Vlaanderen heeft eigen dienstencheque

Bij de uitvoering van de zesde staatshervorming werd het stelsel van de dienstencheques geregionaliseerd. Er is dus ruimte voor een ‘Vlaamse dienstencheque’.

Daartoe heeft de Vlaamse overheid het federaal KB op de dienstencheques aangepast met ingang van 1 januari 2016.

Terminologie

Dat blijkt in de eerste plaats uit de terminologie: in de Vlaamse regeling is er bijvoorbeeld niet langer sprake van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA), de federale staat of de federale minister van Werk. Men heeft het over het Departement Werk en Sociale Economie (WSE) van het Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie, het Vlaamse Gewest en de Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid.

Territoriaal verankerd

Het gebruik van de dienstencheque wordt territoriaal verankerd. De Vlaamse dienstencheque wordt gebruikt voor ‘thuishulp van huishoudelijke aard’. Maar dat zijn enkel activiteiten ten gunste van particulieren van wie de hoofdverblijfplaats in het Vlaamse Gewest gelegen is. De erkende ondernemingen moeten erkend zijn voor het Vlaamse Gewest.

Het adres van de gebruiker in het rijksregister is bepalend. Het systeem van dienstencheque ligt dus vast, ook als men eigendommen in verschillende regio's heeft. Het Vlaamse besluit verwijst hier naar de wet op de bevolkingsregisters. Die omschrijft de ‘hoofdverblijfplaats’ als de plaats waar de leden van een huishouden dat uit verscheidene personen is samengesteld gewoonlijk leven, ongeacht of die personen al dan niet door verwantschap verbonden zijn, of de plaats waar een alleenstaande gewoonlijk leeft. Personen die in het Vlaamse Gewest verblijven en vrijgesteld zijn van inschrijving in de bevolkingsregisters omwille van hun diplomatieke onschendbaarheid of hun bijzonder statuut, krijgen hier een gelijkstelling.

Adviescommissie

Er wordt bij het departement WSE een ‘adviescommissie voor dienstencheque-activiteiten’ opgericht, die op Vlaams niveau advies moet verstrekken over de toekenning of de intrekking van de erkenning van de dienstencheque-ondernemingen.

De commissie is samengesteld uit:

  • een voorzitter als vertegenwoordiger van de minister van Werk en een plaatsvervanger;
  • 3 werkende leden en 3 plaatsvervangende leden die zijn voorgedragen door de meest representatieve werknemersorganisaties, die vertegenwoordigd zijn in de SERV;
  • 3 werkende leden en 3 plaatsvervangende leden die zijn voorgedragen door de meest representatieve werkgeversorganisaties, die vertegenwoordigd zijn in de SERV;
  • 2 werkende leden en 2 plaatsvervangende leden als vertegenwoordigers van het departement.

De minister van Werk benoemt de leden. Het mandaat van de leden geldt voor een hernieuwbare duur van in principe 4 jaar. Een geldig advies is enkel mogelijk bij minimale aanwezigheid van de leden.

Gebruik

Individuele gebruikers mogen maximaal 500 dienstencheques aankopen: 400 cheques aan 9 euro en de overige 100 cheques aan 10 euro. Er gelden soepelere regels voor gezinnen, eenoudergezinnen, personen met een handicap en bejaarden.

Die algemene regels voor de aanschaf en het gebruik van dienstencheques blijven bestaan. Het nieuwe besluit bepaalt wel uitdrukkelijk dat aangeschafte cheques niet aangewend kunnen worden voor de betaling van thuishulp van huishoudelijke aard, die meer dan één jaar voor de datum van de uitgifte van de cheque werd gepresteerd. Indien de dienst niet binnen deze termijn werd vergoed door middel van een dienstencheque, dan zal de gebruiker de volledige waarde van de dienstencheque, inclusief de tegemoetkoming van de overheid, moeten betalen aan de erkende onderneming, zo blijkt uit het nieuwe besluit.

Controle

Het KB op de dienstencheques bepaalt, voor wat betreft de controle op het systeem, dat de erkende onderneming het bedrag van de borgsom moet storten op een rekening van de RVA. De Vlaamse overheid voert hier nu een eigen regeling in met een storting van de borgsom bij de Deposito- en Consignatiekas. De rentevergoeding wordt jaarlijks uitgekeerd aan de erkende onderneming die de borgsom heeft gestort. In geval van weigering van de erkenning wordt de borgsom integraal teruggestort.

Het toezicht wordt uitgeoefend volgens het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004, waarin de handhaving van de nieuwe Vlaamse bevoegdheden aan bod komt. De dienstencheques die aangeschaft zijn bij het uitgiftebedrijf aangesteld door de RVA, kunnen niet omgeruild of vervangen worden. Ze kunnen enkel worden gebruikt of terugbetaald indien ze niet werden gebruikt en nog geldig zijn, zo blijkt uit het nieuwe besluit.

Tot slot kunnen we er nog op wijzen dat ook het KB op het ‘opleidingsfonds dienstencheques’ aangepast wordt aan de nieuwe situatie. Het gaat eerder om formele aanpassingen. Een paar van die aanpassingen treden pas in werking op 1 juli 2016.

Bron:Besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015 tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques en het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques, BS 3 februari 2016
Zie ook: — Koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, BS 22 december 2001 (KB op de dienstencheques)— Koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques, BS 11 juli 2007 (KB op het opleidingsfonds dienstencheques)

Steven Bellemans

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques en het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques

Afkondigingsdatum : 18/12/2015
Publicatiedatum : 03/02/2016

Gepubliceerd op 08-02-2016

  177