Vlaams jeugddelinquentierecht: minderjarige verdachten mogen voortaan digitaal verschijnen voor jeugdrechter

Besluit van de Vlaamse Regering over het gebruik van videoconferentie voor de verschijning van minderjarige verdachten

Minderjarige verdachten binnen het Vlaams jeugddelinquentierecht kunnen voortaan via videoconferentie verschijnen voor de jeugdrechter. Onder specifieke voorwaarden én alleen in bepaalde, goed afgebakende gevallen. Algemeen geldt alvast dat de eerste zitting nog altijd face-to-face wordt georganiseerd.

De Vlaamse regering maakt het via haar uitvoeringsbesluit van 23 oktober 2020 mogelijk om in alle Vlaamse gemeenschapsinstellingen (De Grubbe in Everberg, de de 2 campussen van de gemeenschapsinstelling De Kempen te Mol en de 3 campussen van de gemeenschapsinstelling De Zande) via digitale weg te communiceren met de jeugdrechtbank. Bovendien kunnen ook de sociale diensten van de jeugdrechtbanken er gebruik van maken.

Alleen in zeer concrete situaties

Digitale verschijningen zijn beperkt tot een aantal zeer concrete situaties: de zogenaamde Everbergzittingen en de zittingen voor het verlengen van maatregelen voor minderjarigen die in de gemeenschapsinstellingen verblijven. Met de algemene regel dat videoconferentie nooit kan bij een eerste verschijning van de minderjarige voor de jeugdrechter of jeugdrechtbank.

Toestemming vereist

Zowel de minderjarige verdachte als de jeugdrechter moeten akkoord zijn met het gebruik van videoconferentie. De jeugdrechter kan altijd finaal nog beslissen dat de minderjarige fysiek moet verschijnen.

Garantie op vertrouwelijke communicatie en verbod op bewaren en verwerken van beelden

In het besluit ook een reeks vereisten ten aanzien van het systeem van de videoconferentie:
  • de minderjarige verdachte, de jeugdrechter, het openbaar ministerie, de ouders of de wettelijke vertegenwoordigers van de minderjarige, de opvoedingsverantwoordelijken en hun respectievelijke advocaten, moeten iedereen die deelneemt aan de zitting tezelfdertijd en zonder technische belemmering kunnen zien en horen
  • de partijen moeten ‘daadwerkelijk en vertrouwelijk’ met hun advocaat kunnen communiceren, voorafgaandelijk aan, tijdens en aansluitend op de videoconferentie;
  • de betrokken personen krijgen een natuurgetrouwe weergave van wat zich in de andere ruimte afspeelt
  • er kan overleg worden gevoerd zonder dat dat voor derden hoorbaar is
  • documenten moeten zowel voorafgaandelijk als tijdens de videoconferentie elektronisch kunnen worden uitgewisseld tussen de partijen en hun advocaten
  • het bewaren en verwerken van de videoconferentie is uitgesloten.

In werking: 25 december 2020 (10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad)

Zie ook:
Decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, BS 26 april 2019.
Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  142