impliciet toegepast.

Maar een duidelijke wettelijke basis is wel belangrijk in het licht van de verdere gelijkschakeling van de aangiftes inkomstenbelastingen en de btw-aangiften. Artikel 307bis van het WIB1992 bevat zo’n bepaling immers al langer: de elektronische aangifte, door de FOD Financiën ter beschikking gesteld, die werd ingevuld en overgezonden overeenkomstig de daarin voorkomende aanduidingen, wordt gelijkgesteld met een gewaarmerkte, gedagtekende en ondertekende papieren aangifte.

De wetgever voegt nu dus een gelijkaardige bepaling toe in het Btw-wetboek. Er wordt meer concreet een artikel 53terdecies ingevoerd waarin expliciet wordt gesteld dat de elektronische periodieke aangifte, de elektronische bijzondere aangifte, de elektronische klantenlisting en de elektronische lijst van de intracommunautaire verrichtingen ingediend via het systeem dat door de FOD ter beschikking wordt gesteld, worden gelijkgesteld met de gewaarmerkte, gedagtekende en ondertekende papieren aangifte.

In werking: 25 mei 2019

Bron: Wet van 2 mei 2019 houdende diverse fiscale bepalingen 2019-I., BS 15 mei 2019. (Titel 4, hoofdstuk 2)
Zie ook
WIB1922 (art. 307bis)
Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  14