Vlaamse ‘code van goede praktijk’ voor wildschade

Vlaanderen heeft een ‘code van goede praktijk voor wildschade’. Daarin staan de preventieve maatregelen die redelijkerwijs te verwachten zijn om schade door wildsoorten en andere soorten te voorkomen. De code bevat voorzorgsmaatregelen voor schade door vogels, bevers, konijnen, hazen, marterachtigen, vossen, hertachtigen en wilde zwijnen.

De bepalingen komen er naar aanleiding van de nieuwe jachtwetgeving die op 1 juli 2014 in werking is getreden. In het Soortenschadebesluit staan onder meer duidelijke afspraken over het terugbetalen van bepaalde soorten wildschade. Nadruk daarbij ligt op preventie en de maatregelen die zijn genomen om de schade te voorkomen. Het Jachtvoorwaardenbesluit concretiseert dan weer een aantal specifieke jachtvoorwaarden om wildschade te voorkomen.

De code is het resultaat van overleg tussen het Agentschap voor Natuur en Bos, de afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling van het Departement Landbouw en Visserij, het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek, het Algemeen Boerensyndicaat, de Boerenbond, de Hubertus Vereniging Vlaanderen, Vogelbescherming Vlaanderen vzw en Natuurpunt vzw.

We overlopen een aantal preventieve maatregelen uit het MB van 12 mei 2014. Voor elke diersoort geldt algemeen dat minstens 1 van de voorgestelde maatregelen moet worden genomen.

  • Vogels
Om belangrijke schade door vogels aan gewassen, bossen en andere goederen te voorkomen moet minstens één van volgende maatregelen worden genomen:

1. minimaal 1 afschrikkende pop per 1 ha; 2. minimaal 10 vlaggen, ballonnen of linten per 1 ha (zoveel mogelijk verspreid); 3. minimaal 1 heliumballon per 4 ha; 4. minimaal 1 imitatie van een vliegende roofvogel per 2 ha; 5. minimaal 1 bewegende pop per 4 ha; 6. gespannen linten plaatsen over het perceel met ertussen een maximumafstand van 1 m; 7. 1 gaskanon per 10 ha (volledige veld moet gedekt zijn door het geluid); 8. 1 afschrikkend geluidssysteem per 4 ha 9. overkappen of overdekken van perceel met gaas, vogelnet of stevige plastiek om gewassen te beschermen.

De code bevat ook preventieve maatregelen om belangrijke schade door vogels aan de visserij te voorkomen.

De voorwaarden gelden niet

  • wanneer het gaat om de volgende vogelsoorten: kolgans, kleine rietgans, rietgans of grauwe gans;
  • de schade optreedt tussen 1 november en 16 maart; en
  • het gaat om volgende speciale beschermingszones: krekengebied, Durme en middenloop van de Schelde, schorren en polders van de Beneden-Schelde; de Ijzervallei, het Poldercomplex, het Zwin, de Polders, de Maatjes, Wuustwezelheide en Groot Schietveld, Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout.

  • Bevers
Om belangrijke vraatschade door Europese bevers aan bossen en gewassen te voorkomen moet minstens één van volgende maatregelen worden genomen:

1. afrastering plaatsen op minder dan 20m van een oever (hoogte 1m, maaswijdte max. 5cm, draaddikte 2mm, ingegraven en onderaan voldoende gefixeerd); 2. boombescherming plaatsen rond bomen op minder dan 20m van de oever (metaal of metaalgaas van minstens 1m hoog, draaddikte minimum 2mm en maaswijde max. 2,5cm, onderaan voldoende gefixeerd).

  • Konijnen en hazen
Eén van deze preventieve maatregelen moet minimaal genomen worden om schade aan gewassen te voorkomen:

1. minimaal 1 bewegende pop per 4 ha; 2. plaatsen van afrastering (hoogte 0,5m, maaswijdte max. 5cm, draaddikte 1mm of kippengaas van minstens 0,5m hoog); 3. plaatsen van boombeschermers (hoogte 0,5m, maaswijdte max. 2,5cm, draaddikte 1mm).

  • Vossen
Om belangrijke schade door vossen aan onder zich gehouden dieren te voorkomen moet op het terrein waar de dieren worden gehouden, minstens één van volgende maatregelen worden genomen:

1. plaatsen van afsluitbaar nachthok met beveiligde bodem; 2. omheinen van het dierenverblijf (geen ondergraving mogelijk, mazen max. 3cmop3 of kippengaas met mazen van max. 4cm, minimum 180cm hoog; bij stroomdraad minstens 1m); 3. dierenverblijf volledig afgesloten, met beveiligde bodem.

Voor lammeren, biggen en jonge geiten gelden deze maatregelen alleen gedurende de eerste 10 dagen na geboorte.

  • Hertachtigen
1. minimaal 1 bewegende pop met licht of geluid per 4 ha (geldt niet voor houtige gewassen); 2. plaatsen van afrastering (minstens 1,8m hoog, maaswijdte max. 15 cm, draaddikte 2 mm); 3. plaatsen boombeschermers (hoogte afhankelijk van beplanting, maaswijdte max. 2,5 cm, draaddikte 2 mm); 4. plaatsen elektrische afrastering (minimaal 5 stroomdraden op regelmatige afstand; 1,5m hoog, vegetatie onder draden moet worden kort gehouden) 5. zandcoating aanbrengen op stam conform aanwijzingen producent (enkel voor bescherming bosbouw en fruitteelt).

  • Wilde zwijnen
Om belangrijke schade door wilde zwijnen aan gewassen, bossen en andere goederen te voorkomen, moet minstens één van deze maatregelen worden genomen: 1. minimaal 1 bewegende pop met licht of geluid per 4 ha; 2. plaatsen van een gaskanon per 4 ha (veld volledig gedekt door geluid); 3. een afschrikwekkend geluidssysteem per 4 ha; 4. plaatsen elektrische afrastering; 5. plaatsen van afrastering (minstens 20 cm ingegraven, 1m hoog, maaswijdte max. 10cm en draaddikte 2 mm).

Het MB van 12 mei 2014 treedt in werking op 1 juli 2014, de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad. Het besluit wordt jaarlijks geëvalueerd.

Het MB van 14 juni 2012 met de code van goede praktijk voor vossen wordt opgeheven.

Bron:Ministerieel besluit van 12 mei 2014 tot vaststelling van een code van goede praktijk ter uitvoering van artikel 11 van het Soortenschadebesluit van 3 juli 2009 en ter uitvoering van artikel 28 en artikel 41 van het Jachtvoorwaardenbesluit van 25 april 2014, BS 1 juli 2014.

Laure Lemmens

Ministerieel besluit tot vaststelling van een code van goede praktijk ter uitvoering van artikel 11 van het Soortenschadebesluit van 3 juli 2009 en ter uitvoering van artikel 28 en artikel 41 van het Jachtvoorwaardenbesluit van 25 april 2014

Afkondigingsdatum : 12/05/2014
Publicatiedatum : 01/07/2014

Gepubliceerd op 08-07-2014

  206