Vlaamse beschutte en sociale werkplaatsen tot eind 2015 vrijgesteld van startbaanverplichting

De ondernemingen die voor hun werknemers vallen onder de bevoegdheid van het ‘Paritair Subcomité voor de beschutte werkplaatsen gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap of door de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de sociale werkplaatsen erkend en/of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap’ (PSC 327.01), worden retroactief volledig vrijgesteld van de verplichting om nieuwe werknemers in dienst te nemen met een startbaanovereenkomst.

De vrijstelling wordt toegekend voor de periode van 1 april 2013 tot en met 31 december 2015. Dat blijkt uit een ministerieel besluit van 21 oktober 2015 dat retroactief in werking treedt op 1 april 2013. De aanvraag en het advies van het PSC 327.01 dateert al van 11 december 2012. Maar het voorstel van het Beheerscomité van de RVA werd pas geformuleerd op 17 september 2015, zo blijkt uit de aanhef van het besluit van 21 oktober 2015.

Eerder werd ook al een vrijstelling toegekend voor de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 maart 2013. Ook hier werd het voorstel pas geformuleerd op 17 september 2015.

Aanwervingsplicht

Ondernemingen in de private en de openbare sector met minstens 50 werknemers op 30 juni van het vorige jaar, moeten een zeker aantal ‘nieuwe werknemers’ aanwerven.

In de private sector bedraagt de ‘startbaanverplichting’ 3% van het personeelsbestand, berekend in voltijdse equivalenten (VTE) in het 2e kwartaal van het vorige jaar. Voor de openbare sector volstaat in principe 1,5%. De werkgevers uit de private sector die behoren tot de non-profit worden beschouwd als openbare werkgever.

Naast de ‘individuele verplichting’ is er ook nog een ‘collectieve verplichting’ voor de werkgevers uit de private sector. Zij moeten samen nieuwe werknemers in dienst nemen a rato van 1% van het globale personeelsbestand.

Vrijstelling

Een vrijstelling van de aanwervingsverplichting is mogelijk.

Dit is onder andere het geval voor ondernemingen uit de private sector die een behoorlijke inspanning leveren voor de tewerkstelling. Op voorstel van het Beheerscomité van de RVA kunnen ze geheel of gedeeltelijk worden vrijgesteld indien ze gebonden zijn door een cao die voorziet in een inspanning van minstens 0,15% voor de risicogroepen. De vrijstelling mag wel geen negatieve gevolgen hebben voor de werkgelegenheid.

Bij beide vrijstellingen verwijst men naar cao’s over de inning van een bijdrage voor het ‘Fonds voor bestaanszekerheid voor de sociale werkplaatsen’, bestemd voor de opleiding en vorming van de risicogroepen.

Bron:Ministerieel besluit van 21 oktober 2015 tot vrijstelling van de verplichting om jonge werknemers in dienst te nemen voor de ondernemingen die voor hun werknemers vallen onder de bevoegdheid van het paritair subcomité voor de beschutte werkplaatsen gesubsidieerd door de Vlaamse gemeenschap of door de Vlaamse gemeenschapscommissie en de sociale werkplaatsen erkend en/of gesubsidieerd door de Vlaamse gemeenschap, BS 5 november 2015
Zie ook: — Wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid, BS 27 januari 2000 (artikel 42) — Koninklijk besluit van 30 maart 2000 tot uitvoering van de artikelen 32, § 2, eerste lid, 33, § 2, derde lid, 34, 39, § 4, tweede lid, en § 5, tweede lid, 42, § 2, 46, eerste lid, 47, § 4, eerste en vierde lid, van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid, BS 31 maart 2000 (artikel 10)

Steven Bellemans

Ministerieel besluit tot vrijstelling van de verplichting om jonge werknemers in dienst te nemen voor de ondernemingen die voor hun werknemers vallen onder de bevoegdheid van het paritair subcomité voor de beschutte werkplaatsen gesubsidieerd door de Vlaamse gemeenschap of door de Vlaamse gemeenschapscommissie en de sociale werkplaatsen erkend en/of gesubsidieerd door de Vlaamse gemeenschap

Afkondigingsdatum : 21/10/2015
Publicatiedatum : 05/11/2015

Gepubliceerd op 06-11-2015

  60