Vlaanderen schaaft aan procedureregels voor Milieuhandhavingscollege en Raad voor Vergunningsbetwistingen

Vlaanderen werkt het procedurebesluit voor het Milieuhandhavingscollege (MHHC) en de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVB) grondig bij. Naast tal van wijzigingen aan de gedetailleerde procedureregels, zijn nu ook de bedragen van de rechtsplegingsvergoeding bij de RvVB en de bemiddelingskosten bekend. We stippen enkele nieuwe punten aan.

Woonplaatskeuze

Elke partij moet nog maar één keer een woonplaatskeuze doen. De keuze die ze maakt in het eerste processtuk geldt voor alle daaropvolgende proceshandelingen van de zaak. Dus niet alleen voor de hoofdvordering maar ook voor alle – gelijktijdig of later ingediende – aanvullende vorderingen in dezelfde zaak. Zoals bv. de vordering tot schorsing bij hoogdringendheid of bij uiterst dringende noodzakelijkheid.

Als gevolg hiervan worden wijzigingen aan de woonplaatskeuze voortaan per zaak ter kennis gebracht, en niet langer per vordering.

Uiterst dringende noodzakelijkheid

Normaalgezien bezorgen de partijen alle verzoekschriften en processtukken met een beveiligde zending (bv. een aangetekende brief) aan het bestuursrechtscollege. Maar hierop komt een uitzondering bij een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. De verzoeker kan zijn verzoekschrift per e-mail naar de RvVB sturen. Hij is dan wel verplicht om de eerstvolgende werkdag zijn verzoekschrift nog eens door te sturen, met een beveiligde zending dit keer. Anders is zijn vordering niet ontvankelijk.

Verzoekschriften bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden onmiddellijk in het definitieve register ingeschreven.

Telefoonnummer en e-mailadres

Verzoekers vermelden op hun verzoekschrift voortaan ook hun telefoonnummer en e-mailadres. Dit moet het makkelijker maken om de verzoeker te contacteren.

Rolrecht

Ook het nieuwe rolrecht bij het Milieuhandhavingscollege moet gestort worden op de rekening van het Fonds Bestuursrechtscolleges. Dat was al langer verplicht voor het rolrecht bij het Milieuhandhavingscollege.

Rechtsplegingsvergoeding

De RvVB kan op vraag van de in het gelijk gestelde partij een rechtsplegingsvergoeding toekennen. Het gaat om een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en honoraria van haar advocaat.

Het basisbedrag van die rechtsplegingsvergoeding bedraagt 700 euro. Het minimumbedrag is 140 euro, het maximumbedrag 1.400 euro.

Die bedragen verhogen met 20 procent als het beroep tot nietigverklaring gepaard gaat met een vordering tot schorsing bij hoogdringendheid of bij uiterst dringende noodzakelijkheid. De bedragen van de verhogingen worden gecumuleerd. Maar er is wel een beperking: de verhoogde rechtsplegingsvergoeding mag nooit meer bedragen dan 140 procent van het basis-, minimum- of maximumbedrag.

Een verhoging kan niet als de toepassing van de verkorte procedure leidt tot een einduitspraak of als de toepassing van de versnelde rechtspleging leidt tot een vernietiging.

Bemiddelingskosten

Partijen kunnen – zolang de RvVB het beroep niet in beraad heeft genomen – overgaan naar bemiddeling. De kosten per uitgevoerde bemiddelingsopdacht worden forfaitair vastgelegd op 700 euro. Ongeacht of het wel of niet tot een bemiddelingsakkoord komt. De bemiddeling kan gebeuren door een interne of externe bemiddelaar.

Verkorte procedures

Er zijn – zowel bij het MHHC als bij de RvVB – twee verkorte procedures mogelijk: de vereenvoudigde procedure en de korte debatten.

De voorzitter van het college of de aangewezen bestuursrechter kan ambtshalve nagaan of het beroep volgens de vereenvoudigde procedure kan behandeld worden of of er alleen korte debatten nodig zijn.

De vereenvoudigde procedure kan toegepast worden als het beroep doelloos of klaarblijkelijk onontvankelijk of ongegrond is. Of wanneer het bestuursrechtscollege klaarblijkelijk niet bevoegd is om kennis te nemen van het beroep. De collegevoorzitter of de bestuursrechter stelt bij beschikking vast dat - op het eerste gezicht - een van die situaties van toepassing is. Die beschikking gaat naar de verzoeker die binnen 15 dagen een beperkte verantwoordingsnota en beperkte overtuigingsstukken kan indienen. Als de termijn verstreken is, kan de zaak zonder verdere rechtspleging in beraad genomen worden. Wordt er beslist dat de zaak eigenlijk niet in aanmerking komt voor de vereenvoudigde procedure, dan wordt de procedure verdergezet volgens de gewone rechtspleging.

Wanneer de collegevoorzitter of de bestuursrechter vindt dat het beroep op het eerste gezicht alleen korte debatten vraagt, stelt hij dat vast bij beschikking. Hij legt in de beschikking meteen vast wanneer de zitting met de korte debatten zal doorgaan en bepaalt de termijnen waarbinnen het administratief dossier en de overtuigingsstukken op de griffie kunnen ingezien worden en de partijen een nota kunnen indienen. Na het horen van de partijen wordt de zaak in beraad genomen. Besluit men niet dat korte debatten volstaan, dan gaat de procedure verder volgens de gewone rechtspleging.

Geen laatste nota van verweerder meer

De verweerder kan na de wederantwoordnota of de toelichtende nota van de verzoeker geen laatste nota meer indienen. Hierdoor krijgt de burger - en niet de overheid - het laatste woord in de procedure. Bovendien zorgt die afschaffing ook voor een kortere doorlooptijd en minder administratieve lasten.

Verzoek tot tussenkomst

Belanghebbenden kunnen tussenkomen in de vordering bij de RvVB. De griffie zal hen voortaan meedelen in welke vorderingen zij op een bepaald moment kunnen tussenkomen. Wie van de griffie niet de mogelijkheid heeft gekregen om tussen te komen, kan dat wel nog doen, maar alleen als de tussenkomst de procedure niet vertraagt.

Het verzoek tot tussenkomst moet ingediend worden binnen een vervaltermijn van 20 dagen. Die gaat in op de dag na de betekening van de brief van de griffie. Voortaan kan trouwens ook tussengekomen worden in de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Maar dan gelden wel andere termijnen.

Schorsing

Bij de RvVB komt er een duidelijker onderscheid tussen de procedure voor de vorderingen tot schorsing bij hoogdringendheid en die voor de vorderingen tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid (met als bijkomende hypothese het bevelen van een schorsing als voorlopige maatregel).

Schorsingsarresten worden vooraan ook meegedeeld aan het college van burgemeester en schepenen.

Als de RvVB de schorsingsvordering verwerpt, heeft de verzoeker dertig dagen om een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging in te dienen. Komt er geen dergelijk verzoek dan geldt er een vermoeden van afstand van geding. Dat vermoeden is echter niet meer onweerlegbaar.

Bemiddelingsverzoek

Partijen kunnen tijdens het vooronderzoek om een bemiddelingspoging vragen bij de RvVB. Dat moet voortaan gebeuren met een afzonderlijk gemotiveerd verzoek. Het verzoek kan dus niet meer opgenomen worden in een van de processtukken van een partij. Die nieuwe regel zorgt ervoor dat het verzoek onmiddellijk herkenbaar is en de behandeling dus snel kan opgestart worden.

Gedinghervatting

Het overlijden van een partij, haar verandering van staat of de wijziging van de hoedanigheid waarin ze optreedt, heeft geen gevolgen voor de behandeling van de zaak door de RvVB. En dit tot wanneer de RvVB op de hoogte wordt gebracht van de rechtsopvolging. Dat gebeurt via een verzoek tot hervatting van het geding.

Inwerkingtreding

Het nieuwe besluit treedt in werking op 24 april 2017. Dat is de datum waarop ook het wijzigingsdecreet van 9 december 2016 in werking is getreden.

Op de vorderingen die voordien zijn ingediend, zijn de oude procedureregels nog van toepassing. Die oude regels gelden ook nog voor de aanvullende vorderingen op de hoofdvorderingen die voor 24 april 2017 zijn ingediend, zelfs als die aanvullende vorderingen na 24 april 2017 zijn ingediend.

Bron:Besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, wat betreft de optimalisatie van de organisatie en de rechtspleging van de Vlaamse bestuursrechtscolleges, BS 24 april 2017
Zie ook:Decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges Decreet van 9 december 2016 houdende wijziging van diverse decreten, wat de optimalisatie van de organisatie en de rechtspleging van de Vlaamse bestuursrechtcolleges betreft

Ilse Vogelaere

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, wat betreft de optimalisatie van de organisatie en de rechtspleging van de Vlaamse bestuursrechtscolleges

Afkondigingsdatum : 21/04/2017
Publicatiedatum : 24/04/2017

Gepubliceerd op 27-04-2017

  255