‘Vlaamse Codex Fiscaliteit’ afgestemd op hervormd insolventierecht (art. 42, art. 45 en art. 59, DB Fiscaal)

Decreet houdende diverse fiscale bepalingen

Via het ‘decreet van 21 december 2018 houdende diverse fiscale bepalingen’ stemt Vlaanderen de ‘Vlaamse Codex Fiscaliteit’ (VCF) af op de recente hervorming van het insolventierecht van ondernemingen.

Hervorming insolventierecht

De ‘wet van 11 augustus 2017’ moderniseerde het insolventierecht en paste het aan, aan de Europese normen. Ze maakte alle wetgeving over de insolventie van ondernemingen coherent en voegde ze als één rationeel geheel in, in Boek XX. ‘Insolventie van ondernemingen’ van het Wetboek van Economisch Recht (WER).
Deze wet trad grotendeels in werking op 1 mei 2018. Ze zorgde voor de opheffing van de ‘Faillissementswet van 8 augustus 1997’ en de ‘wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen’, behalve voor de insolventieprocedures die op 1 mei 2018 nog lopende waren. Deze procedures werden ingevoegd in het WER. Hierdoor moeten een aantal verwijzingen in de VCF aangepast worden, waarbij ook rekening moet gehouden worden met de specifieke inwerkingtredingsbepalingen van de wet van 11 augustus 2017.

Afstemming VCF op hervormd insolventierecht

In de wet van 11 augustus 2017 wordt er een overgangsbepaling opgenomen waarbij er onder meer wordt bepaald dat de bepalingen van de wet uitwerking hebben op de insolventieprocedures geopend vanaf 1 mei 2018. Het is belangrijk om deze overgangsbepaling ook in het VCF te verwerken.
In het derde lid van artikel 3.10.5.3.3 van de VCF, dat betrekking heeft op de inschrijving van de wettelijke hypotheek, wordt de verwijzing naar het ‘oude’ artikel 19 van de Faillissementswet vervangen door een verwijzing naar artikel XX.113. van het WER.
Het derde lid van artikel 3.10.5.3.3, luidt voortaan als volgt:
Artikel XX.113 van het Wetboek van Economisch Recht is niet van toepassing op de wettelijke hypotheek voor de belastingen die opgenomen zijn in kohieren die vóór het vonnis van faillietverklaring uitvoerbaar zijn verklaard.”.
In artikel 3.12.1.0.14, § 4 van de VCF, dat betrekking heeft op de overdracht in eigendom of in vruchtgebruik van een geheel van goederen, wordt de verwijzing naar ‘artikel 60 van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen’ vervangen door een verwijzing naar artikel XX.85 van het WER.
Daardoor luidt § 4 van artikel 3.12.1.0.14 van de VCF voortaan als volgt:
“De overdrachten die worden uitgevoerd door een curator, een gerechtsmandataris, belast met het organiseren en realiseren van een overdracht onder gerechtelijk gezag met toepassing van artikel XX.85 van het Wetboek van Economisch Recht of in geval van fusie, splitsing, inbreng van de algemeenheid van goederen of van een tak van werkzaamheid, verricht overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen, zijn niet onderworpen aan de bepalingen van dit artikel.”.
Zo wordt bij toepassing van deze bepalingen in de VCF enkel rekening gehouden met de bepalingen van boek XX van het Wetboek van economisch recht voor insolventieprocedures die worden geopend vanaf 1 mei 2018.
Bron: Decreet van 21 december 2018 houdende diverse fiscale bepalingen, BS 28 december 2018 (art. 42, art. 45 en art. 59).
Zie ook:
– Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, BS 23 december 2013 (VCF) (art. 3.10.5.3.3 en art. 3.12.1.0.14)
– Wet van 11 augustus 2017 houdende invoeging van het Boek XX “Insolventie van ondernemingen”, in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van de definities eigen aan Boek XX en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan Boek XX in het Boek I van het Wetboek van economisch recht, BS 11 september 2017 (art. 70 en art. 71).
Christine Van Geel
Wolters Kluwer
  171