Vlaanderen rapporteert systematisch over grote projecten en programma’s

Decreet houdende een kader voor grote projecten en programma's

Belgisch Staatsblad. – Het huidige ‘decreet houdende controle op grote infrastructuurprojecten’ gaat op de schop en wordt vervangen door een veel diepgaander ‘decreet houdende een kader voor grote projecten en programma’s’, dat van toepassing zal zijn op de hele Vlaamse Gemeenschap en op alle Vlaamse rechtspersonen met grote projecten en programma’s. Waaronder ook grote leveringen- en dienstencontracten.

Groot project of programma

Een groot project is een project met een investeringswaarde van ten minste 100 miljoen euro, als het om werken gaat, én ten minste 20 miljoen euro, als het om leveringen of diensten gaat. Bv. Oosterweel of een groot IT-project.
Een groot programma heeft een investeringswaarde van ten minste 200 miljoen euro. Een goed voorbeeld is hier de inhaalbeweging op het vlak van schoolinfrastructuur.
Deze bedragen zijn gekoppeld aan de ABEX-index (voor werken) of gezondheidsindex (andere).

Het nieuwe decreet zegt over dergelijke grote projecten en programma’s dat ze maar tot stand kunnen komen nadat er een alternatievenonderzoek heeft plaats gevonden. De initiatiefnemer bezorgt het verslag over die toetsing aan een ondersteuningsentiteit, die de Vlaamse regering nog zal aanwijzen. Vermoedelijk wordt dat het huidige Vlaamse Kenniscentrum PPS.

Om de Vlaamse begroting niet voor jaren te belasten met betalingen aan derden, bevat het decreet bovendien een safeguard ceiling: voor alternatieve financieringen komt er een dubbel plafond van maximum 60% ten opzichte van de vereffeningskredieten van het beleidsdomein zelf, en van maximum 10% ten opzichte van de totale Vlaamse begroting.

Alle Vlaamse entiteiten zullen gestandaardiseerde jaarrapporten opmaken over het verloop van de grote projecten en programma’s en de risico’s die die met zich meebrengen. De Vlaamse regering kan ook projecten aanwijzen waarover de entiteiten gedetailleerde informatie moeten verstrekken of waarvoor ze tussentijdse voortgangsrapporten moeten opmaken.

De Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse rechtspersonen voeren periodiek, per project of programma, en minstens één keer per jaar, een zelfevaluatie uit. Daarin bekijken ze de risico’s, de wijze waarop zij die risico’s beheerd hebben, de slaagkansen, de lessen die zij daaruit hebben geleerd en de mogelijkheden tot optimalisering.

De decreetgever wil de overheidsinvesteringen – zowel met een klassieke financiering via overheidsopdrachten, als met een alternatieve financiering – zo professionaliseren.

Van 1 januari 2020 tot 1 januari 2030

Het nieuwe decreet is een kaderdecreet en moet nog helemaal ingevuld worden door de Vlaamse regering. Dat zal dus voor na de verkiezingen zijn. Het decreet voorziet dan ook dat de nieuwe regels maar uitwerking krijgen op 1 januari 2020.

Opmerkelijk is dat het decreet ook een datum van ‘buitenwerkingtreding’ bevat. De regeringspartners hebben het over een ‘sunset’-clausule. Zij rekenen erop dat de Vlaamse entiteiten de nieuwe regels geleidelijk aan gaan incorporeren, zodat het kaderdecreet over 10 jaar overbodig geworden is. Maar het Rekenhof is sceptisch: grote projecten hebben vaak een looptijd van meer dan 10 jaar. Het Rekenhof stelde dan ook voor om een clausule op te nemen om het decreet over 10 jaar te evalueren, in plaats van het licht uit te doen, maar de decreetgever is daar niet op ingegaan.

– Vlaams gewest.
– Vanaf 1 januari 2020. Buiten werking op 1 januari 2030.

Zie ook:
Carine Govaert
  48