Vlaamse Regering stemt steun aan O&O-bedrijfsprojecten af op Europese regels

De Vlaamse Regering heeft haar besluit van 12 december 2008 dat de steun regelt aan O&O-bedrijfsprojecten afgestemd op de Europese regelgeving, zodat IWT-Vlaanderen op een rechtsgeldige manier steun kan blijven verschaffen. Ze wijzigde onder meer enkele bestaande definities. Het steunpercentage voor de haalbaarheidsstudies daalt. De modaliteiten voor het toekennen van de eenmalige subsidie bovenop de klassieke O&O-steun aan jonge innovatieve starters zijn gewijzigd, en het totaal bedrag van deze eenmalige subsidie is gezakt.

De Vlaamse Regering kent via het Instituut voor de aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen (IWT-Vlaanderen) subsidies toe aan Vlaamse ondernemingen die zich richten op onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Bovenop deze steun kan de raad van bestuur van IWT-Vlaanderen een aanvullende voorfinanciering toekennen van 80% van de projectkosten (onder de vorm van een achtergestelde lening). Voor projecten van KMO’s komt daar nog eens 4% bij.

Wie komt in aanmerking voor steun?

Elke onderneming (ook vzw’s), van KMO tot multinational, kan deze O&O-steun bekomen, op voorwaarde dat ze gevestigd is in het Vlaams Gewest. De onderneming moet over rechtspersoonlijkheid beschikken op het moment dat ze de overeenkomst met het IWT ondertekent.

O&O-project

De overheidssteun wordt toegekend aan projecten van industrieel onderzoek of van experimentele ontwikkeling. Een O&O-project kan bestaan uit meerdere werkpakketten, activiteiten of diensten en omvat duidelijke doelstellingen, activiteiten die voor het bereiken van die doelstellingen moeten worden uitgevoerd (met inbegrip van de verwachte kosten ervan) en concrete deliverables om de uitkomsten van die activiteiten in beeld te krijgen en ze aan de doelstellingen te kunnen aftoetsen. Als twee of meer O&O-projecten niet duidelijk van elkaar te scheiden zijn, en dus onafhankelijk van elkaar geen kansen op technologisch succes hebben, worden deze projecten als één project beschouwd.

Ook technische haalbaarheidsstudies worden gesubsidieerd.

Aanvaardbare kosten

Het brutosteunbedrag is een percentage van de in aanmerking komende projectkosten. Wordt de steun in een andere vorm dan een subsidie verleend, dan is het steunbedrag het subsidie-equivalent van de steun. Enkel de kosten die noodzakelijk zijn en rechtstreeks aan het onderzoeksproject toegerekend kunnen worden, worden aanvaard. Wanneer ze ook uit andere activiteiten voortvloeien, moeten de kosten worden omgeslagen over het gesteunde onderzoeksproject en de andere activiteiten.

Een bijlage bij het besluit van 12 december 2008 somt de subsidieerbare kosten op. Het gaat om:

  • personeelskosten;
  • kosten van apparatuur en uitrusting;
  • kosten van gebouwen en gronden;
  • kosten van contractonderzoek, kennis en octrooien die op arm's length-voorwaarden worden ingekocht bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen, alsook kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten die uitsluitend voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Arm’s length-voorwaarden dienen te worden begrepen als de voorwaarden van de transactie tussen de contractpartijen welke niet afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen, en geen enkele vorm van heimelijke verstandhouding behelzen. Iedere transactie die voortvloeit uit een open, transparante en niet-discriminerende procedure, wordt geacht te voldoen aan het arm’s length-beginsel;
  • extra algemene vaste kosten die rechtstreeks uit het onderzoeksproject voortvloeien, en
  • andere exploitatiekosten.

Steunbedrag

Voor een project van industrieel onderzoek gaat het om maximaal 50% van de voor het project aanvaarde kosten. Voor een project van experimentele ontwikkeling ligt dit maximum op 25%. De maxima kunnen worden opgetrokken met 10% voor middelgrote en 20% voor kleine ondernemingen. Tot een maximum steunpercentage van 80% is een verhoging met 15% mogelijk indien het gaat om een samenwerking (tussen onafhankelijke ondernemingen of tussen een onderneming en een onderzoeksorganisatie) of indien de projectresultaten van het industrieel onderzoek ruim worden verspreid (conferenties, tijdschriften, databases).

De steun voor technische haalbaarheidsstudies ter voorbereiding van activiteiten van industrieel onderzoek bedraagt voor kleine ondernemingen vanaf 13 juli 2015 maximaal 70%. Voor studies ter voorbereiding van experimentele ontwikkeling ligt dat percentage voor kleine ondernemingen vanaf 13 juli 2015 op maximaal 50%. Voor middelgrote ondernemingen is dat vanaf 13 juli 2015 respectievelijk 60% en 50%. Voor grote ondernemingen is dat vanaf 13 juli 2015 respectievelijk 50% en 40%.

Een ‘haalbaarheidsstudie’ is het onderzoek en de analyse van het potentieel van een project, met als doel de besluitvorming te ondersteunen door objectief en rationeel de sterke en zwakke punten en de kansen en risico’s van een project in kaart te brengen, waarbij ook wordt aangegeven welke middelen nodig zijn om het project te kunnen doorvoeren en wat uiteindelijk de slaagkansen zijn.

Cumul

Indien een project van onderzoek of ontwikkeling andere financiële steun geniet van een publiekrechtelijk persoon, kan toch nog O&O-steun worden toegekend. Voor de berekening van het maximale steunpercentage in het kader van de O&O-steun zal dan wel rekening worden gehouden met de samengestelde steun.

Extra subsidie voor jonge innovatieve starters

De Vlaamse Regering kan ook nog een eenmalige subsidie toekennen, bovenop de klassieke O&O-steun, aan jonge innovatieve starters die aan bepaalde voorwaarden voldoen. Het maximumbedrag van deze eenmalige subsidie bedraagt vanaf 13 juli 2015 nog slechts 0,8 miljoen euro (in plaats van 1 miljoen euro). Ook de maximumbedragen van deze subsidie voor jonge innovatieve starters in steungebieden dalen op 13 juli 2015.

Aanvragen

De ondernemingen kunnen op elk moment hun aanvraagdossier indienen bij het IWT. De subsidie zal echter pas uitbetaald worden zodra de onderneming met rechtsperoonlijkheid is opgericht.

Vooraleer een onderneming haar steunaanvraag volledig uitwerkt, kan ze een vrijblijvende voorbespreking aanvragen bij het IWT. Ze krijgt dan de kans om vragen te stellen en kan zo haar kans op steun beter inschatten.

De onderneming moet haar projectaanvraag in het Nederlands of het Engels opstellen. Daarbij moet ze het aanvraagdocument voor een O&O-bedrijfsproject gebruiken dat het IWT op zijn website beschikbaar stelt.

De aanvraag moet elektronisch ingediend worden, samen met de ondertekende verklaringen:

In werking

Het besluit van de Vlaamse Regering van 22 mei 2015 treedt in werking op 13 juli 2015, tien dagen na zijn publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron:Besluit van de Vlaamse Regering van 22 mei 2015 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot regeling van de steun aan projecten van onderzoek en ontwikkeling van het bedrijfsleven in Vlaanderen, BS 3 juli 2015.
Zie ook: Besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot regeling van de steun aan projecten van onderzoek en ontwikkeling van het bedrijfsleven in Vlaanderen, BS 10 maart 2009.

Christine Van Geel

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot regeling van de steun aan projecten van onderzoek en ontwikkeling van het bedrijfsleven in Vlaanderen

Afkondigingsdatum : 22/05/2015
Publicatiedatum : 03/07/2015

Gepubliceerd op 07-07-2015

  103