Vlaanderen sleutelt aan vergunningsvoorwaarden voor kinderopvang

Vlaanderen past de normen voor kinderopvang aan. Zowel de infrastructuureisen als de veiligheidsregels worden op enkele punten veranderd. Hetzelfde geldt voor de personeelsregels.

Infrastructuur

Tot nu moest er in elke kinderopvanglocatie een sanitaire ruimte voor volwassenen, een toegangszone en een keuken aanwezig zijn. Die eisen zijn weggevallen. Ook de minimale vrije plafondhoogte van 2,20 meter in leef- en rustruimte is geschrapt.

Het volstaat voortaan dat er voor de verzorging van de kinderen een uitrusting is die aangepast is aan het aantal vergunde kinderopvangplaatsen. Specifieke normen – zoals een (kinder)bad, een wasbak met koud en warm stromend water en een opbergssysteem voor de persoonlijke spullen van de kindjes – zijn er niet meer.

De regels waaraan het bed voor kindjes jonger dan 18 maanden moet voldoen om veilig te zijn, worden voortaan vastgelegd door de minister.

Natuurlijk daglicht in de leefruimte blijft verplicht. Maar de regels voor de ramen zijn geschrapt. Ook de ventilatie in de leef- en rustruimte blijft verplicht. De koolstofdioxideconcentratienorm is evenwel geschrapt.

Veiligheid

Een opvanglocatie mag voortaan dieren hebben. De verplichting om dieren buiten het bereik van kinderen te houden wordt immers geschrapt. Ook het permanent gebruiksklaar telefoontoestel dat toegankelijk is voor de verantwoordelijke en elke kinderbegeleider is niet meer verplicht.

Omgang met gezin

De organisator van de kinderopvang is voortaan verplicht om de vergunningsbeslissing - en op vraag van Kind en Gezin ook de eventuele schriftelijke aanmaningen - en de beslissing tot schorsing of opheffing van de vergunning aansluitend op de ontvangst daarvan bekend te maken aan de gezinnen. Nu moest de organisator de schorsing of opheffing van de vergunning bekendmaken binnen vijf kalenderdagen na de beslissing, en de vergunningsbeslissing en eventuele aanmaningen binnen dertig kalenderdagen.

Personeel

Ook aan de regels voor het personeel komt hier en daar een verandering.

— Leeftijdsbewijs

De organisator en de verantwoordelijke van de kinderopvang moeten minstens 21 jaar zijn. Kinderbegeleiders minstens 18 jaar. Het bewijs van de leeftijd hoeft niet noodzakelijk meer geleverd te worden via een kopie van het identiteitsbewijs. Andere manieren kunnen ook.

— Uittreksel uit strafregister en attest medische geschiktheid

Het uittreksel uit het strafregister en het attest van medische geschiktheid van de verantwoordelijke van de opvang en van de kinderbegeleiders mag in principe niet ouder zijn drie maanden bij de aanvraag van de vergunning of bij het begin van de tewerkstelling.

Die driemaandenregel geldt voortaan niet meer voor

  • de verantwoordelijke die al werkt als verantwoordelijke in een andere kinderopvanglocatie van de organisator. Een ouder document kan;
  • de kinderbegeleider die stage loopt. De documenten moeten in dit geval dateren uit het lopende schooljaar.

Eenzelfde afwijkende regel is er trouwens ook voor het uittreksel uit het strafregister dat de organisator moet kunnen voorleggen. In principe mag dit niet ouder zijn dan drie maanden, maar als de organisator al een eerdere vergunning heeft, mag het uittreksel minder recent zijn.

— Hernieuwing documentenVoortaan moet alleen nog het attest levensreddend handelen van de verantwoordelijke en de kinderbegeleider om de drie jaar hernieuwd worden. En niet meer het uittreksel uit het strafregister en het attest van medische geschiktheid. Kind en Gezin kan wel – als daar gegronde indicaties voor zijn - altijd vragen om een document op een bepaald moment te hernieuwen.

Een gelijkaardige regeling is er ook voor het uittreksel uit het strafregister van de organisator. Ook hier geen driejaarlijkse hernieuwing meer, maar alleen een hernieuwing op vraag van Kind en Gezin.

— Inwerken

De expliciete verplichting voor de organisator om mensen die nieuw zijn in de kinderopvanglocatie in te werken, is geschrapt.

Kinderopvangzoeker

De regel dat de organisator alleen baby’s en peuters mag opvangen van wie de vraag naar kinderopvang is geregistreerd in de Kinderopvangzoeker van Kind en Gezin wordt geschrapt. De verplichtingen die daaruit voortvloeiden (bevestiging startdatum en unieke identificatiegegevens van het kind in de Kinderopvangzoeker) zijn evenmin nog van toepassing.

Gegevensmelding aan Kind en Gezin

De organisator moet voortaan één keer per jaar – Kind en Gezin bepaalt de exacte maand – de gegevens over het aantal unieke kinderen die dagelijks gebruikmaken van de kinderopvang per kinderopvanglocatie aan Kind en Gezin melden. Tot nu moest dat maximaal maandelijks.

Voortaan moet hij ook jaarlijks aan Kind en Gezin melden welke medewerkers in de kinderopvanglocatie instaan voor de systematische ondersteuning van de kinderen — en dit op basis van hun rijksregisternummer of vreemdelingennummer. Tot nu moest hij die melding enkel doen voor de verantwoordelijken en de kinderbegeleiders. Voortaan vermeldt hij voor iedereen die onder een van die drie groepen valt de geboortedatum, het geslacht, de functie, de werkregeling, de taalkennis Nederlands, het tewerkstellingsstatuut en de kwalificatie.

Wijzigingen in het aanbod (bv. opvang exclusief voor baby’s en peuters, opvang ’s nachts, buitenschoolse opvang) moeten alleen nog gemeld worden in het kader van een ad-hocbevraging door Kind en Gezin. Tot nu moesten dergelijke wijzigingen altijd gesignaleerd worden.

Inwerkingtreding

Het Vlaams besluit van 9 oktober 2015 treedt in werking op 1 september 2015.

Bron:Besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015 tot wijziging van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, het Subsidiebesluit van 22 november 2013 en het Procedurebesluit van 9 mei 2014, BS 26 november 2015
Zie ook:

Ilse Vogelaere

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, het Subsidiebesluit van 22 november 2013 en het Procedurebesluit van 9 mei 2014

Afkondigingsdatum : 09/10/2015
Publicatiedatum : 26/11/2015

Gepubliceerd op 26-11-2015

  167