Vlaamse begrotingsregels voor overheidsopdrachten krijgen update

Besluit van de Vlaamse Regering houdende diverse financiële bepalingen

Het Vlaamse besluit met de regels voor de begrotingscontrole- en opmaak (BVR begrotingscontrole- en opmaak) krijgt een grondige update. In eerste instantie om rekening te houden met de wijzigingen die het voorbije jaar op federaal niveau werden doorgevoerd naar aanleiding van de nieuwe Overheidsopdrachtenwet van 17 juni 2016 en het PlaatsingsKB Klassieke Sectoren van 18 april 2017. Maar ook op een aantal tekortkomingen en leemten weg te werken die voor praktische en juridische issues zorgen.

Nieuwe terminologie

De Overheidsopdrachtenwet van 17 juni 2016 bevat heel wat nieuwe begrippen. Die terminologie wordt overgenomen in het BVR begrotingscontrole- en opmaak. Het gaat onder meer om volgende aanpassingen:
  • ‘gegund’ wordt ‘geplaatst’;
  • ‘open procedure’ wordt ‘openbare procedure’;
  • ‘beperkte procedure’ wordt ‘niet-openbare procedure’;
  • ‘onderhandelingsprocedure met bekendmaking’ wordt ‘mededingingsprocedure met onderhandeling of onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging’;
  • ‘onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking’ wordt ‘onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking’;
  • ‘concurrentiedialoog’ wordt ‘concurrentiegerichte dialoog’.
De nieuwe federale wetgeving maakt bovendien geen terminologisch onderscheid meer tussen aanbesteding (met enkel de prijs als gunningscriterium) en offerteaanvraag (met meerdere gunningscriteria). De overheid kan evenwel nog steeds één of meerdere gunningscriteria hanteren. De nieuwe opdeling die wordt voorzien is
  • een procedure met als enige gunningscriterium de prijs;
  • ofwel een procedure met kosten als enige gunningscriterium of op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding.
Het BVRbesluit houdt rekening met dit onderscheid. Met, zoals in de federale wet, volgende connotatie: het criterium ‘prijs’ heeft dezelfde draagwijdte als het oude criterium van de ‘laagste prijs’ en het kostencriterium is ruimer dan het prijscriterium. Het omvat zowel de prijs als andere economische kosten verbonden aan aankoop en eigendom. Het criterium betreffende de beste prijs-kwaliteitsverhouding omvat de prijs of de kosten, alsook andere criteria, waaronder kwalitatieve, milieu- en/of sociale aspecten, die verband houden met het voorwerp van de betrokken opdracht. Dit betekent dat de criteria het ene, het andere of de drie voornoemde aspecten kunnen omvatten. De gunningsbeslissing mag echter niet uitsluitend gebaseerd op andere dan kostengerelateerde criteria. De criteria moeten immers steeds een kostencriterium omvatten, naar keuze van de aanbestedende overheid, ofwel de prijs of een kosteneffectiviteitsfactor zoals de levenscyclus-kosten kan zijn.

Grens voor bekendmaking

Het nieuwe PlaatsingsKB Klassieke Sectoren van 18 april 2017 heeft de grens voor het al dan niet bekendmaken van een opdracht opgetrokken naar 135.000 euro. Vlaanderen heeft er echter voor gekozen om de grens voor de controle te behouden op 85.000 euro. Op die manier worden meer opdrachten gevat voor controle door de Inspectie van Financiën. Een absolute meerwaarde voor de kwaliteit en volledigheid van de dossiers.

Verplicht protocol voor wijziging opdracht

Conform de huidige bepalingen uit het BVR begrotingscontrole en –opmaak moet er een protocol worden afgesloten om te bepalen vanaf welk bedrag en vanaf welk relatief aandeel een wijziging van een opdracht voor advies aan de Inspectie van Financiën moet worden voorgelegd. Momenteel heeft echter alleen het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken zo’n protocol afgesloten. Vlaanderen wil de regel dan ook beter afdwingbaar maken. Voortaan moet er zo’n protocol worden opgesteld binnen het jaar na de inwerkingtreding. Zolang er geen protocol is, moet iedere wijziging in het kader van een overheidsopdracht (o.a. bijaktes, verrekeningen, ramingsstaten, dadingen, enz.) voor advies aan de Inspectie worden voorgelegd.
Let op: omdat de uitgangspunten van de protocollen voor elk beleidsdomein dezelfde zijn, zal aan het voorzitterscollege worden gevraagd om de totstandkoming van de protocollen te faciliteren en coördineren.

Occasioneel gezamenlijke opdrachten

Het BVR begrotingscontrole- en opmaak krijgt een nieuwe paragraaf voor ‘occasioneel gezamenlijke opdrachten’. Tot nog toe werd hiervoor niets specifieks voorzien.
Het besluit verduidelijkt voortaan de situatie waarin een occasioneel gezamenlijke opdracht moet worden voorgelegd. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen de situatie waarbij men als aanbestedende overheid optreedt en men de grenzen van artikel 18 §1 moet toepassen op de waarde van de opdracht in zijn totaliteit EN de situatie waarbij men niet optreedt als aanbestedende overheid. Bij dit laatste moet men de grenzen toepassen op het aandeel dat de entiteit heeft in de opdracht indien dit aandeel kleiner is dan die van de aanbestedende overheid, of op de totale waarde van de opdracht indien het aandeel van de betrokken entiteit groter is dan die van de aanbestedende overheid. Er wordt niets opgenomen over gemengde opdrachten, aangezien de logica van de federale regels hier kan worden doorgetrokken.

Uitzonderingen

In het BVR besluit worden specifieke bepalingen opgenomen voor overeenkomsten die in de wetgeving overheidsopdrachten dan wel als overheidsopdracht worden gekwalificeerd, maar die van de toepassing van de wet van 17 juni 2016 worden uitgesloten. Het gaat om:
  • opdrachten geplaatst in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten;
  • specifieke uitsluitingen op het gebied van elektronische communicatie;
  • overheidsopdrachten geplaatst op grond van internationale voorschriften;
  • specifieke uitsluitingen voor opdrachten voor diensten bijvoorbeeld leningen en financieel advies;
  • op basis van een alleenrecht geplaatste opdrachten voor diensten;
  • in-house-toezicht;
  • niet-geïnstitutionaliseerde horizontale samenwerking;
  • onderzoeks- en ontwikkelingsdiensten;
  • defensie en veiligheid;
  • overheidsopdrachten waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn en die overeenkomstig internationale regels worden geplaatst. 
Er wordt ook voorzien in een expliciete uitzondering voor de financiële overeenkomsten door de minister bevoegd voor de financiën en de begrotingen in het kader van zijn bevoegdheid inzake het financieel beheer van de middelen van de Vlaamse Gemeenschap. Hiermee worden de transacties bedoeld die door de dienst Financiële Operaties worden aangegaan in het kader van het kas-, schuld- en waarborgbeheer. Het afsluiten van leningen is gebonden aan onderhandelingen met de financiële sector en heeft meestal tot gevolg dat er een voorstel wordt geformuleerd dat al dan niet moet worden aanvaard binnen een zeer korte periode. Het is bijgevolg niet mogelijk om de overeenkomsten voorafgaand voor advies voor te leggen. Er wordt evenwel een verplichte kennisgeving ingeschreven. Op die manier blijft IF wel op de hoogte van de afgesloten leningen en beleggingen.

Concessies

De nieuwe wetgeving voor concessies is van toepassing op concessies van werken en diensten. Dat bleek nog niet uit het BVR waar alleen over openbare werken werd gesproken. De grens wordt bepaald op een geraamd bedrag aan inkomsten of uitgaven vanaf 200.000 euro. Voor die raming moet de wet van 17 juni 2016 worden toegepast.
Er worden ook specifieke bepalingen ingevoegd voor domeinconcessies. Dat zijn administratieve overeenkomsten waarbij de overheid een persoon het recht verleent om een gedeelte van het openbaar domein tijdelijk en op een wijze die het recht van anderen uitsluit, in gebruik te nemen en die om redenen ontleend aan het openbaar belang eenzijdig kan worden herroepen. De drempelwaarde wordt hier vastgelegd op 250.000 euro. Om die waarde te bepalen moet men kijken naar de geraamde concessievergoeding.

Dadingen

Voortaan wordt voorzien dat dadingen die niet in het kader van een overheidsopdracht worden afgesloten voor voorafgaand advies moeten worden voorgelegd vanaf 85.000 euro.

Catch-all

De catch-all bepaling wordt herschreven voor meer duidelijkheid. Alle overeenkomsten die niet door een andere artikel worden gevat dienen toch voor advies aan de Inspectie voor Financiën te worden voorgelegd indien de geraamde waarde van de overeenkomst 85.000 euro of meer bedraagt.
Procedureakkoorden in de zin van art. 1043 Ger. Wb worden expliciet uitgesloten van het toepassingsgebied en dienen bijgevolg nooit aan IF te worden voorgelegd voor advies. Procedureakkoorden staan onder toezicht van een rechtbank.

In werking

1 januari 2018
Bron: Besluit van de Vlaamse Regering van 22 december 2017 houdende diverse financiële bepalingen, BS 8 februari 2018 (art. 1-9).
Zie ook
Besluit van de Vlaamse regering van 19 januari 2001 houdende regeling van de begrotingscontrole en –opmaak, BS 20 februari 2001. (BVR Begrotingscontrole- en opmaak)
Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, BS 14 juli 2016.
Koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren, BS 9 mei 2017.
Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  450