Vlaams doelgroepenbeleid telt maar 3 doelgroepen

De Vlaamse Regering wil het doelgroepenbeleid herleiden tot 3 doelgroepen: de jongeren, de 55-plussers en de personen met een arbeidshandicap. In het regeerakkoord heeft men het over een ‘drastische vereenvoudiging’.

Het decreet houdende het Vlaamse doelgroepenbeleid legt de basis voor deze operatie. De Vlaamse Regering bepaalt voor iedere bepaling van dit decreet de datum van inwerkingtreding.

Gewestaangelegenheid

Sinds 1 juli 2014 kan de Vlaamse Regering verminderingen van werkgeversbijdragen toekennen bij de aanwerving of tewerkstelling van werknemers met bepaalde kenmerken, zoals bijvoorbeeld de leeftijd.

De eerste bepaling van het nieuwe decreet bepaalt dan ook uitdrukkelijk dat de tekst een gewestaangelegenheid regelt. Het doelgroepenbeleid wordt ingebed in het Departement Werk en Sociale Economie (WSE). Dat beleid omvat de verminderingen van de werkgeversbijdragen, de activering van uitkeringen en de toekenning van premies, onder andere in het kader van stelsels van alternerend leren.

Het doelgroepenbeleid kadert in de doelstelling om met de sociale partners tot een globaal banenpact te komen. Dit plan bestaat uit:

  • de RSZ-kortingen;
  • de hervorming van de tijdelijke werkervaring en de opleidingsincentive;
  • duaal leren en werken.

Jonge werknemers

Het huidige federale beleid beperkt de doelgroepverminderingen voor jongeren tot de laaggeschoolden en een kleine groep van langdurig werkloze middengeschoolden, en houdt een relatief hoge loongrens aan.

Maar het nieuwe doelgroependecreet breidt het scholingscriterium uit en stelt een door de Vlaamse Regering te bepalen loongrens voorop. Voor bepaalde categorieën kunnen werkgevers dan gebruikmaken van een vermindering van de werkgeversbijdragen bij de aanwerving. Het gaat telkens om aanpassingen van de programmawet (I) van 24 december 2002.

Het doelgroependecreet schrapt de leeftijdsgrens van 18 jaar. Tijdens de periode van deeltijds leren en werken kan de werkgever rekenen op een doelgroepvermindering voor de leerling, zonder dat die periode als leerling in rekening wordt gebracht voor de doelgroepvermindering als jonge werknemer. Dit betekent dat bij een aanwerving na de periode van leren en werken bij eenzelfde werkgever, die werkgever nog steeds beroep kan doen op de doelgroepvermindering voor jonge werknemers.

Concreet:

1/ De Vlaamse Regering kan een doelgroepvermindering voor jonge werknemers toekennen. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden maar er gelden sowieso minimale decretale voorwaarden:

  • het refertekwartaalloon van de jonge werknemer is lager dan de door de Vlaamse Regering bepaalde loongrens. De Vlaamse Regering bepaalt het tijdstip waarop de loongrens van toepassing is;
  • op de dag van zijn indienstneming is de jonge werknemer laaggeschoold of middengeschoold en op de laatste dag van het kwartaal heeft hij de leeftijd van 25 jaar niet bereikt;
  • de jonge werknemer is niet meer leerplichtig en hij behaalt binnen het kwartaal na zijn aanwerving geen diploma of graad die valt buiten het toepassingsgebied. Wanneer de jonge werknemer in de loop van de tewerkstelling een hoger diploma zou behalen, behoudt de werkgever wel het recht op de doelgroepvermindering voor de resterende looptijd.

De decreetgever omschrijft de begrippen ‘laaggeschoold’ en ‘middengeschoold’. Gelijkstellingen zijn mogelijk.

De jongere werknemer moet beschikken over een elektronisch dossier. De VDAB beheert de scholingsgegevens van de jonge werknemer in dit elektronisch dossier. Verder krijgt de Vlaamse Regering de bevoegdheid om het forfaitaire bedrag en de periode van toekenning van de doelgroepvermindering te bepalen.

Let op! De startbaanverplichting als voorwaarde voor de doelgroepvermindering wordt geschrapt. Die verplichting is trouwens een federale bevoegdheid gebleven.

2/ De jonge werknemers in een stelsel van deeltijds leren en deeltijds werken, komen in aanmerking voor een doelgroepvermindering wanneer ze het statuut van leerling hebben en aan de sociale zekerheid onderworpen zijn. De Vlaamse Regering bepaalt het forfaitair bedrag van de doelgroepvermindering tijdens de periode van deeltijds leren en deeltijds werken en de periode van toekenning.

De wettelijke basis voor de doelgroepverminderingen voor werknemers die getroffen zijn door een herstructurering wordt opgeheven. Hetzelfde gebeurt voor de bijdrageverminderingen voor gesubsidieerde contractuelen (gesco’s).

Oudere werknemers

Enkel werkgevers uit de privésector (werknemers van categorie 1) komen in aanmerking voor de doelgroepvermindering voor oudere werknemers op basis van de leeftijd van de werknemer. Werkgevers uit de non-profitsector (categorie 2) en de beschutte werkplaatsen (categorie 3) kunnen gebruikmaken van een specifieke structurele vermindering en de Sociale Maribel.

De leeftijdsgrens wordt opgetrokken tot 55 jaar en er kan een onderscheid gemaakt worden tussen de zittende werknemers en aanwervingen van niet-werkende werkzoekenden.

Concreet:

1/ De rechtsgrond voor het werkervaringsprogramma wordt opgeheven. De toeleiding van langdurig werkzoekenden naar deze begeleiding werd op 31 maart 2015 door de Vlaamse Regering stopgezet. De begeleidingstrajecten en de erkenning van de projecten liepen af op 30 september 2015.

2/ De Vlaamse Regering kan een doelgroepvermindering toekennen aan werkgevers die oudere werknemers tewerkstellen. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden maar er gelden ook hier minimale decretale voorwaarden:

  • de oudere werknemer behoort tot categorie 1 van werknemers (net als in de bestaande regeling);
  • de oudere werknemer heeft op de laatste dag van het kwartaal minimaal de leeftijd van 55 jaar bereikt (voordien 54 jaar);
  • het refertekwartaalloon van de oudere werknemer is lager dan de door de Vlaamse Regering bepaalde loongrens.

De Vlaamse Regering kan het forfaitaire bedrag en de periode van de toekenning van de doelgroepvermindering vaststellen, rekening houdend met:

  • de leeftijd van de ‘oudere zittende werknemer’;
  • de leeftijd van de ‘oudere niet-werkende werkzoekende’ die na de inwerkingtreding van dit decreet wordt aangeworven.

De Vlaamse Regering bepaalt wat onder ‘oudere zittende werknemer’ en ‘oudere niet-werkende werkzoekende’ moet worden verstaan.

3/ De doelgroepmaatregelen voor langdurige werkzoekenden worden opgeheven maar de Vlaamse Regering moet hier wel voorzien in overgangsmaatregelen. Het gaat om verminderingen die toegekend worden in het kader van ‘activa’, doorstromingsprogramma en de sociale inschakelingseconomie (SINE).

De hervorming van de SINE-maatregel komt hier niet aan bod. Daarom zal deze rechtsgrond pas opgeheven worden na de inwerkingtreding van het nieuwe SINE-kader. De Vlaamse Regering krijgt een machtiging om de nodige maatregelen te nemen om het doorstromingsprogramma en het Activaplan (verminderingen en geactiveerde uitkeringen) op te heffen. Er is ook een machtiging voor de opheffing van de invoeginterim.

Personen met een arbeidshandicap

De Vlaamse ondersteuningspremie (VOP) wordt verdergezet.

Nu is het beheer volledig in handen van de VDAB. Maar vanaf 1 juli 2016 zal het beheer van de VOP worden toevertrouwd aan het Departement Werk en Sociale Economie (WSE). De rol van de VDAB zal zich toespitsen op de attestering van de personen met een arbeidshandicap en het evalueren van het rendementsverlies bij de verlenging of verhoging van de ondersteuning.

Omwille van de procedurele aanpassingen en de transitie komt er nieuwe decretale basis. De tegemoetkoming aan personen met een arbeidshandicap maakt immers intrinsiek deel uit van het doelgroepenbeleid. Met de woorden van de decreetgever: ‘De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om een stelsel in te richten dat voorziet in de tegemoetkoming aan een werkgever die een persoon met een arbeidshandicap aanwerft of heeft aangeworven, of aan een zelfstandige met een arbeidshandicap, ter compensatie van de kosten van de inschakeling in het beroepsleven, van de kosten van ondersteuning en van verminderde productiviteit.’

De VOP compenseert het rendementsverlies van de aanwerving of tewerkstelling van personen met een arbeidshandicap gedurende een periode van 5 jaar die verlengbaar is na evaluatie door de VDAB, en dit zowel voor werknemers als voor zelfstandigen. De VOP wordt volgens de huidige modaliteiten verdergezet en de Vlaamse Regering zal in het kader van de doorstroom uit de sociale economie in een uitbreiding van de doelgroep voorzien.

Een ‘persoon met een arbeidshandicap’ wordt omschreven als een persoon met een langdurig en belangrijk probleem van deelname aan het arbeidsleven dat te wijten is aan het samenspel tussen functiestoornissen van mentale, psychische, lichamelijke of zintuiglijke aard, beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten en persoonlijke en externe factoren. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure aan de hand waarvan de VDAB bepaalt of een persoon al dan niet een arbeidshandicap heeft.

Toezicht

Er wordt een wettelijke basis gecreëerd zodat de afdeling Toezicht en Handhaving van het Departement Werk en Sociale Economie kan optreden voor de bevoegdheden die in kader van het doelgroepenbeleid bij de zesde staatshervorming werden overgedragen. Die afdeling wordt bevoegd voor de handhaving van bevoegdheden die vanuit de RVA overkomen.

De inspectie is bevoegd om controlerend op te treden bij:

  • de sectorale vermindering voor de koopvaardij, zeesleepvaart en de baggersector;
  • de toelagen voor tijdelijke tewerkstelling door het OCMW;
  • de financiering van de startbaanovereenkomsten in het kader van de globale projecten;
  • de financiële incentives en tussenkomsten in de kosten verbonden aan de inschakeling van de rechthebbenden in het beroepsleven.

De Vlaamse inspectie wordt dus bevoegd voor de controle op de vermindering van de werkgeversbijdragen die bij de zesde staatshervorming zijn overgekomen. Het nieuwe decreet voegt de nieuwe bevoegdheden van de inspectie toe aan het Vlaams Inspectiedecreet van 30 april 2004.

In werking

De datum waarop het decreet houdende het Vlaamse doelgroepenbeleid in werking treedt, ligt nog niet vast.

Uiteraard zijn overgangsmaatregelen noodzakelijk. Zo kunnen rechten op financiële incentives die toegekend werden voor de inwerkingtreding van dit decreet gedurende een bepaalde periode gevrijwaard worden. De instroom zal stopgezet worden zodat de maatregelen voor sommige doelgroepen op termijn uitdoven of geheroriënteerd worden naar andere maatregelen.

Zo wordt de Vlaamse Regering gemachtigd om op een coherente wijze overgangsmaatregelen te bepalen voor de doelgroepverminderingen voor jonge en oudere werknemers. De Vlaamse Regering bepaalt ook de voorwaarden voor de geleidelijke beperking van de toekenning van andere maatregelen, met het oog op de uiteindelijke opheffing ervan.

Bron:Decreet van 4 maart 2016 houdende het Vlaamse doelgroepenbeleid, BS 4 maart 2016
Zie ook: Programmawet (I) van 24 december 2002, BS 31 december 2002

Steven Bellemans

Decreet houdende het Vlaamse doelgroepenbeleid

Afkondigingsdatum : 04/03/2016
Publicatiedatum : 04/04/2016

Gepubliceerd op 08-04-2016

  205