Vlaanderen wil meer mobiliteit bij topambtenaren

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, wat betreft het topkader en een maatregel voor het middenkader

Vlaanderen stuurt de selectieprocedure voor topambtenaren bij. Zeer goed presterende topambtenaren die zich kandidaat stellen voor een nieuwe topfunctie stromen automatisch door naar de laatste ronde van de selectieprocedure. Topambtenaren krijgen voortaan een mobiliteitskrediet, en de voorwaarden om met een derde mandaat te kunnen starten worden verstrengd.

Topkader

De nieuwe regels zijn van toepassing op het topkader. Het gaat in de meeste gevallen om zowel de management- en projectleidersfuncties van N-niveau als de functies van algemeen directeur.

Selectie

Topambtenaren van wie de laatste jaarlijkse evaluatie werd afgesloten met de waardering dat het prestatieniveau in sommige gevallen boven de verwachting en de norm ligt of met een hogere waardering, stromen onmiddellijk door naar de laatste ronde van de selectieprocedure voor een nieuwe topfunctie. Zij worden dus niet getest op de competenties en andere eisen die volgens de functiebeschrijving nodig zijn voor de functie.
Met die versoepeling wil de Vlaamse regering topambtenaren aanzetten om vaker te solliciteren voor andere topfuncties, en zo de mobiliteit binnen het topkader vergroten. Nu weerhoudt de angst om niet te voldoen aan de competenties uit de functiebeschrijving topambtenaren vaak om zich kandidaat te stellen. De zeer goed functionerende topambtenaren moeten dus voortaan enkel een interview hebben met de delegatie van de Vlaamse regering.

Klasse

De managementfuncties van N-niveau worden – op voorstel van een wegingscommissie – ingedeeld in vier klassen (A, B, C of D). Tot nu was dat ook het geval voor de projectleidersfuncties van N-niveau. Maar nu worden die laatste in principe altijd ingedeeld in klasse A, zonder weging. Een weging is alleen nodig voor een indeling in een ander klasse.

Mobiliteitskrediet

De management- en projectleidersfuncties van N-niveau krijgen voortaan een jaarlijks mobiliteitskrediet voor hun persoonlijke verplaatsingen. Hieronder vallen zowel het woon-werkverkeer, de dienstverplaatsingen en de privéverplaatsingen. Het mobiliteitskrediet bedraagt 14.400 euro per jaar of 1.200 euro per maand. Om het gebruik van duurzame milieuvriendelijke voertuigen te stimuleren ligt het mobiliteitskrediet bij een elektrische of plug-in hybride dienstvoertuig een stuk hoger: 21.600 euro per jaar (of 1.800 per maand).
Het mobiliteitskrediet vervangt de huidige keuzemogelijkheid voor ofwel een dienstwagen (voor dienst- en privéverplaatsingen in binnen- en buitenland), ofwel een abonnement eerste klasse op het openbaar vervoer.
Het mobiliteitskrediet moet ingevuld worden met duurzaam vervoer. Het kan gebruikt worden voor volgende mobiliteitsopties: dienstwagen, abonnement of andere vervoerbewijzen van openbaar vervoer, fietsvergoeding voor eigen fiets, aankoop of leasing van een al dan niet elektrische fiets of motor, abonnement fietsdelen of autodelen, parkingabonnement of parkingkaartjes en de kilometervergoeding. De kilometervergoeding wordt wel alleen maar toegekend als het privévoertuig beantwoordt aan de vastgelegde normen voor de ecoscore en de brandstof die gelden voor de aankoop of huur van een dienstvoertuig.
De topambtenaar kan zijn mobiliteitskrediet ook gebruiken voor andere duurzame mobiliteitsopties, maar dan alleen met ministeriële goedkeuring.
Op het einde van elk kalenderjaar of bij de beëindiging van het mandaat, wordt een afrekening gemaakt van het gebruikte krediet. Als het overschreden is, wordt het saldo teruggevorderd van de N-functie.

Vervroegde mandaatevaluatie

Wanneer een topambtenaar twee keer na elkaar – binnen hetzelfde mandaat van zes jaar – een slechte jaarlijkse evaluatie heeft gekregen (prestatieniveau ligt (grotendeels) onder de verwachtingen) gebeurt er voortaan een vervroegde mandaatevaluatie. Dit binnen zes maanden na die tweede slechte evaluatie. Als die vervroegde mandaatevaluatie niet resulteert in een ‘onvoldoende’ kan de mandaathouder zijn mandaat verderzetten voor de nog lopende duur ervan.

Derde mandaat

Een topambtenaar kan een derde mandaat opnemen, maar de lat ligt voortaan wel hoger. Een derde mandaat kan alleen als hij bij ten minste drie van de laatste vijf evaluaties – waaronder de laatste twee – een waardering heeft gekregen waaruit blijkt dat het prestatieniveau in sommige gevallen boven de verwachting en de norm ligt of een hogere waardering.
Tot nu moest de mandaathouder voor minstens vier jaar van zijn tweede mandaat – waaronder de laatste twee jaar – een positieve evaluatie hebben gekregen met ten minste een waardering dat het prestatieniveau volledig voldoet aan de verwachtingen en de norm.
Aan de andere voorwaarden wordt niet geraakt: de mandaatevaluatie na afloop van het tweede mandaat mag niet resulteren in een ‘onvoldoende’ en de Vlaamse regering moet instemmen met de door de topambtenaar uitgewerkte toekomstvisie.

Nakende pensionering

Een topambtenaar die bijna pensioengerechtigd is, kan een verlenging van zijn tweede of derde mandaat krijgen tot hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. De maximale verlengingstermijn is twee jaar, waardoor het mandaat acht jaar kan duren. Het is de indienstnemende overheid die over die verlenging beslist. Bij een mandaatverlenging volgt er na zes jaar dan ook geen mandaatevaluatie.

Afschaffing entiteit

Als het mandaat van een managementfunctie van N-niveau eindigt wegens de afschaffing van de entiteit waarin de functie werd uitgeoefend - bijvoorbeeld als gevolg van een fusie - wordt de betrokken topambtenaar voortaan automatische herplaatst in een vacante projectleidersfunctie van N-niveau. Dus zonder voor die functie te moeten concurreren met andere kandidaten.

Middenkader

Tot slot valt er ook nog een kleine wijziging te noteren voor het middenkader. Elke N-1 functie (management en projectleidersfuncties N-1) wordt voortaan vacant verklaard via een open procedure. Zowel interne als externe kandidaten kunnen meedingen.
Tot nu kon men kiezen: ofwel alleen ambtenaren van de interne arbeidsmarkt toelaten tot de selectieprocedure (waardoor contractuele personeelsleden en externen uit de boot vielen), ofwel de functie openstellen voor zowel de externe als interne arbeidsmarkt.
Door alle functies in het middenkader zowel verplicht intern als extern vacant te verklaren wil de Vlaamse overheid het aantal geschikte kandidaten opdrijven en het toegangrecht voor contractuele en statutaire ambtenaren gelijkschakelen.

Inwerkingtreding

Het nieuwe besluit van 12 januari 2018 treedt in werking op 1 januari 2018.
Bron: Besluit van de Vlaamse Regering van 12 januari 2018 tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, wat betreft het topkader en een maatregel voor het middenkader, BS 12 februari 2018
Ilse Vogelaere
  447